Feestmuziek

13. Zilverschoon

     4

Gisteren schreef ik mijn honderdste blog, en achter mijn laptop vierde ik een klein feestje. Ken je dat gevoel, wanneer je graag ergens aan wilt beginnen, maar je niet weet waar het je zal brengen? Dat innerlijke stemmetje, dat overlegt met je twijfels en je doet aarzelen? Maar daar tegenover de roep van de uitdaging, die zich niet laat negeren?

Want wanneer iets met zoveel toeval tot je komt, moet je er wel iets mee doen.

Toeval nummer één was een vakantie naar Italië. Op tijd geboekt, het aanvragen van de vakantieweken erop aangepast, annuleringsverzekering afgesloten … en toen liet de reisorganisatie de vakantie niet doorgaan. De reisaanbieder had het gelijk aan zijn zijde, want in de kleine lettertjes stond dat slechts een enkele keer een geboekte reis geannuleerd moest worden wegens te weinig belangstelling. De kans dat ons dat zou overkomen, was volgens de touroperator klein. Nu, die kans bleek toch nog groot genoeg.

Een andere reis, naar een ander land, geboekt bij een andere organisatie … en zo kort van tevoren dat we de annuleringsverzekering maar lieten zitten. Wat kon ons in die twee weken nog overkomen? En daar was toeval nummer twee: een drukke avond in het verpleeghuis en een liftdeur zonder noodstop, die de voet van mijn vrouw brak. Haar voet in het gips, onze vakantie van de baan.

Zuinigheid, en toeval nummer drie zorgden ervoor dat ik anderhalve week later toch in een touringcar richting Bournemouth zat, niet naast mijn vrouw maar naast mijn zoon. Zonder annuleringsverzekering kregen we ons geld niet terug, en daar was toeval nummer drie. Zoonlief had uitgerekend in die week vakantie aangevraagd, om naar Pinkpop of Lowlands te gaan. In een voordelige vakantie met zijn vader zag hij ook wel muziek, en in Engeland was hij nog nooit geweest. De reisorganisatie deed niet moeilijk over het veranderen van een naam, als we maar administratiekosten betaalden. Dat dan weer wel.

Naast de mogelijkheid tot een uniek vader-zoon moment is er dan altijd wel een bijkomend argument, dat het achterlaten van moeder en vrouw rechtvaardigt. De oudste dochters waren met pappie en mammie ooit in Londen geweest, de derde dochter was met moeder naar Parijs geweest, en dus konden wij op zaterdagochtend zonder enig gewetensbezwaar in de bus naar Engeland stappen. Natuurlijk met de belofte tweemaal per dag naar huis te bellen.

Het laatste toeval. In de eetzaal van het oude witte hotel in Bournemouth kon ik kiezen uit zo’n vijf tafels om bij aan te schuiven, en ik ging precies naast de dame zitten, die ready, willing and able was om voor mij een website voor mijn zeefdrukken en tekeningen te bouwen, een diep gekoesterde wens. Nog geen maand na deze vakantie stapte ik met mijn eigen website eindelijk de nieuwe eeuw in en overwon ik mijn argwaan tegen de social media.

En daar was meteen ook de roep van de uitdaging. Je kunt ook blogs aan je website hangen, zei de toen nog blonde dame, zal ik dat voor je doen? Dat is leuk, en schrijven kun je vast wel. Want aan tafel hadden we het ook over haar blogs gehad en over de #WOT, het woord dat iedere donderdag op internet verschijnt, waarover je iets kunt schrijven dat en via je website kunt publiceren.

Zou ik dat kunnen, iedere week weer? En hoe ver wilde ik mijzelf bloot te geven? Misschien belangrijker nog: zat mijn omgeving te wachten op een inkijk in hun privéleven, op vuile was buiten aan de waslijn? Met al deze twijfels in mijn hoofd schreef ik mijn eerste vier blogs, zonder ze te publiceren. En na een maand wist ik het zeker: dit kan ik en dit wil ik. Ik liet mijn twijfels varen en drukte op de publiceerknop.

In mijn hoofd zit een jukebox, ontstaan in de jaren waarin ik mijn gevoel niet vertrouwde. Thuis deed niemand dat. De oorlog had geleerd: gevoel is pijn. Rede en logica waren wat de klok sloeg, weggetikt in cijfers: schoolrapporten, rekensommen en bankafschriften. Mijn gevoel verdween onder water.

Dit was mijn eerste alinea, waarin ik zonder lang nadenken twee vaste thema’s benoemde. Jeugdherinneringen vol strijd tussen gevoel en verstand, begeleid door de jukebox in mijn hoofd, die nog steeds trefzekere sluiproutes naar mijn diepste gedachten kan openen. Wat ik soms niet onder woorden kan brengen, kunnen de platen in mijn jukebox wel. Als Neil Young in mijn hoofd gaat zingen: Tell me lies later heeft ontkennen geen zin meer, als George Michael zingt: Now I´m gonna get myself happy weet ik weer dat je geluk ook kunt afdwingen.

Misschien ben ik hierom het bloggen steeds meer gaan waarderen: wat ik in gedachten of met mijn stem niet onder woorden kan brengen, lukt me al schrijvende vaak wel. Het is prettig de vele gedachten en associaties in mijn hoofd tenminste eenmaal per week richting te kunnen geven en gestructureerd naar buiten te brengen.

Nog steeds bewaak ik bewust de grenzen van mijn schrijven, maar ze zijn inmiddels wel wat verlegd. Een blog is voor mij geen sprookje, maar iedere week weer een verslag van gebeurtenissen en herinneringen, die ervoor zorgen dat ik nooit vergeet dat niets is wat het lijkt. Schijn bedriegt, eerlijkheid niet. Ik durf te stellen dat ik mezelf de afgelopen anderhalf jaar vaak ben tegengekomen en beter heb leren kennen. Het is nog steeds leuk jullie, mijn lezers, hierin mee te nemen. Op naar de tweehonderd!

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

4 thoughts on “Feestmuziek

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: