Kleren maken de man

13. Zilverschoon

     0

Laat ik het maar toegeven: ik heb een lievelingstrui. Eéntje die aan al mijn eisen voldoet, uitgezonderd waarschijnlijk representatie. Toen hij pas nieuw was, kon de pullover nog door voor casual. Zeker wanneer ik er een passend overhemd onder aantrok, waarin de kleur van de trui terugkwam. Mix and match, fluitje van een cent. De trui kan inmiddels terugzien op een paar jaar draaggemak, zodat het bijpassende overhemd inmiddels versleten is. Een nieuw bijpassend shirt kopen is geld weggooien, zoiets als nieuwe wijn in een oude zak. Eigenlijk zit het witte T-shirt, dat ik er nu onder draag veel gemakkelijker. Zo kan ik deze comfortabele trui nog jaren dragen, totdat vrouw of kinderen gaan zeggen: gooi dat versleten kreng toch eens weg, je hebt toch genoeg beters in de kast liggen?

Deze lievelingstrui bewijst mijn belangrijkste stelling over het kopen van kleding, inclusief schoeisel. Een ervaringsgegeven, opgebouwd in meer dan veertig jaar shoppen. Schrik niet, maar van al mijn aankopen is ongeveer dertig procent een miskoop. Verkeerde kleur, zit toch niet lekker, de rits gaat al na een week kapot, tijdens de eerste wasbeurt twee maten gekrompen dan wel te snel bezweken voor een aanbieding of een verkoopster. Nauwelijks gedragen belandt het kledingstuk onder op de stapel in de kledingkast, om bij de seizoenswisseling geruimd te worden. En dat voelt nog goed ook, niet meer die dagelijkse confrontatie met zo’n kledingstuk, dat smeekt om gedragen te worden, maar dat niet verder meer zal komen dan nog even geprobeerd en snel weer uitgetrokken worden.

De middenmoot van mijn collectie, wederom zo’n dertig procent, wordt gevormd door kledingstukken, waar ik mezelf eigenlijk geen buil aan kan vallen. Lekker doorsnee en vaak niet meer spiksplinternieuw. Ik kan er nog goed mee voor de dag komen en zal mezelf er niet snel over- of underdressed in voelen. In dit segment zijn veel veilige blauwe, grijze en bruine tinten te vinden, en bij elkaar vormen ze eigenlijk wat mijn moeder vroeger de gulden middenweg noemde. Ik vond niet mooi wat zij in de kledingzaak uitkoos en betaalde, zij vond afschuwelijk wat ik uitzocht en weigerde dat af te rekenen. Dus moesten we in haar optiek beiden water bij de wijn doen en de gulden middenweg zien te vinden. Wat deze puber op zijn beurt weer onzin vond, want dan had dus niemand zijn zin, niemand vond het echt mooi, maar hij moest er wel mee over straat. En naar school.

De volgende dertig procent zijn de echte fijne kleren. Ik voel me er goed in, ze zitten lekker, doen wat voor me en geven mij het idee dat je nog niet kunt zien dat ik de zestig al gepasseerd ben. En daarom trek ik ze veel aan. Te veel, want wasmachine en strijkijzer gaan al snel hun tol eisen. Waarna ik weer naar de kledingwinkel moet om het gevaarlijke keuzeproces te herstarten.

Blijft er nog tien procent over, de absolute top. De kleren, die zo lekker zitten, dat je ze bij de eerste tekenen van slijtage onmiddellijk zou willen vervangen door eenzelfde exemplaar. Heb ik ook regelmatig gedaan, maar het werkt niet. De stof is net ietsje anders, de naden zijn een beetje aangepast aan het nieuwe modebeeld, de V-hals is vervangen door een ronde boord, of het kledingstuk is alleen nog maar leverbaar in ondefinieerbare of onveilige tinten. En dus verslijt je deze lievelingsexemplaren tot op de draad, en soms nog tot verder. De trui of jas wordt opgelapt, gestopt en versteld, als betrof het je eerste knuffel, zonder welke je niet in slaap kon komen. Totdat je vrouw of kinderen gaan zeggen: gooi dat versleten kreng toch eens weg, je hebt toch genoeg beters in de kast liggen?

Parallel aan dit ervaringsgegeven loopt tenslotte mijn tweede kledingwijsheid. Wat zijn dure, en wat zijn goedkope kleren? Daar heb ik een formule voor bedacht. Deel de aanschafprijs door het aantal malen dat je het desbetreffende kledingstuk draagt, en je weet wat het je per keer gekost heeft. Die miskopen, vooral in de opruiming, zijn dus verreweg het duurst, op de trouwjurk of het trouwpak na. Maar de aanschafprijs daarvan mag je delen door het aantal jaren waarin je gelukkig getrouwd bent.

Mijn lievelingstrui kost me momenteel minder dan vijftig eurocent per dag, mijn favoriete poloshirts-met-krokodil zitten daar nog ver onder. Als het straks lente is, koop ik er weer drie. Vier ik mijn eigen rokjesdag.

 

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: