Pech (6): Muziek

Blog

     0

Waarschijnlijk moet ik voor de mensen, die mij niet zo goed kennen, een kleine toelichting geven. Toen ik op vijfjarige leeftijd voor het eerst Buddy Holly en de Everly Brothers in een cafetaria op de jukebox hoorde, gebeurde er iets wonderlijks met mij. Ik werd vrolijker dan ik ooit geweest was, deze muziek bracht iets bij mij naar binnen waar ik, zonder het me te beseffen, ernstig behoefte aan had. Het liet me emoties voelen die ik van huis uit niet kende, maar die wel in mij sluimerden. De stoere jongens en meisjes rond de jukebox vonden het waarschijnlijk wel een aandoenlijk gezicht, want ze lieten me staan en vielen me niet lastig.

Vanaf dat eerste moment heb ik muziek uit de hitparade jarenlang opgezogen als een spons, leerde flarden Engels begrijpen en sloeg dit alles op; in mijn hoofd creëerde ik mijn eigen jukebox. De Beatles leerden mij nog meer Engels, en met hun latere teksten ook introspectie. De singer-songwriters uit de jaren zeventig deden daar nog een schepje bovenop en gaandeweg bouwde ik een muur van muziek en teksten om mij heen, waarachter ik me kon verschuilen en waar ik inspiratie vond voor mijn creativiteit.

Muziek werd een sluiproute naar mijn gevoel en de teksten die in bepaalde situaties boven kwamen drijven vertelden me sneller hoe ik mij voelde dan mijn eigen bewustzijn dat kon. Het hield mij staande, maar de muur werd steeds dikker en ging mij in de loop der jaren belemmeren. Ik had het al over therapie, ook hiervoor was dit hard nodig. Voor een te groot deel leefde ik op geleende gevoelens uit geleende liedjes.

Dat gold niet voor alles, gelukkig. Natuurlijk heeft mijn vrouw mijn gereserveerdheid op bepaalde terreinen gemerkt en er ongetwijfeld last van gehad, maar toen ik vader werd wist ik onmiddellijk wat me te doen stond, ik was tenslotte een omgekeerde ervaringsdeskundige. Vanaf het eerste moment verplaatste ik me in het gevoel van mijn kinderen, knuffelde ze, troostte ze, begeleidde ze, coachte ze en was de vader die ik zelf nooit had. Ik weet zeker dat mijn kinderen dit zullen beamen.

In de eerste dagen na het slechte nieuws was het eerst leeg en stil en leeg in mijn hoofd, om vervolgens over te schakelen naar de zwartste scenario’s. De playlist in mijn hoofd had zich inmiddels aangepast en ik wachtte op het gezelschap van Marianne Faithfull, verkleed als Sister Morphinel: Here I lie in my hospital bed, sister Morphine when do you come around again? En denkend aan het mondkapje van de internist, en van alle artsen die waarschijnlijk nog hun opwachting zouden gaan maken, bleef ik steken bij de frase: Why does the doctor have no face? Een morbide gedachte wellicht, maar het hielp mij wel de ernst van mijn situatie onder ogen te kunnen zien.

Daarna maakte van diep uit de jaren vijftig het Kingston Trio zijn opwachting. Hang down your head Tom Dooley, poor boy, you’re bound to die. Tom Dooley week die dag niet van mijn zijde, maar toen mijn zoon, die zijn vader op dit gebied door en door kent, me de volgende dag vroeg: Met welk nummer werd je vandaag wakker? was ik van Kingston in Philadelphia beland. In The streets of Philadelphia bezingt Bruce Springsteen een aidspatiënt, die in zijn miserabele staat moet constateren dat zelfs zijn kleren hem niet meer passen, my clothes don’t fit me no more.

Dat was een scène van een paar weken geleden, toen ik mijn winterkleren eindelijk omruilde voor de zomerkleding die op zolder snakte naar de zon. Mijn broekriem zat al twee gaatjes strakker, dus ik was benieuwd of mijn zomerpantalons nog wel zouden passen. Niet dus, zonder knopen en ritsen los te maken zakten ze één voor één over mijn heupen naar de grond. Aan mijn eigen idee dat het ene legergroene linnen overhemd, losjes over mijn broek, nog wel ging, maakte de opmerking van zoonlief een trefzeker einde: Wat heb je een leuk jurkje aan, pa. De zaterdag erop liep ik in Rotterdam te shoppen en vond ik het jammer dat ik geen trek had in een gezellige lunch.

En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar het beeld zal duidelijk zijn. Bovendien kwam op een gegeven moment It doesn’t matter anymore van Buddy Holly voorbij, het nummer dat mijn zus in de versie van Linda Ronstadt op haar begrafenis had laten horen. Het werd tijd mijzelf tot de orde te roepen en ik dwong mezelf te concentreren op surfsongs van de Beach Boys en lieve liedjes van de Lovin’ Spoonful. Dat heb ik toch zeker wel een halve dag volgehouden.

 

Wordt vervolgd

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: