Tante

Blog

     0

Nog geen week na haar geboorte vonden in Amsterdam de eerste razzia´s plaats, waarbij bijna vierhonderd Joodse mannen werden opgepakt en die de aanleiding vormden tot de Februaristaking van 1941. Mijn tante is een echt oorlogskind dus, en in haar voornaam Juliana draagt zij een kleine verzetsdaad met zich mee. Kroonprinses Juliana zat veilig in Canada, maar in Nederland was het beter deze naam niet als roepnaam te gebruiken. Het werd Jeanet, en zij is de jongste zus van mijn moeder.

Mijn moeder was afkomstig uit een groot katholiek gezin met vier jongens en zes meisjes. Haar vader werkte als Assistent Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen bij de Inspectie Harlingen. In de tweede helft van de jaren dertig vertrok het gezin Schaafsma met acht kinderen vanuit Beek-Ubbergen naar Friesland en betrok een arbeiderswoning in de Petrus Feddestraat te Harlingen.

Dit huis ken ik goed, want mijn oma woonde er nog steeds, toen ik al op de middelbare school zat en een groot gedeelte van mijn zomervakantie bij familie in Harlingen doorbracht. Het verbaasde me toen al dat een gezin met tien kinderen ooit in zo´n kleine woning gepast hadden.

De voornaam van zijn jongste dochter was niet de enige verzetsdaad van de opa, die ik nooit gekend heb. Via zijn werk belandde hij in het verzet en zamelde geld in voor onderduikers, verspreidde illegale lectuur en vervalste persoonsbewijzen en rijwielkaarten.

Op 11 januari 1945 werd hij met 24 anderen gearresteerd en uiteindelijk in een open vrachtwagen overgebracht naar het huis van Bewaring in Leeuwarden, wat zijn difteritis niet ten goede gekomen zal zijn. Vijf dagen later werd hij dood in zijn cel aangetroffen.

Zijn stoffelijk overschot werd met paard en wagen naar Harlingen gebracht en hij werd bijgezet in het graf van zijn oudste zoon Jan, die enige weken daarvóór ten gevolge van een te laat geconstateerde blindedarmontsteking op 19-jarige leeftijd was overleden.

Tante Jeanet was dus nog maar vier jaar oud toen de bevrijding kwam. Het zal geen feest geweest zijn. Mijn moeder was net achttien en van haar weet ik hoe zwaar het verlies van haar vader en oudste broer op haar gedrukt heeft. Ze is altijd verongelijkt gebleven en er emotioneel nooit overheen gekomen, denk ik.

Natuurlijk ken ik haar jongste zus niet zo goed, maar ik herinner mij uit de zomervakanties van de jaren zestig vooral haar vrolijke en zorgzame aard, altijd opgewekt en vol verhalen.

Ze werkte in het centrum van Harlingen bij de firma J. Poort, een winkel met luxe en huishoudelijke artikelen en speelgoed. Ik logeerde in die tijd vaak bij een kinderloze zus van mijn vader, die aan de andere kant van het water van de Kleine Voorstraat woonde. Vooral vanwege het speelgoed liep ik regelmatig langs die winkel en zag mijn tante aan het werk. Als haar werk het toeliet kwam ze even naar buiten en begroette mij vriendelijk.

Op een dag zag zij mij aan de overkant lopen en riep dat ze een reep chocola voor me had, en zou deze wel even naar mij toe gooien. Of zij slecht gooide of ik nog slechter ving, weet ik niet, maar de plak chocola kwam in het water terecht en dat vonden wij allebei zonde. Ik in stilte, mijn tante met veel woorden.

Natuurlijk herinner ik mij de kleine platenspeler boven op de radio van mijn oma, een soort brievenbusje waar je het plaatje in moest duwen en dat na afloop terugsprong. Onder de radio stond een rekje singles van mijn tante of van haar ruim drie jaar oudere broer Hans, met Little ship van de Blue Diamonds en Lonely boy en Diana van Paul Anka als mijn favorieten, en stiekem ook wel De postkoets van de Selvera’s.

Het is een warme jeugdherinnering. Terwijl mijn ouders en ooms en tantes op zondag na de kerk in de voorkamer van mijn oma gezellig aan de koffie zitten, zijn mijn broer en ik in de achterkamer plaatjes aan het draaien en voel ik de geborgenheid van een grote familie.

In de laatste zomer voordat ze ging trouwen en als laatste kind het ouderlijk huis verliet, kocht tante Jeanet de single Il silenzio van Nini Rosso. Ik herinner me vooral het hoesje nog, twee dames in roze nachtkleding, waarvan er eentje een groene appel vasthoudt. De beeldtaal ontging mij als twaalfjarige, en ook het nummer zelf vond ik wat minder omdat ik inmiddels de beatmuziek ontdekt had en het niet zo had op trompetmuziek.

Het werd inderdaad stil in de Petrus Feddestraat. Mijn oma woonde er nu alleen, en het was toch wat minder gezellig om bij haar langs te gaan. Nu de zorg voor haar kinderen was weggevallen keerde oma zich in zichzelf, zoals haar bidprentje dit later zou formuleren. Veel behoefte aan kinderbezoek scheen ze niet meer te hebben.

Mijn moeders jongste zus wordt deze maand dus tachtig en ze is als enige overgebleven uit het eens zo grote gezin. Na haar huwelijk kwamen wij elkaar soms nog wel tegen bij een familiereünie, op verjaardagen en uiteindelijk vooral bij begrafenissen, maar ik ben nooit meer zo dicht bij haar in de buurt geweest als toen in Harlingen, aan het einde van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig.

Ik realiseer me nu vooral dat het niet makkelijk geweest moet zijn om zo jong je vader te verliezen en om zoveel oudere broers en zussen te hebben, die het allemaal vaak beter wisten en voor wie jij toch altijd het kleine meisje bleef. Een beetje afstand is hierop het beste antwoord, helemaal wanneer die afstand voor ons nu al ruim zestig jaar makkelijk overbrugbaar is.

Hartelijk gefeliciteerd, tante!

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll Up
%d bloggers liken dit: