Veertig: de dag

We trouwden op een grijze vrijdag in januari 1979. De winter viel dat jaar vroeg in, het had al flink gesneeuwd en veelvuldig ijzelen verstoorde die maand regelmatig het openbare leven. Familieleden, die uit Friesland of uit Zeeuws-Vlaanderen onze huwelijksreceptie bezochten, zullen het ons niet in dank hebben afgenomen. Wie trouwt er nu in januari?

Gaan trouwen was een beslissing, die al snel zijn eigen dynamiek kreeg. Blijkbaar wilden we niet wachten op een beter seizoen en misschien dachten wij zelf nog aan een klein feestje met vrienden en ouders, waarbij weersomstandigheden geen rol speelden. Maar, en laat ik vanaf nu voor mijzelf spreken, ik had niet gerekend op de blijkbaar diepgewortelde tradities en gevoelens die onze families koesterden en die ervoor zorgden dat de kleinschaligheid al snel verdween. Onze trouwdag werd een gebeurtenis, waarbij heel wat partijen een vinger in de pap wilden hebben, zodat ik op een gegeven moment maar besloot me gewonnen te geven en me voor één dag te laten leven.

Mijn stropdas met ivoorkleurige schuine strepen in de kleur van de bruidsjurk, afgewisseld door het zwart van mijn eigen driedelige kostuum en wat onbestemd bruin en oranje, hangt nog steeds in de kast. Hij is aan de onderkant maar liefst elf centimeter breed en aan de vlekken te zien heeft hij daarna nog regelmatig als servet dienst gedaan. Het kostuum heb ik dat jaar nog zeker bij drie andere bruiloften gedragen, want ook mijn broer, schoonzus en een neef van mijn vrouw wilden de verwarrende jaren zeventig in zekerheid afsluiten en als verantwoordelijke zoons en dochters de jaren tachtig binnenstappen. Een paar jaar later paste het zwarte pak niet meer, maar de degelijke zwarte schoenen hebben tot ver in de jaren negentig menig begrafenis bijgewoond.

Samen met de fotograaf kwam ik ‘s ochtend vanuit Dordrecht aan bij het huis van mijn schoonmoeder in Krimpen aan den IJssel, waar mijn bruid de laatste nacht was gaan slapen. We waren beiden het huis al uit, maar trouwen vanuit de ouderlijke woning vond iedereen wel zo chic. In ons trouwalbum staat zo’n moment, waaraan ik me had overgegeven en waarvan ik de humor stiekem wel kon inzien. Met het bruidsboeket in mijn hand bel ik aan, waarna de volkomen verraste bruid opendoet en mij een zoen geeft. De officiële trouwfoto, die jarenlang in de slaapkamer hing en bij onze ouders in de huiskamer stond, werd buiten in de kou genomen, met een winterse rietkraag als achtergrond.

Tussen de huwelijksvoltrekking in het gemeentehuis van Krimpen aan den IJssel en de kerkelijke inzegening in de Pauluskerk in Dordrecht kwamen we die vrijdagmiddag op de A16 niet eens in de file te staan. Een trouwstoet was er niet, want waarom zou je een auto huren als je er zelf al een heb? Zo’n bruiloft was immers duur genoeg en al helemaal omdat onze ouders het leeuwendeel betaalden.

Op huwelijksreis gingen we ook niet, want de verhuizing naar onze eerste gezamenlijke woning had al genoeg gekost. Ik studeerde nog en had een tijdje bij een drankenhandel gewerkt, op vrijdag en op zaterdag. Dat baantje had ik kort daarvoor opgezegd, om al mijn tijd aan mijn afstudeerscriptie te kunnen besteden. Ik wilde zo snel mogelijk kostwinner worden.

Al die jaren heb ik de rekeningen voor de receptie en het diner in het Dordtse Wantijpaviljoen bewaard. Anders had ik niet meer geweten dat er tijdens de receptie 69 koppen koffie, 314 glaasjes alcoholhoudende drank en 145 glazen frisdrank of jus d’orange geschonken zijn, dit alles onder het genot van een stukje bruidstaart en een bittergarnituur. Ik denk niet dat er tegenwoordig op een huwelijksreceptie nog 95 glazen sherry en 64 glazen jenever uitgeserveerd worden en ik weet zeker dat een biertje nu meer kost dan f 1,60.

Er zaten dertig mensen aan het diner, die een menu van krab-grapefruitcocktail, ossenstaartsoep, tournedos-champignons en cerises flambées geserveerd kregen. De maaltijd werd begeleid door vijftien flessen wijn, aangekleed met diverse toespraken en afgesloten met twintig glaasjes cognac of likeur. Die avond ben ik zelf naar huis gereden en heb van de gladheid helemaal niets gemerkt.

Zo zag de mooiste dag van ons leven er uit, nu dus veertig jaar geleden. Het is ons redelijk gelukt de harmonie tussen mijn niet-meer-zo-heel-erg-katholieke familie en mijn orthodox-protestante schoonfamilie te bewaren. Uit tactische overwegingen hadden we besloten het officiële gedeelte van de dag af te sluiten met het diner, want ik had in de jaren hiervoor al regelmatig met kromme tenen de feestjes bij mij thuis gadegeslagen en voelde er niets voor mijn schoonfamilie hiermee te confronteren. Bij mijn ouders thuis schijnt het na afloop nog lang gezellig geweest te zijn, maar ik hoefde niet meer. Ik was getrouwd en eindelijk vrij.

Dit is het eerste deel van een tweeluik. Het tweede deel heet: ‘Veertig: de jaren’.

Print Friendly, PDF & Email
« »

© 2019 Stephan Koopmans' Blog. Thema door Anders Norén.