Vorm of vent?

05. Dresselhuysstraat

     0

In het najaar van 1964 bestormden de Supremes de Top 40: in een half jaar tijd bereikten zij maar liefst zesmaal de hitparade. Come see about me en Baby love  waren singles, die ik toch wel graag wilde hebben. Maar in de platenzaak gebeurde er iets raars met me, iets waar ik me met terugwerkende kracht een beetje voor schaam. Een beetje, want wat kun je van een jongen van elf verwachten? De Supremes bleken een donker getint damestrio te zijn, ook nog eens gekleed in blote jurken en ik nam onmiddellijk aan dat ik met zo’n singletje niet thuis kon komen.

Preutse en politiek incorrecte zelfcensuur van de eerste orde, en onbegrijpelijk bovendien. Want thuis spraken we nooit over politiek; discriminatie was toen nog voorbehouden aan Zuid-Afrikaanse apartheid en Amerikaanse segregatie. Bovendien denk ik niet dat mijn vader bezwaar gehad zou hebben tegen die blote jurken. Het werd dus niet een singletje van de Supremes, maar het pretentieloze Do wah diddy diddy van Manfred Mann.
Ik had daar vaker last van, het verwarren van vorm en inhoud, en daardoor kon leven op een kompas van songteksten behoorlijk verwarrend zijn.

The best things in life are free, but you can keep ‘em for the birds and bees.

Now give me money (that’s what I want).

tegenover

I’ll buy you a diamond ring my friend, if it makes you feel alright.

‘Cause I don’t care too much for money, money can’t buy me love

en beide keren waren het de Beatles die dit zongen. Gelukkig werd Money gezongen door John Lennon, en Can’t buy me love door Paul McCartney, zodat ik dit nog kon toeschrijven aan een verschil in inzicht tussen beiden. Dat het maar gewoon liedjes waren, dat kwam niet in mij op.
Nu en dan struikelde ik ook over het verschil tussen de platenhoes en zijn muzikale inhoud. Een plaat moest wel bijzonder mooi zijn, wilde ik hem wil kopen met een lelijke hoes er omheen. Neem nu Exile on Mainstreet van de Rolling Stones. Ik hoef maar aan de plaat te denken om weer die foeilelijke hoes voor me te zien: een rommelige, sepiakleurige collage van foto’s uit een leeggegooide schoenendoos, met als dieptepunt iemand die drie ballen in zijn mond lijkt te hebben. En omdat de art studio vergeten was de naam van de band en de titel van de elpee op de voorkant te zetten, heeft iemand snel even een viltstift gepakt en die nalatigheid rechtgezet. Nee, die elpee heb ik nooit gekocht.

Bijna veertig jaar later heb ik mezelf ervan kunnen overtuigen dat een hoes soms niet meer is als een verpakking, en kon ik mijzelf ertoe zetten de cd te kopen. Sweet Virginia is namelijk één van mijn favoriete Stones-nummers.
Laatst vertrouwde ik deze eigenaardigheid toe aan een vriend, die een avondje op bezoek was. De platenkast ging open om oude herinneringen muzikaal kracht bij te zetten en in deze ontspannen sfeer durfde ik dit hem wel te bekennen. Hij reageerde vriendelijk maar verbaasd en zei hier toch wel even over na te moeten denken. Vier dagen later stuurde hij me een e-mail.

‘Er speelt al een paar dagen iets door mijn hoofd van wat je donderdagavond ter sprake bracht. Muziek meer of minder waarderen als gevolg van de hoes van een elpee. Zondagochtend vroeg ik me nog even af of ik het gekookte eitje meer of minder zou waarderen als ik wist hoe de kip eruit zou zien. Ik wilde je even laten weten dat het eitje prima smaakte.’

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: