#WOT 10: Toon

Nee, ik kom niet uit een politiek actieve familie, verder dan wat plaatselijke gemeenteraadsleden is ons geslacht niet gekomen. Mijn achternaam komt niet voor op de straatnaamborden van nieuwbouwwijken uit de jaren zestig, in straten die vernoemd zijn naar politici uit de negentiende en de twintigste eeuw. Als er al over politiek gesproken werd, dan ging het over de standpunten van de Katholieke Volkspartij bij de volgende verkiezingen, want in mijn familie was het tot ver in de twintigste eeuw vanzelfsprekend dat je KVP stemde. Degenen die dat niet deden, hielden wijselijk hun mond.

Maar ook de KVP heeft bij ons thuis de vernieuwingsdrang van de jaren zestig niet overleefd. Waarom zou je je nog langer verplicht voelen katholiek stemmen, als zelfs de concilievaders tijdens het tweede Vaticaanse Concilie zich voorstander noemden van de democratie?

Na in zes jaar tijd vier kinderen gekregen te hebben, waren mijn ouders sterke voorstanders van geboortebeperking en ze waren niet van plan zich iets gelegen te laten liggen aan voorschriften uit Rome. In 1968 verbood de pauselijke encycliek Humanae Vitae het gebruik van artificiële voorbehoedsmiddelen zoals het condoom en de pil, en op fluisterende toon namen mijn ouders tijdens gesprekken op verjaardagen eerst afstand van deze encycliek, en daarna van de hele katholieke kerk.

Misschien dat zij in 1967 nog ingestemd hebben met de verkiezingsleuze ‘n goeie reis met de KVP, vier jaar later kwam het eindpunt in zicht. Misschien dat mijn vader nog voor de laatste keer op de KVP heeft gestemd, mijn moeder was al naar de VVD vertrokken. De Katholieke Volkspartij verloor bij die verkiezingen in ieder geval zeven zetels.

Mijn enige politieke daad stamt uit datzelfde jaar, maar ik vraag me af of het ophangen van een affiche van de Pacifistisch Socialistische Partij wel echt politiek geïnspireerd was. In een weiland staat, voor een oer-Hollandse koe, een geheel naakte vrouw die hoofd en handen ten hemel heft, ter ondersteuning van de tekst PSP ontwapenend. Sjonge, wat had mijn moeder een hekel aan dat affiche, en dat was nu net de bedoeling. Voor mij geen kouwe VVD-kak, maar wel een mooie blote vrouw. Op basis van dit affiche won de PSP dat jaar de scholierenverkiezingen, maar in de Tweede Kamer raakte de partij twee van zijn vier zetels kwijt.


 

Toon ~ 1) Bepaalde klank 2) Enkelvoudige klank 3) Geluid 4) Intonatie 5) Jongensnaam 6) Klank 7) Klankgeluid 8) Klankkleur 9) Kleur 10) Kleurtje 11) Laat zien die voornaam crypt) 12) Manier 13) Muzieknoot 14) Noot 15) Resonantie van een galm 16) Sfeer 17) Stembuiging 18) Stemkleur 19) Teen 20) Timbre 21) Tint 22) Toonhoogte 23) Trant 24) Trend


Het afschaffen van de opkomstplicht veranderde het democratisch gehalte van ons gezin niet. Natuurlijk ging ik stemmen, vergeten was geen optie. Mijn moeder was namelijk lid van het driekoppig stembureau in het stemlokaal, een paar straten verder, en controleerde bij binnenkomst of mijn naam inderdaad voorkwam op de lijst van kiesgerechtigden.  In die jaren meldde ik mij bij het sluiten van het stembureau in het bejaardenhuis, om als plaatsvervangend lid te helpen bij het tellen van de stemmen. Vooral voor de ouden van dagen aldaar viel het nog niet mee, om met het rode potlood het gewenste vakje op het stembiljet in te kleuren.

Wij waren thuis dus wel democratisch ingesteld, maar niet erg politiek bewust. Hiermee verdienden wij automatisch een plekje bij de zwijgende meerderheid, en ik weet zeker dat dit in mijn stemgedrag terug te vinden is. Een klein rekensommetje leert dat ik in mijn vijfenveertig kiesgerechtigde jaren zeker veertig keer mijn stem heb uitgebracht, ervan uitgaande dat er eens in de vier jaar verkiezingen zijn voor gemeenteraad, Provinciale Staten en Tweede Kamer. De uitkomst van (45 : 4) x 3 rond ik dan naar boven af voor gevallen kabinetten, Europese verkiezingen en dat rare Oekraïne-referendum. En al die keren heb ik nooit linkser dan de PvdA gestemd, maar ook nooit rechtser dan de VVD. De gulden middenweg, mijn moeder mag trots op mij zijn.

Misschien zou ik nu, als blank mannelijk lid van de inmiddels schreeuwende meerderheid, boos moeten zijn en dat ben ik ook wel een beetje. Maar niet op de politiek, omdat ik mij door politici bedrogen zou voelen. Ik sluit mij ook niet aan bij populisten, die mij in ruil voor mijn stem beloven Nederland terug te brengen naar de spruitjesgeur van de jaren vijftig. Alsof zij kunnen regelen dat er een einde komt aan de globalisering van de handel en de opwarming van onze aarde. Verder dan duidelijk maken dat eventuele dure Nederlandse inspanningen slechts een druppel op een gloeiende plaat zijn, en daarmee dus zinloos, komen zij niet.

Nee, ik ben vooral boos op de harde toon van het maatschappelijke debat, die ook in de politiek zijn weg gevonden heeft. Volksvertegenwoordigers die elkaar in nette bewoordingen uitmaken voor rotte vis, lijsttrekkers die nu alweer bezig zijn hun volgende populistische verwijten te creëren, door te veel te beloven en in deze weken te nadrukkelijk aanwezig te zijn in de media, waar ze onderlinge verschillen benadrukken die ze na de verkiezingen weer moeten overbruggen. Hierna zie je ze vier jaar niet meer, hoor ik de populist al zeggen. Elkaar verwijten maken lost niets op, bevolkingsgroepen beledigen nog minder. Democratie is nu eenmaal geen wondermiddel, maar het is wel de minst slechte regeringsvorm die er is.  Wanneer gaan wij in Nederland weer naar elkaar luisteren en op basis van onze overeenkomsten samenwerken?

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email
« »

© 2019 Stephan Koopmans' Blog. Thema door Anders Norén.