Natuurlijk heb ik sinds het afgelopen weekeinde vaak in de tuin gestaan, vooral toen het zonnetje lekker scheen. Maar hoeveel keer ben ik verder dan het tuinhek gekomen? Voorzichtig probeer ik de dagen, die steeds meer op elkaar gaan lijken, langs te gaan en ik kom niet verder dan twee. Afgelopen zaterdag zijn we samen nog een bosje bloemen gaan kopen, gisteravond heb ik de vuilnisbak buiten gezet en ben ik met het zakje restafval naar de bak aan het einde van de straat gelopen. Dat was het. Zelfs voor iemand, die zich ook nu nog afvraagt of de momenten, waarop hij niet weg hoeft, opwegen tegen de momenten, waarop hij niet weg kan, is dit gebrek aan actieradius opmerkelijk.

Het is onvermijdelijk dat ik nog meer dan anders me in mezelf terugtrek. Mijn hersenen maken overuren, terwijl ik lees over de pest in de veertiende eeuw en de Spaanse griep aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Ik denk aan The war of the worlds van de Britse schrijver H.G. Wells, aan de muzikale versie van Jeff Wayne en vraag me af tegen welke vijand je beter kunt vechten, tegen vliegende schotels of tegen een onzichtbaar virus.

Ik ben even terug in Des Moines, Iowa, waar Ozzy Osbourne in 1982 het hoofd van een vleermuis afbeet en er vanaf kwam met een injectie tegen hondsdolheid. Of zou er dan toch een verband zijn tussen dit incident en de ziekte van Parkinson, waar de zelfbenoemde Prince of Darkness nu aan lijdt?

Ik merk dat ik een metafoor zoek voor wat er allemaal om me heen gebeurt en ik kom tot de volgende. Wat doe je, als je door een domme manoeuvre met je fiets ten val komt? Allereerst kijk je om je heen of niemand het gezien heeft, of niemand je staat uit te lachten. Schaamte is blijkbaar sterker dan pijn. Vervolgens bekijk je de immateriële en de materiele schade (schaafwonden op de knie, slag in het voorwiel) en je zoekt naar een zondebok. Is er een losliggende straatsteen, die je de schuld kunt geven? Een automobilist met verwijtbaar verkeersgedrag?

Wanneer dit niet het geval is, rest er nog maar één manier om je gedeukte ego weer wat op te vijzelen. Je stelt jezelf de vraag of er van deze stommiteit iets te leren valt, zodat je in ieder geval nog iets wijzer kunt worden van deze vervelende situatie. Was mich nicht umbringt, macht mich stärker, sprak de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche immers al.


Maatregel: besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd. Handeling of ingreep met een bepaald doel.


Toen het coronavirus Wuhan in zijn greep kreeg, zorgden de Chinese autoriteiten er allereerst voor dat niemand dit zag. Maar toen de epidemie niet vanzelf overging en er verregaande maatregelen genomen moesten worden, lachten wij de Chinezen uit. Ook Italiaanse toestanden konden op onze hoon rekenen. En toen we zelf aan de beurt waren, was het president Trump, die een lange neus naar ons maakte. Inmiddels mogen ook de V.S. meedoen in de pandemie en om een en ander toch nog even recht te zetten: de Spaanse griep ontstond destijds in de Amerikaanse staat Kansas.

Wereldwijd zijn we de schaamte voorbij en voor vredestijd ongekende maatregelen moeten ons door deze crisis heen leiden. Het einde ervan is nog lang niet in zicht en iedereen vraagt zich af wat de uiteindelijke schade zal zijn. Allereerst natuurlijk de immateriële kant: sterftecijfers, ic-opnames, ziekte, sociale onthouding en eenzaamheid. Maar parallel hieraan is er natuurlijk de economische schade en de maatregelen van onze regering om dit zoveel mogelijk te beperken.

Natuurlijk doen onze ministers wat er van ministers verwacht wordt, maar toen ik Koolmees, Hoekstra en Wiebes hun maatregelen hoorde afkondigen, moest ik denken aan het vergelijkbare moment in 2008, toen minister-president Balkenende, minister Bos en de president van de Nederlandse bank Wellink het Nederlandse volk vertelden dat het financiële stelsel gered moest worden met gemeenschapsgeld.

De banken werden gered en beleggers namen het al heel snel weer over van belastingbetalers. Er was maar weinig geleerd van deze crisis, de beursgeleide economie moest kost wat kost door. De belastingbetalers bleven belasting betalen en maakten gezamenlijk de overheidsfinanciën weer gezond.

Daarom is er weer genoeg gemeenschapsgeld om KLM een bijna blanco cheque te geven, maar ik heb nog niemand gehoord over de unieke kans om de CO2-uitstoot rond Schiphol nu eens echt goed aan te pakken. Dat is jammer, want deze crisis kan een moment van bezinning worden.

Op meerdere fronten kunnen we sterker uit de strijd komen, want COVID-19 laat ons op indringende wijze de onwenselijkheid, ja zelfs het gevaar van wereldwijde consumptie zien. Life in the fast lane, zongen the Eagles al, everything all the time. Maar het is geen 1977 meer en alle lichten staan inmiddels op rood, het is tijd voor verandering. Daar ga ik de komende tijd nog maar eens verder over nadenken, dan heb ik wat te doen.

 

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag publiceert Irene van Putten op ipixtitude.com een woord waar je over mee kunt schrijven. Je kunt op ieder gewenst moment instappen.

Print Friendly, PDF & Email