Met een bordje in je hand, met daarop de plaats van bestemming, was je sneller weg dan zonder. Misschien zag je er dan wat doelgerichter uit, of wist de liftgever precies hoe lang hij aan je vast zat. Het was in ieder geval een manier om de concurrentie op de rotonde net buiten Utrecht net even voor te zijn. Want medelifters stonden er genoeg op vrijdagmiddag, als de laatste colleges en werkgroepen afgelopen waren of er lang genoeg uitgeslapen was na het uitgaan op de studentenavond bij uitstek, de donderdag.

De vrijdagmiddag kende een vast ritueel. Eerst ging ik met een kascheque naar het postkantoor om geld op te nemen, daarna stopte ik mijn vuile kleren en beddengoed in een weekendtas en ruimde mijn kamer op. Tenslotte keek ik welke elpees ik mee wilde nemen en of ik nog iets aan mijn studie moest doen. Dat laatste doorgaans niet, het was tenslotte weekend en die tentamens waren nog ver weg.

Om vanuit mijn eerste studentenkamer naar een goede oprit van de snelweg te komen, moest ik eerst met de bus naar zwembad Den Hommel en daar vandaan een stukje lopen, langs de lange oprit naar de snelweg. Ik liep het viaduct over en nam aan de goede kant van de rotonde, dichtbij de afrit naar ‘s Hertogenbosch, mijn positie in tussen de andere lifters.

Op het kartonnen bordje in mijn hand stond Vianen, want eenmaal de Lekbrug over kon ik bij de afslag naar Gorinchem verder liften richting Dordrecht. Hier maakte ik ook kans bij al het verkeer dat uit de richting Amsterdam kwam en Utrecht natuurlijk voorbijgereden was. Langer dan vijf minuten stond ik er nooit, want alle auto’s moesten afremmen om in een bocht van negentig graden de snelweg weer op te rijden. Het bordje Dordt en mijn vragende blik deden de rest.

De studentflat stond aan de andere kant van Utrecht, vlakbij stadion Galgewaard en een oprit naar de rondweg van Utrecht. De bus hoefde ik niet meer te nemen. Het aanbod van auto’s was er een stuk kleiner en het aantal lifters ook, zodat het ook hier goed vertrekken was. De reistijd hing doorgaans af van het punt, waarop ik afgezet werd. Soms moest ik nog de Papendrechtse Brug over liften, maar als ik geluk had kon ik tot in Dordrecht meerijden en op de Reeweg de bus nemen naar Dubbeldam, naar huis. Het weekend was begonnen.

Liften op maandagochtend was geen pretje. Dordrecht kende eigenlijk geen goede opstapplaats, zodat ik eerst de bus naar Papendrecht moest nemen. Soms kon ik een stukje met mijn vader meerijden, maar het bleef een slechte start van de week en ik kreeg er zondagmiddag al last van. Tegen die tijd was ik het thuis alweer zat en steeds vaker ging ik op zondagavond toch maar naar het station. In Rotterdam stapte ik over op de sneltrein naar Utrecht en zat gezellig tussen luidruchtige militairen met hun blikjes bier, op weg naar de kazerne.

Op mijn kamer aangekomen pakte ik mijn tas uit, legde mijn schone kleren in de kast en keek hoeveel geld ik voor de rest van de week nog had. Ik zette de elpee op, die ik zaterdagmiddag gekocht had en vroeg me steeds meer af of ik nu van huis was weggegaan of thuis was gekomen.


Lifter ~ 1) Iemand die gratis meerijdt in een auto 2) Meerijder 3) Meerijder (gratis) 4) Reiziger


Eigenlijk heb ik onderweg maar weinig rare dingen beleefd, hooguit een paar snelheidsduivels en wegpiraten. De meeste mannen die mij meenamen zaten om een praatje verlegen of hadden een toehoorder nodig voor hun eigen verhalen. Ze hadden een zoon of neef die ook studeerde en op kamers zat. Sommigen vertelden dat ze na de oorlog zelf ook heel veel gelift hadden en dat ze hier nu iets voor terug wilden doen.

Om een lift te krijgen was oogcontact met de chauffeur natuurlijk belangrijk, maar als er een vrouw naast hem zat kon je het wel vergeten. Je hoorde haar in het voorbijgaan bijna tegen haar man zeggen dat ze geen langharige student in de auto wilde en dat hij moest doorrijden.

Desondanks heb ik mijn beste lift gekregen van een vrouw. Het was zaterdagavond en ik was met mijn tante en opa meegereden naar Friesland, waar ik op een camping had afgesproken met een paar vrienden. Hun ouders hadden in Gaasterland een stacaravan en in een tentje ernaast was wel een slaapplek voor mij.

In de buurt van Makkum begon ik me toch wel wat zorgen te maken, want het begon al te schemeren en veel verkeer was er niet. Ook een bushalte had ik nog niet gezien. Ditmaal stond ik met mijn duim omhoog, toen er eindelijk een auto aankwam. Helaas zat er een vrouw achter het stuur. Maar tegen alle verwachtingen in stopte de groene sportwagen en de dame vroeg me waar ik op dat uur nog naar toe moest. Ze zei dat ze ook die kant op ging en dat ik wel kon meerijden.

Terwijl de zon onderging over de Friese weilanden en mijn bezorgdheid met zich meenam, reed ze met hoge snelheid over de provinciale wegen en nog geen halfuur later waren we op de plaats van bestemming. Ik rijd de camping wel even op, zei ze met een glimlach, dan hebben je vrienden straks iets om over te praten. Om haar woorden kracht bij te zetten, gaf ze me bij het uitstappen een zoen en reed toeterend weer weg.

 

WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email