Met de leer van Karl Marx introduceerde mijn leraar geschiedenis het begrip klassenbewustzijn, het besef van arbeiders dat zij tot een eigen sociale klasse behoren omdat ze gemeenschappelijke economische belangen hebben. Dat klassenbewustzijn leek mij in 1970 nog slechts een historisch begrip, want twee jaar eerder waren het juist studenten geweest die in talloze hoofdsteden in verzet gingen tegen de gevestigde orde. Student demonstration time, nietwaar?

Dat ik niet tot die gevestigde orde behoorde was duidelijk, maar tot welke maatschappelijke klasse behoorden wij thuis dan wel? Arbeiders waren mijn ouders niet en dus lag het voor de hand dat wij tot de middenklasse behoorde, maar dat was een vaag begrip. Die klasse liep van hoog naar laag en er was natuurlijk een wereld van verschil tussen een hoogleraar en een keurmeester van vee en vlees.

Ik dacht aan mijn grootouders en vroeg me af of de ouders van mijn moeder hoger op de maatschappelijke ladder gestaan hadden dan de ouders van mijn vader. Kwamen daar de kakkineuze trekjes van mijn moeder vandaan? Haar vader was Kandidaat Hoofdassistent bij de Rijksbelastingen en mij is ooit verteld dat haar moeder voor haar huwelijk winkelmeisje bij V&D in Nijmegen geweest was. Ze werd huisvrouw en had met negen kinderen haar handen vol.

Mijn andere opa was slager. Toen in Twente zuivere keukenzoutlagen werden ontdekt, was het met de zoutziederij in Harlingen gedaan en moest hij samen met zijn vader en twee broers op zoek naar ander werk. Het werd slachten voor de export, en van daaruit begon mijn grootvader een slagerij. Zijn vrouw kwam uit een schippersfamilie, maar een beroep heeft ze nooit gehad. Ja, dat van huisvrouw, want ook zij hoefde zich met een groot gezin niet te vervelen.

Mijn vader werd controleur bij de Veterinaire Hoofdinspectie, en mijn moeder werkte op de administratie van de LTS in Dordrecht. Typische middenklassers dus, met een drang zich van arbeiders te onderscheiden en een wil om hogerop te komen. Dat verklaart aan de ene kant waarom vooral mijn moeder zich zo fel verzette tegen spijkerbroeken en broeken van ribfluweel of Manchester stof. Dat was werkmanskleding en haar zoons waren geen arbeiderskinderen.

Aan de andere kant verklaart het ook de grote droom van mijn vader om al zijn kinderen een universitaire titel te zien halen. Het compenseerde zijn Handelsavondschool en bevestigde stilzwijgend zijn sociale stijging.

En wat hebben wij, hun kinderen, met die universitaire opleiding bereikt? Hebben wij kunnen toetreden tot de hogere kringen van de maatschappij? Laat ik voor mijzelf spreken, ik was toch altijd meer op zoek naar geluk dan naar geld of maatschappelijk aanzien. Veel moeite heb ik dus niet gedaan om het nog verder te schoppen. Afstuderen en een baan vinden, in een koopwoning een gezin stichten en ieder jaar op vakantie kunnen gaan vond ik al prima. Ja, ik ben een echte middenklasser gebleven.


Geld ~ 1) Aardse slijk 2) Bankbiljet 3) Betaalmiddel 4) Betalingsmiddel 5) Cash 6) Centen 7) Contante middelen 8) Doekoe 9) Duimkruid 10) Duiten 11) Flappen 12) Gemunt metaal 13) Handolie 14) Hiermee kan je betalen 15) Kapitaal 16) Kasmiddelen 17) Knikkers 18) Lood 19) Mop 20) Munt 21) Pecunia 22) Pegels 23) Pegulanten 24) Pingping 25) Poen 26) Ruilmiddel


De maatschappelijke ladder, bestaat die eigenlijk nog wel? Als hij er nog is, dan staat op de onderste sport in ieder geval startkwalificatie, een mbo-, havo- of vwo-diploma. Twintig procent van onze samenleving heeft deze stap niet kunnen zetten en de zestig procent, die dit wel kon, vormt de huidige middenklasse en moet hard werken om niet van de ladder af te vallen.

Ze moeten hun eigen broek op houden, komen niet in aanmerking voor zorg- of huurtoeslag, worden geconfronteerd met sterke huurverhogingen en moeten voor de gezondheidszorg meer zelf betalen. Rondkomen met het inkomen van één partner is steeds moeilijker, vaste arbeidscontracten worden schaars en koopwoningen onbetaalbaar.

Ik heb het meegemaakt, maar ik heb het niet gezien. Wanneer is het werken om te leven omgeslagen in leven om te werken? Ik zag de vrije zaterdag komen, mechanisering werd automatisering en de werkweek kon terug naar 36 uur. Er kwam meer vrije tijd, uren voor een gelukkig gezinsleven en zelfontplooiing. Maatschappelijk welzijn was een breed gedragen doel.

Maar ergens heeft het proces zich omgekeerd en sloeg de hebzucht toe. Koersen, kwartaalcijfers en dividend namen de plaats in van vrijheid, gelijkheid en broederschap, democratie werd economie. De middenklasse is ingehaald door zijn eigen elite en de maatschappelijke ladder is een tweetrapsraket geworden. Voor bijna driekwart van de bevolking is kijken naar de lancering ervan het hoogst haalbare geworden. Nee, niet iedere soldaat heeft nog de maarschalksstaf in zijn ransel en de tijd dat krantenjongens miljonair konden worden ligt ver achter ons.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email