Het was het hoogtepunt van de arbeidersbeweging: de vrije zaterdag. Veertig uur werken in vijf dagen, en nu had Nederland vrije tijd genoeg om richting de verzorgingsstaat te gaan. Ergens in 1961 werd de vrije zaterdag voor ambtenaren ingevoerd, en aanvankelijk had mijn vader om de zaterdag vrij. Blijkbaar waren de meesters en juffen van mijn lagere school een ander soort ambtenaren, want zij werkten gewoon nog door op zaterdag. En dus moest ik die ochtend ook gewoon naar school.

Blijkbaar waren er ouders, die het lastig vonden, dat zij wel vrij waren, maar hun kinderen niet. Zo konden zij op zaterdagochtend nòg niet naar het strand of naar de dierentuin, of bij opa en oma op bezoek. En dus kreeg ik na een paar maanden van de meester een briefje voor mijn ouders mee naar huis, waarin hen naar hun mening gevraagd werd omtrent een vrije zaterdag voor hun schoolgaande kinderen. Ik denk, dat mijn ouders meer aan hun rust dachten dan aan strand of dierentuin, want ik kreeg niet de indruk dat zij dit nu zo’n goed idee vonden. Toen ik onderweg naar school het dichtgevouwen stembriefje opende, zag ik dat zij inderdaad nee hadden gestemd.

Het schoolplein dacht er anders over: schouder aan schouder liepen rijen leerlingen er heen en weer, en om hun keuze kracht bij te zetten, scandeerden zij: Wij stemmen voor! Wij stemmen voor! Als medestander stond ik in tweestrijd, want het briefje in mijn zak stemde tegen. Misschien was dit wel de eerste keer, dat ik de solidariteit met mijn ouders verbrak, want een paar klasgenoten vormden een nieuwe rij en ik wilde me niet laten kennen.

Geen idee, hoe de cijfermatige uitslag van de stemming was, maar er rolde in ieder geval wel een oer-Hollands compromis uit. Gedurende de wintermaanden moesten wij naar school, en in lente en herfst kregen we op zaterdag vrij. Vrij zijn wende heel snel, maar die donkere zaterdagochtenden in de winter werden er niet gemakkelijker door. Het compromis paste zich trouwens snel aan bij de maatschappelijke werkelijkheid, en een jaar later hadden zowel mijn vader als zijn kinderen iedere zaterdag vrij.


Stem ~ 1) Alt 2) Communicatiemiddel 3) Electorale mening 4) Electoraal geluid (crypt.) 5) Geluid 6) Geluid dat in de bus komt (crypt.) 7) Invloed 8) Inspraak 9) Kiesstem 10) Keel 11) Klank 12) Kol 13) Menselijk geluid 14) Meningsuiting 15) Medezeggenschap 16) Mening 17) Orgelregister 18) Oordeel 19) Register op een orgel 20) Register van een orgel


Deze pret duurde niet lang, want de middelbare school kende geen vrije zaterdag. Om te wennen kreeg de eerste klas op woensdag nog de laatste twee lesuren vrij, maar de zaterdag was onverbiddelijk. Vier lesuren tussen negen uur en vijf voor halfeen. Met de trein van vijf voor één was ik om halftwee thuis en kon mijn weekend beginnen. Met het wassen van de auto van mijn vader, voor f 2,50.

Drie jaar later werd de Mammoetwet ingevoerd, en kreeg iedere nieuwe leerling in het voortgezet onderwijs voortaan vrij op zaterdag. Wij niet, want wij waren van vòòr de Mammoetwet. Ieder jaar zagen we de school op zaterdagochtend een beetje leger worden, en toen ik in het examenjaar zat, kwam ik, naast mijn jaargenoten, alleen nog leerlingen uit klas vijf van gymnasium en hbs tegen. We hadden de kantine voor onszelf, dat wel.

Natuurlijk hadden de meeste leraren ook het liefste vrij, zodat er altijd maar een klein groepje lesgaf. Ik kan me niet herinneren op zo’n zaterdag ooit Frans of Engels gehad te hebben, maar de leraar Duits was altijd present. Een mooie dag voor een idioomrepetitie Schwere Wörter, moet hij gedacht hebben, want menig vrijdagavond werd in beslag genomen door dit brok huiswerk. Tel daar nog twee uur Grieks en een uurtje Latijn bij op, en je bent wel toe aan je weekeinde. Alhoewel, ik was inmiddels afwasser geworden bij een restaurant, waar ik tot ’s avonds halfelf in de spoelkeuken te vinden was.

Die ene scanderende rij, op het schoolplein van de lagere school, is overigens ook mijn laatste geweest; er is geen groot actievoerder aan mij verloren gegaan. Er waren kansen genoeg, om mee te lopen in een protestdemonstratie, maar ik heb ze allemaal voorbij laten gaan. Lid worden van een politieke partij? Eh, nou nee. Wat democratie betreft ben ik een echt burgermannetje: keurig vul ik iedere keer mijn stembiljet in, en dat was het dan weer. Met al mijn kinderen ben ik hun eerste keer meegegaan naar het stembureau, om hen te overtuigen van hun democratische plicht. Misschien dat ik eens een Statenverkiezing voorbij heb laten gaan, of een keertje echt niet wist waar ik op moest stemmen; bij alle andere verkiezingen heb ik me keurig gemeld op het stembureau, in de sociëteit van het bejaardenhuis.

Want wees nu eerlijk, de Nederlandse democratie is toch een sprookje? Waar anders kunnen dochters van ministers trouwen met een prins, en prinses worden? Of zelfs koningin?

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email