Mijn oudste broer is zaterdag jarig. Hij is lichamelijk gehandicapt en ik heb hem voor de laatste keer gezien bij de crematie van mijn vader. De dag erna, nu inmiddels meer dan vijf jaar geleden, lag er een brief op de mat waarmee hij ieder contact met mij verbrak. Zijn adres is nog het enige wat ik van hem ken, zodat ik af en toe kan controleren of zijn naambordje er nog hangt. Dan weet ik weer heel even dat hij daar nog woont en dus nog in leven is.

De afgelopen jaren heb ik moeten leren dat er voor een relatie twee personen nodig zijn. Wanneer één van beiden niet wil, is het voor de ander trekken aan een dood paard. Ik kan daar inmiddels aardig mee omgaan, maar in de week voor zijn verjaardag heb ik het altijd een beetje moeilijk. Hoe dichter zijn geboortedatum nadert, des te meer gaan mijn gedachten terug naar vroeger en verbaas ik mij erover dat mijn goede herinneringen hem blijkbaar niets meer waard zijn.

Een oom en tante van mijn vader emigreerden in de jaren vijftig naar Australië en de familie dacht voorgoed afscheid van hen genomen te hebben. Over en weer schreef men brieven en er werden foto’s opgestuurd, maar daar bleef het bij. Australië was te ver weg en een bezoek te duur. Gelukkig kwam daar twintig jaar later verandering in, want er werd down under hard gewerkt en flink gespaard voor de grote reis terug naar het geboorteland. Ineens zaten er neven en nichten in de huiskamer, die wel een opfriscursus Nederlands konden gebruiken, maar die de smaak van drop en kroketten nog niet vergeten waren. Overal werden zij gastvrij ontvangen, en als tegenprestatie nodigden zij hun familieleden uit voor een tegenbezoek.

En zie, mijn vader, die vroeger nooit op vakantie ging en zijn vakantiegeld liever besteedde aan een nieuwe radio, besloot er met mijn zus naartoe te gaan. Mijn moeder had het niet zo op vliegen en vond dat mijn zus, die inmiddels ook in een rolstoel zat, wel een verzetje kon gebruiken. Zelf bleef zij liever thuis om voor mijn broer te zorgen. Vader en dochter vertrokken en overlaadden het thuisfront met ansichtkaarten en korte briefjes. De reis was een succes en mijn vader kwam thuis met lange verhalen, waarin hij bij herhaling de conclusie trok dat mensen in Australië pas wisten wat leven was.


Vliegen ~ 1) Fladderen 2) Hard rijden 3) Hardlopen 4) Ijlen 5) Jachten 6) Jagen 7) Jakkeren 8) Luchtvaart 9) Luchtverkeer 10) Manier van reizen 11) Opschieten 12) Reppen 13) Scheren 14) Schieten 15) Sjezen 16) Snellen 17) Spoeden 18) Sport 19) Stuiven 20) Suizen 21) Tak van sport 22) Vogeleigenschap 23) Voorbijsnellen 24) Wijze van reizen 25) Zeer snel lopen


Natuurlijk moest mijn broer die reis ook maken, en ditmaal mocht ik als begeleider mee. In de eindfase van mijn studie kon ik vijf weken vrijmaken door me in recordtijd door tien boeken voor een literatuurtentamen heen te werken. Dat ging zo snel, dat ik een uur na dat tentamen niets meer wist van wat ik in al die weken gelezen had: het doel was bereikt en de bestanden in mijn hoofd werden onmiddellijk gewist. Het was tijd voor de verplichte vaccinaties, het avontuur wachtte.

Een vriend sloot zich bij ons aan en met z’n drieën hadden we tussen Amsterdam en Bangkok meer dan tien uur de tijd om van onze luchtdoop te genieten. En na een stop-over van vijf dagen in Thailand nog eens tien uur tussen Bangkok en Sydney, waar ik inmiddels met blaren op mijn handen in het vliegtuig zat. In het hotel was het al trap-op-trap-af met de rolstoel, en in de tempels zocht Boeddha het ook graag hogerop. Maar ik had er graag voor over, want mijn broer zou met zijn spierziekte waarschijnlijk niet veel ouder worden dan dertig, en hij was inmiddels al achtentwintig.

Van Australië herinner ik mij vooral het gevoel van ver van huis zijn. Ik zag de wereldbol voor me, waar Nederland ergens op de bovenste helft lag, en ik me in the land of the long weekend ergens aan de onderkant bevond. Ik verloor met waterskiën op de Parramatta River een contactlens, zwom veilig in een rockpool met uitzicht op de haaien in de Stille Oceaan en leerde wat barbecueën is. We gingen met de metro naar het centrum van Sydney, met de veerboot naar de overkant van de haven en zagen de Sydney Harbour Bridge en het Opera House. Op weg naar Canberra sliep ik voor het eerst in een motel en bezocht in de hoofdstad een monument voor Australische soldaten, gesneuveld in een Europese oorlog. Ik zag mijn broer van dit alles genieten en dacht dat het goed was.

Soms lijkt het wel of de tijd sneller vliegt dan welk vliegtuig ook, dat de tijd ons zo ver van elkaar kan verwijderen dat we onbereikbaar worden.  Hemelsbreed woont mijn broer nog geen dertig kilometer bij mij vandaan, maar het is makkelijker een vliegticket naar het einde van de wereld te kopen dan om die afstand te overbruggen. Ik zal blij zijn, als ik het blaadje van deze week van de kalender af kan scheuren en ik weer verder kan met ermee leren leven.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email