Mijn geheugen is flexibel en past zich moeiteloos aan aan de omstandigheden. Op zomerse dagen herinner mij al die zonnige dagen uit mijn jeugd, waarin de warmte eindeloos leek en ik altijd te veel kleren droeg. Of ik herinner mij de dagen op de studentenflat, waarop de riekende vuilniszakken voor de etagedeur erom smeekten uitgelaten te worden. Op vakantie is het altijd makkelijker terug te denken aan al die vorige vakanties, die ook veel te snel voorbijgingen, net zoals het ‘s ochtends, als de wekker gaat, het makkelijker is om terug te denken aan de dagen waarop dat ding twee uur eerder afging. Met Pasen in detail terugdenken aan kerstvieringen uit het verleden, of op het strand aan de eerste pogingen tot schaatsen, is onbegonnen werk. Mijn geheugen heeft context nodig.

Soms ga ik zelf op zoek naar die context. Op koningsdag zag ik de grote zwarte bril van vastgoedprins Bernhard en ik moest ineens denken aan Okkie Trooy, de uitvinder uit een televisieserie voor kinderen aan het begin van de jaren zestig. En onmiddellijk kwamen er twee vragen bij mij op: hoe zat het ook alweer met die krentenbollen en wanneer kregen wij thuis voor het eerst televisie?

Het antwoord op de krentenbollen was snel gevonden: de enige uitvinding van Okkie Trooy was een koffer, die vol krentenbollen zat als hij deze zelf opende, maar die voor anderen leeg bleef. De gelijkenis met prins Bernhard ging dus verder dan die bril, want als deze prins naar Amsterdam gaat, heeft hij 349 panden waar anderen niet aan een woning kunnen komen.

De tweede vraag was lastiger en de sleutel tot het antwoord lag in de televisieprogramma’s, die ik ’s avonds in pyjama en met natte haartjes thuis op de bank gezien had. Ik moest verder terug dan de Elfstedentocht van 18 januari 1963 en de actie Open het dorp van 26 en 27 november 1962, want van beide marathonuitzendingen heb ik thuis stukjes gezien. Toen hadden we dus al een televisie. Van de Elfstedentocht herinner ik mij vooral nog de ronde reclameborden voor de handcrème Glycerona, die te pas en te onpas voor de camera verschenen, bij Open het dorp had ik voor het eerst ’s ochtends voor schooltijd televisie gekeken. Dat beviel prima.

Aan Dappere Dodo of Coco en de vliegende Knorrepot bewaar ik weinig herinneringen, zodat Opa Buiswater, juffrouw Vulpen of het varkentje Knor mij niet verder gingen brengen. Nee, het antwoord moest komen van mijn favoriete jeugdseries Ivanhoe, met Roger Moore als teruggekeerde kruisridder, of van de westernserie Bonanza, met de avonturen van de familie Cartwright.

De eerste Nederlandse uitzending van Ivanhoe was op 21 oktober 1961. De eerste aflevering van Bonanza kwam al in 1959 op de Amerikaanse televisie, en werd hier eerder uitgezonden dan Ivanhoe. Wanneer ik hieraan de herinnering toevoeg dat mijn beste schoolvriend mij jaloers probeerde te maken omdat hij die avond wel naar Bonanza kon kijken en ik lekker niet, kom ik tot de voorzichtige conclusie dat mijn ouders eind 1961, begin 1962 een televisietoestel hebben gekocht.

Misschien hebben we op tweede kerstdag 1961 wel met het hele gezin naar Billy Smart’s Kerstcircus gekeken, met een glaasje rozijnen op wijn. Kijk, dat doet een contextrijke omgeving voor mij: in mei komen er zelfs kerstdetails bovendrijven.


Pyjama ~ 1) Babydoll 2) Bedkledij 3) Bedkleding 4) Bedkleren 5) Kledingstuk 6) Nachtgewaad 7) Nachtgewaad of nachtkleed 8) Nachtgoed 9) Nachtkledij 10) Nachtkleding 11) Nachtkleren 12) Slaapgoed 13) Slaapkledij 14) Slaapkleding 15) Slaapkleren


Ook bij mijn eigen kinderen was zaterdagavond het moment bij uitstek om in pyjama en met natte haartjes nog even televisie te kijken. Eerst The flying doctors uit Cooper’s Crossing in hartje Australië en later Oppassen!!! met de opa’s Willem Bol en Henry Buys. Kort hierna raakte het gezamenlijke televisiekijken in het slop, want de belangstelling van de groter wordende kinderen groeide uit elkaar. De Dag Top 5 van TMF was eigenlijk het laatste bindende element, juist omdat het eenheid in verscheidenheid was: ieder had zijn eigen favoriete muziekclips, tot aan papa toe. En tegen die tijd droeg niemand nog een pyjama en moest hierna naar bed.

Voor de belangstellende lezer: ik draag allang geen pyjama meer, het laatste exemplaar heb ik aangeschaft toen ik in 1986 zonder schildklier in het ziekenhuis belandde. Toen was zo’n ouderwetse flanellen pyjama met vale strepen al niet meer verkrijgbaar en werd het een exemplaar van donkerblauw tricot. Buiten het ziekenhuis heb ik die pyjamabroek nooit meer aangetrokken en ergens in de jaren negentig ben ik overgestapt op een shortama, een pyjama met korte broek. Van die korte broeken heb ik er nog drie ongedragen in de kast liggen, zodat ik tegenwoordig kan volstaan met een T-shirt. Een beetje ruim, maar niet te, anders blijft het shirt achter wanneer ik me omdraai.

Waar ik wel een beetje tegenop zie zijn de pyjamadagen, straks in het verzorgingstehuis. Dat mag vast niet meer in shortama of T-shirt. Maar misschien heb ik dan wel genoeg tijd om alle 431 afleveringen van Bonanza te zien, op een breedbeeldtelevisie in de huiskamer. En misschien ga ik dan weer eenmaal per week in bad, bij voorkeur op zaterdagavond.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

 

 

Print Friendly, PDF & Email