Hoeveel boeken zou ik in mijn leven tot nu toe gelezen hebben? Die vraag is een stuk moeilijker te beantwoorden dan de vraag naar het aantal van de afgelopen jaren, want dat ligt niet zo erg hoog. Blijkbaar ben ik niet meer op zoek naar onontgonnen literaire velden, zijn er geen schrijvers meer van wie ik alles gelezen wil hebben. Blijkbaar zijn er te weinig momenten waarop alles in en om mij heen stil is, momenten waarop het huishouden aan kant is, de tuin niet om aandacht vraagt en ik van mezelf niet hoef te tekenen, te schilderen of te schrijven.

Dat was op de middelbare school wel anders. Op zoek naar het echte leven verslond ik meters boeken en las alles wat ik van Wolkers, Campert of Mulisch in handen kreeg. Ik bleef wakker met Willem Frederik Hermans, kreeg rode oortjes van Jan Cremer en verdiepte mij voor mijn literatuurlijst vol enthousiasme in Louis Couperus, Willem Elschot en F. Bordewijk. Ook leerde ik Martin Beck kennen, de hoofdpersoon van de maatschappijkritische Zweedse misdaadromans van Maj Sjöwall en Per Wahlöö en kende ik alle grappen uit de strips van Asterix uit mijn hoofd.

Studeren deed mijn leeslust geen goed. Dag in dag uit worstelde ik me op mijn studentenflat door vuistdikke handboeken heen, als voorbereiding op een werkgroep of op het schrijven van een paper. Die studie geschiedenis was een aaneenschakeling van literatuurtentamens, waarbij tien boektitels het absolute minimum was. Van de finesses van het middeleeuwse leenstelsel tot aan de Chinese weg naar het communisme, alles was vastgelegd in wetenschappelijke uitgaven en niets werd aan de verbeelding overgelaten. Bovendien had ik voor het echte leven geen boeken meer nodig, dus waarom zou ik nog meer lezen?

Na het studentenleven kwam de drang om te lezen weer enigszins terug, maar niet meer zo intens als daarvoor. Ik ontdekte de biografie en ging met John Lennon, Mick Jagger en Marianne Faithfull terug naar de jaren zestig. Een boek kocht ik nog zelden zelf, ik las wat ik op mijn verjaardag kreeg of tegenkwam in de boekenkast van mijn broer. Hiermee trad ik toe tot de categorie luie lezers, die niet hun eigen vraag formuleren maar zich door het aanbod laten leiden. Gaandeweg ging ik ook aan een leesstoornis leiden: een jaar lang las ik niets om me in de zomervakantie voor de tent door een enorme stapel boeken heen te eten. Waarna ik er weer voor een jaar genoeg van had.


Hemelvaart ~ 1) Christelijke feestdag 2) Feestdag (christelijk) 3) Hemelvaartsdag 4) Katholieke feestdag 5) Oprijden 6) Opvaart 7) Protestantse feestdag 8) Stijging 9) Vaart


Bougainville van de schrijvende diplomaat F. Springer was één van die boeken uit de kast van mijn broer, en ik denk er met groot plezier aan terug. Niet aan het plot, dat ben ik allang vergeten, maar wel aan het rijtje exotische plaatsnamen, waar het eiland in de Stille Zuidzee uit de titel er één van is. Het zijn beeldende namen, die ook mijn fantasie prikkelen en dromen oproepen van verre oorden met kleurrijke zonsondergangen. Cape Farewell in Nieuw-Zeeland, Alice Springs in Australië, Mandalay in Myanmar en Cox Bazaar in Bangladesh hadden ook Shangri-La, El Dorado of Never-never Land kunnen heten, want waarschijnlijk is hun dagelijkse werkelijkheid een stuk minder liefelijk dan Springer suggereert. Maar wie niet droomt, heeft geen vleugels.

Mijn Bougainville heet Ascunsión. De hoofdstad van Paraguay heet voluit Nuestra Señora Santa María de la Asunción en deze mooie volzin verwijst naar de hemelvaart van Maria. De naam brengt mij terug naar mijn vroegste jeugd, toen ook in katholiek Nederland op 15 augustus dit kerkelijke feest nog gevierd werd en ik denk onmiddellijk aan de lichtblauwe kleur van de mantel van Maria. In Het gebroken oor ontmoet ik hier samen met stripheld Kuifje generaal Alcazar en leer ik er mijn eerste Spaanse woord: caramba! Met de toppen van de Andes op de achtergrond zingen Simon en Garfunkel hier voor mij El condor pasa en als ik de weemoedige klanken van de Zuid-Amerikaanse panfluit hoor, realiseer ik me dat ik alweer even geleden is dat ik dergelijke muzikanten hier op het winkelcentrum zag.

Natuurlijk wil ik Ascunsión niet bezoeken, want dan is de magie voorgoed weg. Ooit kreeg ik schilderachtige fantasieën bij het horen van de naam Les Saintes-Maries-de- la- Mer, maar de vissersboten van Van Gogh lagen niet meer op het strand en schaduwplaatsen kende de camping niet. In de naam Ciudad Juárez klonk voor mij de muziek van een mariachi-orkest door, maar ik weet inmiddels dat er in het grensgebied tussen Mexico en de Verenigde Staten een drugsoorlog woedt en dat dit één van de gevaarlijkste steden ter wereld is. Daarom ga ik ook niet naar Uddevalla, naar Tristan da Cunha of naar de oevers van de Berezina, want net als in boeken kan de werkelijkheid doorgaans niet tippen aan mijn fantasie. Ik denk dat ik een romanticus ben, die liever thuis blijft.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

 

 

Print Friendly, PDF & Email