Van mijn jongste kleinzoon zijn in de eerste twee maanden al zo’n honderdvijftig foto’s gemaakt en dat is volkomen logisch. De smartphone is immers altijd in de buurt en hij is met zijn lieve lach en enorme haardos nu eenmaal een fotogeniek kereltje. Bovendien doet hij met zijn Beatles-koppie zijn voornaam Lennon alle eer aan.

Van het eerste levensjaar van zijn opa zijn er welgeteld vijf foto’s, en ik heb er ruim twintig jaar over gedaan om honderdvijftig maal gekiekt te worden. Hierin mag ik mijn zusje dankbaar zijn, want zij vroeg voor haar veertiende verjaardag een fototoestel en werd hiermee het eerste fotograferend gezinslid. Daarvoor waren het ooms-met-een-fototoestel of fotografen aan huis geweest, die geregisseerde fragmenten van ons gezinsleven vastlegden.

Het was dan ook een feest als er een pasfoto gemaakt moest worden. Natuurlijk gebeurde dat niet zomaar, er was altijd een zwaarwichtige reden in de vorm van een paspoort of een abonnement voor nodig. Zo’n foto streelde mijn ego, hoogstwaarschijnlijk omdat het voelde als een broodnodige bevestiging van mijn identiteit. Met veel zorg bewaarde ik er van iedere serie eentje, en schreef de datum op de achterkant. Op de laatste pagina van het fotoalbum van de eerste vijfentwintig jaren van mijn leven heb ik ze, in chronologische volgorde en op zwart fotokarton, bij elkaar geplakt. Omdat het album eerder vol was dan zijn afsluitende bladzijde, heb ik nog tien jaar lang deze ego-verzameling hier kunnen aanvullen.

Alleen mijn oudste pasfoto ontbreekt. Ik zat in de eerste klas van de lagere school en had de zondag ervoor mijn eerste communie gedaan. Bij die gelegenheid kreeg ik cadeautjes, waaronder veel stuivers en dubbeltjes, ja zelfs kwartjes. Voor een abonnement op het Dordtse Wantijbad moesten mijn broer en ik pasfoto’s laten maken bij de fotograaf op het Vrieseplein, en ik had mijn hele kapitaal die middag meegenomen. De foto’s waren zo gemaakt en gezamenlijk hebben we de rest van de woensdagmiddag al mijn geld uitgegeven aan snoep en ijs. Bij het avondeten kwamen mijn ouders hier natuurlijk achter en jarenlang heb ik moeten leven met het stigma van een gat in mijn hand. Maar die pasfoto heb ik er helaas niet aan overgehouden.


Haar ~ 1) Baardgroeisel 2) Begroeid terrein 3) Begroeiing 4) Bezittelijk voornaamwoord 5) Bijwoord 6) Bos haar 7) Deel van het gezicht 8) Deel van het hoofd 9) Deel van het lichaam 10) Deel van een strijkstok 11) Dier 12) Fractie 13) Haarbosje 14) Hoofdbedekking 15) Hoofdhaar 16) Hooggelegen stuk heide 17) Hoogte in een heide 18) Huidbedekking


Ze leveren een schat aan informatie op, deze foto’s. Op de hele bladzijde is het mij twee keer gelukt om naar de camera te lachen, op drie foto’s kijk ik vriendelijk in de lens en op de overige twintig pasfoto’s staat mijn chagrijnige gezicht, geheel in tegenspraak met dat heerlijke fotomoment. Als ik deze foto’s als graadmeter voor mijn geluksgevoel zou nemen, kom ik niet boven het vriespunt. Zes jaar lang heb ik contactlenzen gedragen, en in de tien eraan voorafgaande jaren heb ik vijf verschillende brillen versleten. Met mijn zwarte nerdbril uit 1966 zou ik vandaag de dag geen gek figuur slaan, en mijn pilotenbril uit 1973 zou nu als zonnebril niet misstaan.

Toch is deze zwarte bladzijde vooral een verslag van de strijd met mijn moeder over de lengte van mijn haar. Het is een gevecht, dat ik in de jaren zestig kansloos verloor, want pas op een pasfoto uit 1971 zijn mijn oren niet meer zichtbaar. Daarna gaat het snel, een jaar later ga ik studeren en ben ik eindelijk verlost van haar dagelijkse kritische blikken en de wekelijkse zakgeldchantage. Het vreemde is, dat ik mij niet kan herinneren waarom ik begin 1976, met nog drie studiejaren te gaan, mijn haar weer kort heb laten knippen. Ik weet alleen nog dat ik bij die gelegenheid ook mijn oorring heb uitgedaan, omdat ik dit met dat korte haar geen gezicht vond. Het gaatje bleef zichtbaar en ontlokte later bij een leerling de vraag, of ik mijn oorring alleen in het weekeinde droeg.

Op de laatste pasfoto is er op mijn bovenlip een dun snorretje zichtbaar, die op de daaropvolgende foto’s ietsjes dikker wordt. Ik ben dan klaar voor de jaren tachtig, en al helemaal wanneer ik de contactlenzen inruil voor een grote roze bril en mijn haar achterover kam, met veel gel erin. Peter Koelewijn had helemaal gelijk, toen hij zong: Je wordt ouder papa, geef het maar toe.

In een volgend album gaat de serie foto’s gelukkig verder, ditmaal met dank aan de schoolfotograaf die ieder jaar weer een nieuw portret schiet. Op de eerste foto’s is de snor verdwenen en trekt mijn coupe zich nog niets aan van de groeiende inhammen. Maar een paar pasfoto’s later, als ook het midden van mijn voorhoofd de strijd tegen haaruitval aan het verliezen is, neem ik een rigoureuze maatregel. De kapper kan zijn schaar laten liggen en heeft vanaf dat moment genoeg aan de tondeuse, standje twee. Het leven begint bij veertig, nietwaar? Op de erop volgende pasfoto’s blijf ik trouw aan mijn glasbril en verander ik niet veel meer. Vanaf dat moment word ik alleen maar ouder.

Goedbeschouwd heb ik nu dus al vijfentwintig jaar hetzelfde kapsel en doorgaans heb ik er vrede mee. Maar als ik mijn kleinzoon met zijn grote bos haar in de box zie liggen, denk ik toch met enige weemoed terug aan de tijd, dat voor mij langharig beter was dan kortzichtig.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email