Eén van onze dochters woont al zo’n tien jaar in Barcelona, dus denk ik dat ik al minstens twintig keer de hoofdstad van Catalonië bezocht heb. Het lijkt wel of de zon er altijd schijnt, en wanneer ik plaats neem op zo’n aluminium stoeltje op het terras van Café Zurich voel ik me enigszins uitstijgen boven andere toeristen, die met hun ratelende rolkoffertje op weg zijn naar de halte van de Aerobus aan de Plaça de Catalunya. Ik hoef nog niet naar het vliegveld, want ergens in deze stad is een voordeur waarvan ik de sleutel in mijn zak heb. Ik ben gast, geen toerist.

Bijna alle bezienswaardigheden heb ik inmiddels wel bekeken, en ik prijs mezelf gelukkig dat ik de huizen van Gaudí aan de Passeig de Gràcia heb bezocht toen er nog geen busladingen Aziatische toeristen lange rijen voor de deur vormden. Sterker nog, tot ver in de buitenwijken heb ik bouwwerken van Gaudí bezocht en natuurlijk ben ik meerdere malen in Park Güell geweest, toen de toegang nog gratis was. Ik zie de torens van de Sagrada Familia iedere keer hoger worden en mijn bewondering voor de architect groeit.

Natuurlijk ben ik in het Palau de Música geweest, heb ik de kathedraal weer uit de steigers zien komen en wist ik in de kleine straatjes van de Barri Gotíc het museum van Picasso te vinden. Ik heb de stalletjes met vogelkooitjes van La Rambla zien verdwijnen, de bewegende beelden zich aan de tijd zien aanpassen en ik heb nog nooit een karikatuur van mezelf laten tekenen door een van de plaatselijke kunstenaars.

Nog altijd wijst Columbus op zijn zuil naar zee, waarover het geld voor de hem omringende koloniale gebouwen Spanje binnenkwam. In de havens erachter meert in kolossale cruiseschepen nu het nieuwe geld aan en de Olympische Spelen van 1992 hebben even verderop de kustlijn getransformeerd tot een moderne skyline met jachthavens en de blinkende gouden vis van Frank Gehry, 46 meter lang en 35 meter hoog.

Eén keer heb ik in de rij gestaan voor de kabelbaan over de haven naar de berg Montjuïc, maar de rij was lang en de zon zo warm, dat het mij ineens niet meer de moeite waard leek. Ik kon de lokroep van de terrasjes aan het strand van Barceloneta niet weerstaan en zou ook die keer de bovenstad uit het boek In de schaduw van de wind van Carlos Ruiz Záfon niet bezoeken.


Vrijheid ~ 1) het vrij-zijn, onafhankelijkheid: vrijheid, blijheid iedereen moet maar doen waar hij zin in heeft 2) daad die de gewone grenzen overschrijdt: zich vrijheden veroorloven


Vlakbij het Paviljoen van de Wereldtentoonstelling 1929 van Mies van der Rohe, waar de eerste exemplaren van zijn beroemde Barcelona-stoel nog steeds staan, ligt op Montjuïc ook het museum van de Catalaanse kunstenaar Miró. Er gaat geen enkele metrolijn naar toe, dus van een bezoek aan dit paviljoen was het nog nooit gekomen. Daar ging nu verandering in komen.

Het is een markant wit gebouw, waarin de primaire kleuren en het groen van de surrealist goed tot hun recht komen. Het museum ademt licht en lucht, maar veel schilderijen dragen littekens van geweld met zich mee. De realiteit van de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog hebben diepe sporen op de doeken achtergelaten, maar laten ook zien dat de kunstenaar zich nooit zijn creatieve vrijheid heeft laten afnemen.

In een bovenzaal van het museum werd een film gedraaid, waarin de schilder zijn doek verbrand, alvorens dit te gaan beschilderen. Op de begane grond hangen twee van zulke werken en ze kwamen me wat vreemd en krampachtig over, tot ik me realiseerde dat de contouren van een schildersdoek een barrière voor creativiteit kunnen vormen, een grens die geslecht moet worden. Ik dacht terug aan Jimi Hendrix, die op het Monterey Festval in 1967 zijn Fender Stratocaster in brand stak, en bedacht me dat Jimi de grenzen van de zes snaren, die hij al zo ver verlegd had, nog verder achter zich wilde laten en ook totale creatieve vrijheid zocht.

Hendrix stierf op 27-jarige leeftijd en vormde met Brian Jones, Janis Joplin en Jim Morrison de oorspronkelijke 27 Club, een verzameling muzikanten die door een losbandige levensstijl voortijdig aan hun einde kwamen. Joan Miró werd een stuk ouder en van hem is het volgende citaat: Een schilderij kan gestolen of verbrand worden, maar de geestdrift waarmee de kunstenaar anderen stimuleert nieuwe kunstwerken te maken – dat wat een kunstenaar werkelijk kenmerkt – kan niemand een kunstenaar afnemen.

Wat voor schilderen geldt, geldt natuurlijk ook voor muziek en schrijven. Geestdrift, al dan niet verpakt in een losbandige levensstijl, brengt in combinatie met 3 primaire kleuren, 26 letters of 8 muzieknoten meer vrijheid dan wij soms aankunnen.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email