Mijn opnamecapaciteit voor gesproken woorden is beperkt. Voor geschreven woorden ook, maar dat ligt aan mijn ogen. Met een brillensterkte van min vijf, overal cilinderafwijkingen en een leesgedeelte aan de onderkant van het glas is mijn visus enigszins beperkt. Van veel lezen gaan mijn ogen op steeltjes staan. Van veel tekenen trouwens ook, maar dat kan ik niet laten.

Die gesproken woorden echter vullen mijn hoofd, zetten aan tot nadenken, leiden tot vragen en roepen allerlei associaties op, terwijl de meeste sprekers ondertussen in een rap tempo doorgaan. Op zo’n moment is mijn hoofd te vergelijken met een wastafel, die niet helemaal goed doorloopt. De kraan staat open, de bak vult zich tot voorbij het overloopgaatje en stroomt tenslotte over.

Meestal komt het niet zo ver, mijn concentratie vervliegt en ik haak af. Terwijl ik af en toe jaja, sjonge of inderdaad mompel, ben ik naarstig op zoek naar een nooduitgang, naar buitenlucht of de rust van een toilet.

Daarom heb ik ook zo’n hekel aan talkshows. Soms is het de presentator die in de hem toegemeten vijftig minuten twee uur wil vol praten, soms zijn het de gasten die zich niet het woord willen laten ontnemen. Vaak zijn dit politici, die zonder interruptiemicrofoon blijven praten, ook wanneer iemand anders van de monoloog een gesprek probeert te maken. Nee, in een krampachtige poging om te scoren blijven ze gewoon doorpraten, tegen iedere fatsoensnorm in. De kans dat ik bij een volgende verkiezing op zo’n persoon ga stemmen, is dan allang verkeken.

Veel andere televisieprogramma’s hebben overigens ook last van de overwaardering van het gesproken woord. Het journaal brengt een nieuwsfeit en, alsof ik het anders niet kan bevatten, laat vervolgens een aantal landgenoten hierover hun mening geven. Nog erger zijn de programma’s, die eerst iets in beeld brengen en dan vervolgens een voice over of één van de hoofdrolspelers nog eens laat vertellen wat ik zojuist gezien heb. Nee hoor, met mijn kortetermijngeheugen is nog niets mis.


Gedachte ~1) Begrip 2) Denkbeeld 3) Dunk 4) Gepeins 5) Idee 6) Inval 7) Inzicht 8) Mening 9) Overleg 10) Plan 11) Voornemen 12) Voorstellingsvermogen 13) Zin


Ondanks al dit roeptoeteren is 97% van alle Nederlanders nog bekend met het mooie woord mijmeren, met het in gedachten verzonken zijn. Ik mijmer graag, maar zoals gezegd is dit geen vrije keuze, het gaat vanzelf. Ik hoor of zie iets, wat me ergens aan doet denken en voor ik het weet ben ik al drie zijstraten verder.

Soms denk ik dat dit een vlucht is uit de werkelijkheid, een truc die ik mezelf heb aangeleerd op momenten, waarin die werkelijkheid niet altijd even goed te verdragen was. Probeer in het hier en nu maar eens door veertien wekelijkse lesuren Latijn en Grieks heen te komen, of door verplichte kerkdiensten en verjaardagsvisites, door teamoverleg en rapportvergaderingen, door jaaropeningen of personeelsuitjes.

Sonnet V van Willem Kloos heb ik nooit als godslasterlijk beschouwd. De bekende dichtregels Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten, en zit in ‘t binnenste van mijn ziel ten troon waren voor mij juist een feest van herkenning. Gedachten zijn vrij en in denken ben ik autonoom en er is geen vader of moeder geweest, geen onderwijzer of leraar, geen pastoor of dominee, geen collega of leidinggevende die mijn mijmeren aan banden heeft kunnen leggen.

Er is echter één keerzijde: te vaak vluchten uit de werkelijkheid kan erin terugkeren moeilijk maken en de blik op het echte leven vertroebelen. Alles van vroeger blijft dan onvoltooid verleden tijd, beter of juist slechter dan het heden. Dan blijken die vrije gedachten ineens vogelvrij, een speelbal van herinneringen die een eigen leven gaan leiden. Dan glijdt vandaag voorbij in de schaduw van gisteren en wordt het leven een indirecte ervaring. En dat is zonde van de tijd.

Dus heb ik mezelf maar weer eens voorgenomen troonsafstand te doen en de dagelijkse realiteit te omarmen. Die is overigens zo slecht nog niet, want ik heb natuurlijk altijd nog mijn creativiteit waar ik op terug kan vallen. De gedachte aan iets moois maakt toch immers iedereen blij, zong Armand in zijn Blommenkinders uit 1967, en weet je wat? Hij had gelijk. De zomer staat voor de deur en ik denk dat ik mijn mantra voor de komende maanden wel gevonden heb.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email