Voor me ligt een klein zwart multomapje, het receptenschriftje van mijn moeder. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om het bij het uitruimen van het huis weg te gooien, nu alweer zo’n vijf jaar geleden. Na haar overlijden heeft mijn vader er vast geen gebruik meer van gemaakt, want de maaltijden van mijn moeder waren lekker, maar ook bewerkelijk. En hij was bepaald geen keukenprins, zelfs koffiezetten gaf hij graag uit handen. Uiteindelijk werden het vaak magnetronmaaltijden en altijd was hij op zoek naar een goede maaltijdenservice. Regelmatig lag er een nieuw foldertje op tafel met smakelijke mogelijkheden. Als hij bij mijn dochter ging eten, at hij twee dagen achter elkaar hetzelfde. Zij maakte dan extra veel klaar, want de restjes nam hij in een diepvriesdoosje graag mee naar huis. Niet voor de vriezer, maar voor de volgende dag.

Mijn moeder was efficiënt en zag er niet tegenop om voor veel mensen te koken. Maar ze hield niet zo van verandering. Recepten, die zich hadden bewezen, bleven een vaste plaats in haar maaltijdenpatroon houden. Maar dan moet je wel bijhouden welke maaltijd je aan wie voorgeschoteld hebt, en dat was de tweede functie van dat multomapje. Zo lees ik dat Peter en Rita op 28 augustus 1982 gevulde peren, aspergesoep, sla, snijbonen en Franse kaas hebben gegeten. Waarschijnlijk met aardappelen en vlees, maar dat vermeldt het overzichtje niet. Op 15 april 1995 eet dezelfde visite een garnalencocktail, groentesoep, gebakken vis, worteltjes, kleine sperziebonen en als toetje ijs met warme kersen.

In zijn acht jaar als weduwnaar moet mijn vader haar maaltijden erg gemist hebben, en het is logisch dat hij de ideale cateraar nooit meer heeft kunnen vinden.

Op verjaardagen werd er flink uitgepakt, maar dan had mijn moeder geen zin om lang in de keuken te staan. In het voorvakje van het mapje zit, in een oude gele giro-enveloppe, een stapeltje rekeningen van de slager bij wie zij salades bestelde. Op een verjaardag van mijn broer, gezien de datum van de nota, zijn er vier huzarensalades besteld, twee zalmsalades en twee schotels met vleeswaren voor het totaalbedrag van tweehonderdnegentig gulden. Maar blijkbaar is niet alles opgegaan, want in haar kenmerkend keurige handschrift staat onderaan de nota geschreven: In het vervolg twee huzarensalades.

Ja, mijn moeder was efficiënt. Achter sommige schotels op het menu staat tussen haakjes een paginanummer, misschien verwijzend naar Het Haagse Kookboek, haar bijbel achter het fornuis. Helemaal zeker weet ik dat niet, want ik kan me wel goed voorstellen dat er op bladzijde 532 rosbiefrolletjes staan, maar kende het boek al de kiwicocktail van bladzijde 94 of de gedroogde pruimen met kaascrème van bladzijde 530? Het leek indertijd een goed idee, om dat oer-Hollandse kookboek mee te geven aan mijn dochter in Spanje, maar of zij veel heeft aan de recepten van de Huishoudschool aan de Haagse Laan van Meerdervoort uit 1934 betwijfel ik nu toch wel. Olijfolie komt er niet in voor en van tapas en paella hadden we hier nog nooit gehoord.


Recept ~ 1) Bereidingsvoorschrift 2) Bereidingsvoorschrift van een geneesmiddel 3) Bereidingsvoorschrift van spijzen 4) Bereidingswijze 5) Briefje voor geneesmiddel 6) Dokters eetvoorschrift 7) Doktersvoorschrift 8) Formule 9) Gebruiksvoorschrift 10) Geneesmiddelenbriefje 11) Kookinstructie 12) Kookvoorschrift 13) Medische term 14) Prescriptie


Helaas had mijn moeder ook een ijzersterk recept voor ruzie. Bang voor conflicten was zij niet en als ik het waagde vraagtekens te zetten bij haar beslissingen, kon de kritiek scherp zijn. Daarnaast was zij bijzonder volhardend in haar keuzes, ook als deze ten koste van haarzelf gingen. Mijn ouders waren ervan overtuigd dat het laten bouwen van een gelijkvloerse woning de oplossing was voor de erfelijke aandoening van mijn broer en zus, die hen in een rolstoel deed belanden. Het bewonderingswaardige project had veel moeite gekost en op het eindresultaat waren zij bijzonder trots.

Maar de bungalow werd een gouden kooi en de kaars brandde aan beide kanten. Ik heb mijn ouders ouder zien worden en mijn broer en zus steeds veeleisender. Wat had ik graag gesproken over andere mogelijkheden, maar die bestonden er voor hen niet. Mijn broer had iedere andere woonvorm al jaren geleden bestempeld als een gesticht en daar viel niet tegen in te praten. In ieder geval niet zonder ruzie, zodat ik het maar heb opgegeven. Mijn vader moet uiteindelijk mijn bedenkingen wel gehoord hebben, want vlak voor zijn overlijden vertrouwde hij me toe, dat mijn moeder de bouw van het huis niet gewild heeft. Zo komen we nooit van onze gehandicapte kinderen af, zou ze daarbij gezegd hebben. Ze heeft helemaal gelijk gekregen, maar ik had haar een betere oude dag gegund.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email