#WOT 29: Vrolijk

Het waren verwarrende jaren, de jaren waarin ik in therapie de balans moest opmaken van vijftig jaar onvoltooid verleden tijd. De gesprekken waren als een verbouwing, waarin op een paar binnenmuren na alles gesloopt werd, zonder enig idee hoe de nieuwbouw er uit zou gaan zien.

Ik vond houvast in het opschrijven van alles wat me bezig hield en, omdat ik zelfs in die situatie er niet tegenop zag een groot project te omarmen, besloot ik mijn autobiografie te schrijven. Het was een goede beslissing, want na een aarzelend begin was ik niet meer te stoppen. Er zat zoveel weggedrukte gevoel in mij, ik had zoveel kleine en grotere gebeurtenissen in mijn geheugen opgeslagen om later nog eens onder de loep te nemen, dat er geen houden meer aan was.

Muziek was altijd al een toevluchtsoord voor me geweest en het was dus ook niet te verbazen dat mijn hoofd vol zat met tekstfragmenten, waarin ik mezelf meer herkende dan in de wereld om me heen. Ze waren voor mij als Bijbelse citaten geworden, belangrijke woorden die richting gaven en die onthouden moesten worden, en ze zouden de structuur van mijn biografie in sterke mate gaan bepalen.

Het boek is eigenlijk een chronologisch opgebouwde verzameling columns, en iedere column eindigt met een toepasselijk muzikaal citaat. Daar hoefde ik nooit lang over na te denken, want onder het schrijven wist de jukebox in mijn hoofd altijd het juiste nummer te vinden. Zes of zeven columns vormden een hoofdstuk en ook ieder hoofdstuk kreeg zijn eigen citaat mee, en het leek wel of ik al deze woorden voor dit moment onthouden had.

Daar stond het, zwart op wit en met dank aan Pink Floyd: The child is grown, the dream is gone and I have become comfortably numb. En ik had er twee jaar en twintig hoofdstukken voor nodig om eindelijk te kunnen schrijven, met dank aan Boudewijn de Groot en René Daalder: Ik was gelukkig als ik droomde en ik me verbergen kon. Maar dat is geluk van vroeger.

Het moge duidelijk zijn dat mijn muzikale voorkeur niet uitging naar vrolijke feestmuziek of stemmige meezingers, nee, het moest echt en diep zijn en in de teksten wilde ik mezelf kunnen herkennen. Ik was Paul Anka’s Lonely boy, Nowhere man van de Beatles, The loner van Neil Young en The pretender van Jackson Browne. Net als James Taylor zong ik Hey mister, that’s me upon the jukebox. I’m the one that’s singing this sad song. Het is dan ook niet vreemd dat ik alle cd’s van Leonard Cohen in de kast heb staan.

Als een muzikale hoarder heb ik mezelf in de loop der jaren omringd met singles, langspeelplaten, cassettebandjes en cd’s. Gelukkig ben ik opgeruimd van aard en altijd op zoek naar het beste opberg- en indelingssysteem voor mijn spullen, zodat ik nog steeds gewoon door de huiskamer kan lopen of achter mijn bureau kan plaatsnemen, zonder eerst kartonnen dozen of plastic tasjes te moeten verplaatsen. Maar in de kern is het waar: zonder al deze geluidsdragers voel ik me soms nog steeds onbeschermd, kwetsbaar en alleen. De woorden en de stemmen van mijn muzikale vrienden hebben mij zo lang op het rechte pad gehouden, dat ik niet meer zonder ze kan.


Vrolijk ~ bijvoeglijk naamwoord, bijwoord 1) in een blijde stemming 2) blij makend


Maar was het dan altijd kommer en kwel, dat uit de luidsprekers kwam? Nee, gelukkig niet. Daarom besloot ik in mijn biografie ook een column te wijden aan de muziek die bij de goede momenten van het leven hoorde. Uit een ver verleden kwamen She loves you van de Beatles, Ha! Ha! said the clown van Manfred Mann en My boy lollipop van Millie voorbij, van iets latere datum waren Down under van Men at work, Girls talk van Dave Edmunds en Best of both worlds van Robert Palmer.

Nog altijd ruik ik lavender als ik Breathless van de Corrs hoor, omdat mijn oudste dochter deze cd-single op vakantie in de Provence meegenomen had. Tussen de paarse velden, onderweg naar zwembad of supermarkt, luisterden we dat jaar naar niets anders en er maakte zich een enorm geluksgevoel van mij meester.

Harvard-psycholoog Robert Waldinger zegt dat geluk echt haalbaar is. Hij baseert zich hierbij op een vijfenzeventig jaar durend onderzoek, waaraan in totaal zo’n zevenhonderd mensen hebben meegedaan. Goede relaties zijn hierbij essentieel. Hechte banden houden ons gelukkiger en gezonder, en de introvert in mijzelf stelde met een zucht van verlichting vast dat het altijd om de kwaliteit, en niet om de kwantiteit van die relaties gaat. Ik hoef dus niet alsnog te gaan netwerken.

In april 1967 kwam het lied, dat als geen ander in staat is mij blij te maken, op nummer 29 de Top 40 binnen. Het hield het elf weken vol en bereikte op 6 mei van dat jaar zijn hoogste notering, een vijfde plaats. Toen het uit de Top 40 verdween en in de opruimingsbak terechtkwam, kocht ik de single voor twee gulden.

Helaas hebben reclamemakers het ook al lang geleden ontdekt, maar zelfs spotjes voor dubbeldrank, koffieleutjes, bier, ketchup of auto’s van Ford en Toyota zijn niet in staat geweest het geluksgevoel, dat hoort bij Happy together van de Turtles, te verstoren.  Wat begon als een diep gekoesterd verlangen is voor mij uiteindelijk wetenschappelijk goedgekeurde realiteit geworden. Is dit wat Johnny en Rijk bedoelden met Ik ben zo blij dat mijn neus van voren zit en niet opzij?

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email
« »

© 2019 Stephan Koopmans' Blog. Thema door Anders Norén.