De meeste schoolboeken heb ik direct verkocht, toen ik mijn examen haalde. Voor het alom gehate Engelse idioomboek Pitfalls kwam de openbare verbranding niet verder dan een post-puberale brainstorm, maar omdat ik toch niemand wilde opzadelen met honderdvijftig pagina’s tweedehands ellende heb ik dat boek weggegooid.

Van de kleine selectie, die op mijn boekenplank bleef staan, resten er in een kast op zolder nog zes: vijf geschiedenisboeken en een vuistdik exemplaar van Homerus, dat ik heel af en toe opensla om te zien of ik de Griekse letters nog kan lezen. Het vertalen ervan lukt al jaren niet meer.

Die vijf andere boeken bewaarde ik, omdat ik geschiedenis ging studeren en dacht dat het af en toe verhelderend zou kunnen zijn om terug te grijpen op de grote lijn, zoals weergegeven in het Overzicht van de geschiedenis voor vwo en havo. Het was geschreven door dr. mr. C.W. van Voorst van Beest, een leraar van onze school van wie ik nooit les heb gehad. Kaartjes en illustraties ontbraken, het was de bedoeling dat de leerlingen deze zelf verzamelden.

Het vierde en vijfde deel, de nieuwste geschiedenis, omvatten de stof voor het mondelinge examen en waarschijnlijk heb ik daarom alle repetities er in bewaard. Ook die van 11 november 1970 over de verlichting, een levensbeschouwing, zo heb ik blijkbaar keurig uit mijn hoofd geleerd, die zich sinds de zeventiende eeuw heeft ontwikkeld en die eigenlijk een voortzetting is van de renaissance. Toen ontdekte de mens zichzelf, in de verlichting begon hij speciaal zijn verstand te ontdekken.

Zonder problemen beantwoord ik de vragen over Montesquieu en Rousseau, noem de verlichte eigenschappen filantropie en tolerantie en weet als typering te melden dat het rationalisme een optimistische mensopvatting had en het verstand overschatte.


Rationeel: is datgene wat berust op wetenschappelijke gronden of feiten, op een verstandelijke manier van denken. Het begrip wordt doorgaans gekoppeld met het begrip ‘rede’ of ‘ratio’. Bij een rationele denkwijze worden emoties buiten beschouwing gelaten en kiest iemand een zuiver feitelijke benadering, die ook wel als logisch wordt gezien.


Eigenlijk was het rationalisme een thuiswedstrijd voor mij, want ik was ermee opgevoed. Kennis was belangrijker dan gevoel, daar sprak je niet over en je kwam er in het leven ook niet verder mee. Mannen huilden niet, vrouwen juist teveel.

Urenlang heb ik als kind door de Blue Band Encyclopedie Ik weet het gebladerd en gefascineerd gekeken naar de plaatjes van de hangende tuinen van Babylon en de jankende jakhals. Toen ik kon lezen leerde ik uit dit boek dat Krakatau een vulkaangroep was in de Straat Soenda, die in 1883 uitbarstte en waarvan de as nog jaren voor prachtig gekleurde zonsondergangen heeft gezorgd.

De eerste boeken, die ik uit de boekenkast van mijn ouders haalde, waren de twee delen van de encyclopedie De kleine Winkler Prins, in 1949 uitgegeven door Elsevier. De schutbladen waren in kleur en toonden nationale vlaggen, scheepvaartvlaggen en luchtvaartemblemen. In de boeken zelf waren alleen een paar uitklapbare landkaarten in kleurendruk.

Als het buiten regende bladerde ik graag door deze boeken en van illustraties, die mij aanspraken, las ik de bijbehorende tekst. Zo kwam ik erachter dat er een gewoon en een diepzeeduikerpak bestond, en dat de Dame met strohoed door Renoir in overrijke kleuren geschilderd was. In zwart-wit bleef er overigens niet veel van haar over.

Met het eindexamen in zicht verbaasde me het dus niet dat het samenstellen van een encyclopedie een rationeel ideaal geweest was. Diderot en d’Alembert hadden maar liefst 28 delen nodig gehad om alle takken van de menselijke kennis te beschrijven. Kennis was deugd, de mens was van nature goed en moest bevrijd worden van alle knellende banden, die onredelijke wetten en tradities aanlegden.

In de tijdgeest van de jaren zestig klonk dat laatste goed, maar de oorlog in Vietnam deed me ernstig twijfelen aan die goedheid van de mens. Bovendien verstikte de jarenlange eenzijdige nadruk op feiten, axioma’s, wetten, formules, syntaxis en idioom mijn gevoel. Dat kon ik alleen veilig kwijt in de kleuren waarin ik tekende en in de muziek waarnaar ik luisterde. I am a rock, I am an island zong ik met Simon & Garfunkel mee, and a rock feels no pain and an island never cries.

Mijn eigen twintigdelige encyclopedie heb ik allang weggedaan en van het leven zelf leerde ik dat ik niet alleen een verstandelijk wezen ben. Heel voorzichtig heb ik mijn gevoel toegelaten en ben ik mijn intuïtie gaan vertrouwen. Toch blijft het lastig de aangeleerde dominante functie van mijn ratio in toom te houden.

Als er obstakels op mijn pad komen en ik als reactie weer in de overlevingsmodus schiet, dan maken mijn hersenen overuren en trekt mijn gevoel zich terug. Voelen wordt dan analyseren. Gelukkig vertelt mijn lichaam me dan al snel dat ik verkeerd bezig ben, en trakteert me op benauwdheid of jeuk. Alleen tranen helpen op zo’n moment, maar waar kan ik leren huilen?

 

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag publiceert Irene van Putten op ipixtitude.com een woord waar je over mee kunt schrijven. Je kunt op ieder gewenst moment instappen.

Print Friendly, PDF & Email