Zou het liggen aan het feit dat ik niet meer werk, en dus tijd genoeg heb om mij te ergeren aan dingen die me voorheen niet eens opvielen? Ik ben bang dat dit ten dele waar is. Neem nu die nijlganzen. Toen ik ’s ochtends nog om halfacht in de auto stapte om naar school te gaan, schonk ik geen aandacht aan het geschreeuw van die beesten, en als ik ’s middags weer thuiskwam had ik wel wat anders aan mijn hoofd dan die drukteschoppers voor de deur. En nu jaag ik ze zelfs de sloot in, wanneer ze het wagen op het grasveld voor mijn raam te gaan grazen. Ik hoef geen negen schijtende ganzen voor mijn deur. Toen ik afgelopen week mijn kleinzoon de fijne kneepjes van de ganzenjacht bijbracht door ze luid klappend te verjagen, vroeg de buurvrouw heel terecht: Gaat het verder goed met opa?

Omdat ik moet oppassen geen mopperende buurtopzichter te worden, doe ik regelmatig een beroep op mijn gezonde verstand om kleine irritaties niet uit te laten groeien tot grote ergernissen, die kost wat kost bestreden moeten worden. Hiermee hoop ik dan dat deze onwelgevalligheden zich niet verder ontwikkelen dan een milde vorm van jeuk, maar ik vraag me soms wel af of ik hier erg goed in ben. Mijn gezicht spreekt doorgaans boekdelen, en degenen die mij goed kennen, weten dan precies hoe laat het is. Maar ik doe mijn best.

Op taalkundig en grammaticaal gebied is het al niet veel anders. Nu ik niet meer in de gelegenheid ben het taalgebruik van mijn leerlingen te corrigeren, is de verleiding groot mijn dagelijkse omgeving hierin te verbeteren. Maar daar zit niemand op te wachten, sterker nog, het brengt de conversatie onmiddellijk tot stilstand. Dat ik in staat ben om zowel een gesprek te voeren als grammaticale uitglijders te constateren, wil er bij niemand in. Dus probeer ik me huis en hun hebben gewoon langs mij heen te laten gaan, heb ik me neergelegd bij die meisje en probeer ik bij contaminaties vooral de humor en soms ook de kracht ervan in te zien. Met man en macht vergaan is onherroepelijk en snel, en elkaar uit beeld verliezen past heel goed in deze tijd van social media. Maar sommige moderne woorden en uitdrukkingen gaan gegarandeerd kriebelen. Doeidoei heb ik nooit over mijn lippen kunnen krijgen en ik weet nog steeds niet wat een mensenmens is. Ik zal het wel niet zijn, denk ik dan maar.


Jeuk ~ 1) Gekriebel 2) Irritatie 3) Jeukerigheid 4) Juk 5) Krevel 6) Kriebel 7) Kriebelend gevoel 8) Kriebeling 9) Kriebels 10) Krieuwel 11) Medische term 12) Onaangenaam gevoel 13) Paresthesie 14) plaats in België 15) Plaats in de Benelux 16) Plaats in Vlaams-Limburg 17) Plaats in Vlaanderen 18) Pruritus 19) Symptoom van huidirritatie 20) Wriemeling


Mijn verbale jeuklijst is jarenlang aangevoerd door het gebruik van kids in plaats van kinderen. Het was in 2015 al het irritantste woord van het jaar, maar de kids zijn hardnekkig en twee jaar later zijn ze voor mij inmiddels geen gewone kinderen meer. In mijn beleving worden er vooral overgewenste kinderen mee aangeduid, die door hun zelfbewuste ouders continu verwend worden met alles wat geld kan kopen. Deze ouders weten maar al te goed dat ze nog geen twaalf jaar de tijd hebben om leuke herinneringen te creëren, want daarna neemt het puberbrein hun kids over en is het gedaan met de papadagen en de glutenvrije pannenkoeken.

Sinds kids voor mij een specifiek soort kinderen zijn geworden, heeft mijn lijst een nieuwe nummer één gekregen. Zet de televisie maar aan en luister naar de interviews. Als er ergens iets goed is gegaan is, ligt de verklaring hiervoor steeds vaker in de voorafgaande boost, die het succes mogelijk maakte. Het is zelfs een werkwoord geworden, boosten. In een Nederlandse zin krijg ik het woord niet zonder gêne uitgesproken, want wat is er mis met de oppepper en de extra stimulans? Of krijg ik nooit een boost, heb ik die stoot extra energie om iets te versnellen nog nooit ervaren en weet ik niet waar ik het over heb?

Wanneer ik het woord boost lees, struikel ik er altijd over, want mijn ogen beginnen met boos, en dan volgt er ineens nog een -t. Het werkwoord bozen ken ik niet, dus dan denk ik maar: daar heb je hem weer, de boost. Ik begin er zo langzamerhand naar te verlangen.

Of het een regelrechte ergernis wordt, dan wel irritatie of jeuk, is mij nog niet duidelijk. Maar ik weet nog niet wat ik van regenboogtaal moet vinden. Het mag dan wel genderneutraal en correct zijn, maar om dames en heren te vervangen door stadsgenoten of reiziger, om vader en moeder te vervangen door ouder, om zijn en haar te vervangen door hun, gaat mij wat ver. Ieder mens zit toch ergens op de glijdende schaal tussen honderd procent macho en volledig Barbie? Met geachte dames en heren bedoel ik in ieder geval nog steeds iedere aanwezige en het is niet mijn bedoeling wie dan ook uit te sluiten. Wanneer iemand zich dan toch buitengesloten voelt, is dat geen probleem dat met taalverarming opgelost kan worden. Daar is meer voor nodig.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email