#WOT 32: Lijdzaamheid

09. Noordhoevelaan

     0

De stilte van de eerste coronagolf heeft na een kort intermezzo plaatsgemaakt voor de rust van de bouwvakvakantie. Een warme rust in tropisch Nederland, want de thermometer is vandaag alweer opgelopen tot ver boven de dertig graden. En, terwijl ik op weg ben naar de container voor het restafval van de barbecue, valt het me op dat de anders overvolle parkeerplaats aan het einde van onze doodlopende straat halfleeg is. Ik woon hier lang genoeg om, zonder daar enige moeite voor te doen, te weten welke auto van wie is en ik zie nu vooral tweede auto´s en werkbusjes staan.

Het beeld is duidelijk: gezinnen met kinderen zijn gewoon op vakantie gegaan en de pensioengerechtigde corona-risicogroep is hier thuisgebleven.

Het is heerlijk rustig in de tuin, want ook de buren aan weerszijden zijn weg. We hebben prima buren, daar niet van, maar de wetenschap dat niemand mij hoort praten of dat ik moet luisteren naar de geluiden die horen bij de trampoline, de verplichte opvolger van de vermaledijde zandbak, geeft mij een heerlijk ontspannen gevoel. Ik kijk om me heen en zie even geen snoeiwerk, want het is overal te warm voor. Mijn plichtsbesef is gesmolten nu het zomer is zoals het in jaren al geen winter is geweest.

Als er wat meer wind gestaan zou hebben, was dit de tijd van Opwaaiende zomerjurken, het boek van Oek de Jong dat ik te lang geleden gelezen heb om me er nog meer van te kunnen herinneren dan de luchtige titel en de naam van het alter ego van de hoofdpersoon, Oskar Vanille. Deze naam heb ik in de jaren negentig geleend voor de teddybeer van mijn dochter, in de tijd dat blauwe en roze babykamers eventjes genderneutraal geel waren. De knuffeldieren kleurden mee.

Als je Oskar in zijn voorpootje kneep, kon hij drie zinnetjes zeggen en hij werd al snel omgedoopt tot Oskar Praatbeer. Nadat hij door technisch falen zijn spraakvermogen verloren had, bleef hij nog jaren in de kast staan als – het ligt voor de hand – Oskar Zwijgbeer.

Het blijft nog even zonnig in mijn hoofd, want ook Een zomerzotheid komt voorbij, een boek waarvan ik de kaft in art deco-stijl beter ken dan de inhoud. Het stond bij mijn zusje op de boekenplank naast een aantal Witte Raven-pockets en ik zag er geen enkele uitdaging in dit boek van Cissy van Marxveldt te gaan lezen.

De muziek neemt de alliteraties over, het wordt Zomer in Zeeland en samen met Saskia & Serge trek ik een spoor in het duinzand. Maar niet lang, want helaas neemt de stem van Paskal Jacobs mij mee naar Zoutelande, met grijze wolken boven een oud strandhuis. Het is met BLØF als met olijven: je vindt ze heerlijk of je lust ze niet. Op olijven ben ik wel gek.


Lijdzaamheid = stille berusting 2) fatalisme 3) gelatenheid 5) kalme gemoedstoestand 6) onderwerping


De warmte maakt van vanavond een avond van berusting, van lome lijdzaamheid waar ik me niet tegen wil verzetten. Want onder de majestueuze bomen van het uitgestrekte kerkhof heeft de begrafenis van gisteren veel in mij losgemaakt.

Mijn vaders jongste zus is vorige week op een gezegende leeftijd overleden en met haar is nu het grote katholieke gezin, waarin mijn vader opgroeide, verdwenen. Ook op de begraafplaats was het zomers warm, en het handvol witte rozenblaadjes dat ik op de kist liet dwarrelen kon niet verhinderen dat ik de uitdrukking ter aarde bestellen bijna kon voelen.

In de aula had ik kort daarvoor foto’s van vroeger gezien, sommige bekend, andere nieuw voor mij. Op één van die beelden zag ik mijn moeder ontspannen lachen en ik schrok er bijna van. Is de tijd gekomen dat ik mijn herinnering aan haar moet gaan bijstellen?

Mijn moeder had niet zoveel met stille berusting, meer met lijdzaamheid die zij passief agressief uitte en waar ik overgevoelig voor was. Maar altijd als ik bij begrafenissen of crematies neven en nichten spreek, vinden zij dat mijn moeder een leuke tante was en voel ik de pijn van de discrepantie. Was het makkelijker om een leuke tante te zijn dan een warme moeder? Moet ik met mijn zevenenzestig jaar nu niet eens vrede gaan sluiten met het gezin waarin ik ben opgegroeid?

’t Is weer voorbij die mooie zomer was één van de weinige liedjes waarvoor mijn moeder de radio een beetje harder zette. Haringgeur vermengd met zonnebrand paste wel bij haar, maar ik denk dat zij vooral gevoelig was voor de vergankelijkheid in de zomerhit van Gerard Cox. Voor je het weet is alles alweer lang voorbij. Mijn vader had daar minder last van en als hij voor de zoveelste keer luidkeels meezong met Laat me zonnebril zitten van Peter Blanker verlangde ik bijna naar de herfst op mijn studentenflat in Utrecht.

Terwijl ik met mijn vader en moeder in gedachten wegliep van het open graf, voelde ik dat ik een generatie was opgeschoven. Dat gevoel heb ik nog niet van me kunnen afschudden.

 

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag publiceert alimolenaar.nl een woord waar je over mee kunt schrijven. Je kunt op ieder moment instappen.

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll Up
%d bloggers liken dit: