Het werd de 1990-maatregel genoemd. Om het emancipatiebeleid vorm te geven en om de zelfstandigheid van vrouwen te vergroten, wilde de overheid dat de generatie, die na dat jaar de achttienjarige leeftijd bereikte, in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien en economisch onafhankelijk werd.

De timing had niet beter gekund. Onze derde dochter had net haar eerste verjaardag gevierd, toen in dit kader het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid via Postbus 51 een campagne startte om meisjes te stimuleren een vak te leren. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid was de pakkende slogan en ik nam me nog meer voor mijn dochters op te voeden tot deze zelfstandigheid.

Nieuw was dit inzicht niet voor mij. Ik had immers een werkende moeder gehad, die er met haar voorbeeld voor gezorgd had dat het voor mij vanzelfsprekend was dat meisjes net zo lang op school bleven als jongens en dat ook zij hun plaats in de maatschappij moesten vinden. Daarom kon ik me bij de campagne Marie, word wijzer! uit het begin van de jaren zeventig niet zoveel voorstellen. Ze gaat toch trouwen, waarom zou ze dan leren? stond er op de poster, die meisjes opriep niet te gauw van school te gaan, zo lang mogelijk te leren en ervoor te zorgen dat ze later hun omgeving konden begrijpen. Ik kon me hierin moeilijk verplaatsen, ook omdat ik het inzicht miste dat er zoiets hardnekkigs bestaat als sociale ongelijkheid.


Slim ~ 1) Ad rem 2) Adrem 3) Afgericht 4) Arg 5) Arglistig 6) Berekend 7) Betjoegd 8) Bevattelijk 9) Bijdehand 10) Clever 11) Diplomatiek 12) Doorgewinterd 13) Doortrapt 14) Erg 15) Fijntjes 16) Geleerd 17) Geslepen 18) Geslepen (listig) 19) Gevat 20) Gewiekst 21) Gis 22) Glad 23) Goed kunnende leren 24) Goochem 25) Handig 26) Intelligent 27) Kien


Mijn oudste dochter zat in groep drie en mijn andere dochter ging twee ochtenden per de week naar de peuterspeelzaal, toen er in 1987 spotjes op de televisie kwamen die meisjes opriepen in minimaal één exact vak eindexamen te doen. Een vakkenpakket met minimaal wiskunde zou de kansen van meisjes in vervolgopleidingen en op de arbeidsmarkt vergroten. Waar ik drie jaar later het emancipatiemodel volledig zou omarmen, voelde ik bij deze campagne enige weerzin in mij opkomen. Ik dacht aan mijn eigen examenpakket en aan al de jaren vol moeizame wis-, natuur- en scheikunde, die eraan vooraf waren gegaan.

Het begon al bij het toelatingsexamen, waarvoor ik bij gebrek aan rekenvaardigheid bijna zakte. Ik deed herexamen bij een vriendelijke wiskundeleraar en werd toch toegelaten tot het rooms-katholieke gymnasium, zodat ik dat eerste jaar met negentwintig andere jongens de lessen algebra en meetkunde van mijnheer Schuch mocht volgen. Misschien is volgen niet helemaal het juiste woord, ik was aanwezig en probeerde de draad niet kwijt te raken.

Het begin was veelbelovend, het ging over axioma’s die niet te bewijzen waren en veel aan de fantasie overlieten. Ik keek de twee evenwijdige lijnen na tot in het oneindige en zag dat zij elkaar inderdaad ook daar niet raakten. Ik had er geen enkele moeite mee om aan te nemen dat de kortste afstand tussen twee punten een rechte lijn is en vond het een geruststellende gedachte dat het bewijs hiervoor ook niet van mij hoefde te komen.

Maar het ging al gauw mis, want wiskunde en fantasie sloten elkaar na dit hoopvolle begin voor mij verder uit. Misschien dat slimmere klasgenoten plezier konden putten uit het verzinnen van hulplijnen om de congruentie van driehoeken te bewijzen, zo’n bèta-leerling zou ik nooit worden. Voortdurend liep ik achter de wiskundige feiten aan, zodat ik voor mijzelf al snel twee onvoldoendes op mijn rapport gereserveerd had en mijn overlevingskansen dus afhingen van mijn resultaten bij de andere vakken.

In het erop volgende jaar kwam er nog natuurkunde bij, en later ook scheikunde. Achteraf begrijp ik eigenlijk niet hoe ik het vijfde jaar heb gehaald, het jaar waarin ik alle exacte vakken kon laten vallen, op algebra na.

Het zou de enige onvoldoende worden op mijn eindlijst en die vijf heb ik aan drie dingen te danken. In de eerste plaats hoef je niet slim te zijn om dingen uit je hoofd te leren, en ik kon iedere formule dromen. Eindelijk had ik vast weten te houden dat de y-as in een assenstelsel van boven naar beneden loopt, als het ei dat in het ezelsbruggetje tegen de muur gegooid is.

Deze kennis toepassen was een ander verhaal, maar gelukkig werd het examen mondeling afgenomen, zodat ik bij gebrek aan inhoudelijke antwoorden mijn leraar en de rijksgecommitteerde in ieder geval nog kon laten zien dat er met mijn geheugenfunctie niets mis was. Maar waarschijnlijk ben ik toch vooral gered door de klasgenoot, die voor mij examen deed. Hij was niet verder gekomen dan een twee en in vergelijking met hem had ik het er nog niet zo slecht van afgebracht. Mijn schoolcarrière eindigde in ieder geval niet zoals hij begonnen was: met een herexamen rekenen.

En dus zat ik in 1987 met de vraag of ik dit mijn dochters ook ging aandoen, mochten zij het gebrek aan exacte capaciteiten van hun vader geërfd hebben. Gelukkig heb ik het antwoord nooit hoeven geven, want in de jaren erop werd wiskunde een verplicht examenvak en werd die onbegrijpelijke rekenliniaal vervangen door een grafische rekenmachine. Van mijn tweede dochter heb ik begrepen dat, als je de gebruiksaanwijzing van dit apparaat kende, het verder wel lukte. Bovendien hoef je nog steeds niet voor ieder beroep de cosinus van de buitenhoek uit te kunnen rekenen.

Het is met alle drie dan ook goed gegaan, ze hebben dat vak geleerd en zijn in staat om, mocht het nodig zijn, in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Slimme meiden hoor, die dochters van mij.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email