#WOT 32: Weg

Verhuizen was voor mijn ouders geen enkel probleem. Tegen de tijd dat ik naar de middelbare school ging, had ik al in vier verschillende huizen gewoond, verdeeld over drie verschillende steden en evenzovele provincies. Mijn ouders zouden er nog twee verplaatsingen aan toevoegen, maar hun laatste heb ik niet meer echt meegemaakt. Ze lieten voor mijn gehandicapte broer en zus een woning bouwen, zonder drempels en met alle vertrekken gelijkvloers, Mijn vader schreef hierover: Er was met de bouw van de bungalow niet meer gerekend op de twee studenten, die we hadden. Ze hebben eigenlijk buiten de weekeinden er nooit gewoond. Hun thuis was de studentenkamer geworden.

Zelf heb ik er ook nog vijf verhuizingen aan toegevoegd, zodat ik driemaal in zowel een straat als aan een weg gewoond heb, tweemaal in een laan en eenmaal aan een dijk. Misschien had ik er nog wel een singel of plein aan toe willen voegen, maar het werd de hoogste tijd ergens te wortelen. En nu woon ik al meer dan vijfendertig jaar in hetzelfde huis, in een straat zonder verdere toevoeging aan zijn naam. Mijn huidige adres is een plantje met een huisnummer.

De eerste twee wegen lagen in elkaars verlengde. Mijn vader slaagde voor het examen keurmeester van vee en vlees, en zocht in het verlengde hiervan een baan, desnoods buiten Friesland. Hij trad in dienst van de gemeente Hardenberg, waar hij ´s winters huisslachtingen keurde en in de zomer badmeester was. Als peuter van anderhalf kwam ik met mijn ouders en broers terecht op de bovenetage van Huize Bouwlust, een monumentaal pand aan de Hardenbergerweg in Gramsbergen. Mijn vroegste herinneringen liggen hier: de stoppels van het geoogste graan die in mijn blote voeten steken, de geur van het modderige water en het riet, waartussen mijn moeder met ons gaat zwemmen. Het spelen op de hooizolder, en de hond, die mijn broer in kin en neus bijt. En vooral natuurlijk de geboorte van mijn zusje: na drie jongens eindelijk een meisje.

Een paar jaar later kon mijn vader als keurmeester aan de slag bij de gemeente Dordrecht, en verhuisden wij van Overijssel naar de Randstad. Ik leerde een nieuw woord: abattoir, en mijn ouders betrokken aan de Markettenweg een dienstwoning naast dat slachthuis. Tegenover ons huis was het station, en als ik ’s avonds in bed lag, voelde ik het trillen van de voorbijkomende treinen. Ik was het spelen met mijn zusje zat en wilde, net als mijn broers, naar school.

In mijn eentje liep ik naar de kleuterschool in het centrum van Dordrecht, en leerde op de smalle stoep van de winkelstraat met een postzegelhandel en een poppendokter lotgenoten kennen. Meisjes met lange vlechten, op weg naar een ongetwijfeld strenge christelijke school. De twee broers, die op dezelfde kleuterschool zaten en mij onderweg probeerden bang te maken. Met twee oudere broers was ik niet erg onder de indruk, en we werden goede vrienden.

Ik ging naar de lagere school, mijn zusje op haar beurt naar de kleuterschool, en mijn moeder ging werken. Wij werden sleutelkinderen en als er iets aan de hand was, kon ik mijn vader op het abattoir opzoeken, of mijn moeder op de administratie van de lagere technische school. Na schooltijd zat ik te tekenen, spaarde vogelplaatjes en liet het de baas spelen en het voetballen aan mijn broers over.


Weg ~ 1) Afstand 2) Autoweg 3) Apo (Grieks) 4) Absent 5) Afwezig 6) Allee 7) Baan 8) Baanvak 9) Bevel 10) Broodje 11) Communicatiemiddel 12) Deel van een stad 13) Doorgang 14) Deel van een wijk 15) De deur uit 16) Die straat is niet te vinden (crypt.) 17) Ertussenuit 18) Etappe 19) Ervandoor 20) Ervandaan 21) Elders 22) Failliet 23) Foetsie


De Amsterdamsestraatweg in Utrecht was de derde weg in mijn leven. Ik werd student en kon eindelijk de middelbare school en mijn ouderlijk huis achter me laten. Twee klasgenoten hadden in een hoekpand boven een sigarenwinkel een kamer gevonden, maar in deze tijd van plaatsingscommissies werd één van hen naar Amsterdam gestuurd. Zonder veel moeite kon ik zijn kamer overnemen, en het studentenleven lachte me toe. Hoorcolleges en werkgroepen, maar natuurlijk ook muziek en bier. Geen gezeur meer over de kapper, en vijf jaar na John Lennon lukte het me dan toch een Afghaanse bontjas te kopen. Tweedehands gelukkig, want na drie regenbuien begreep ik dat het Nederlandse klimaat niet erg geschikt was voor die jas. Ooit zo’n natte jas geroken?

Het weekeinde begon nu al op donderdagavond, want dat hoorcollege van vrijdag stelde niets voor. Er was altijd wel iemand met een lekke band, en iedere keer begingen we dezelfde fout, door met de bus de stad in te gaan. Lekker makkelijk, maar als de grote lichten van discotheek Woolloomooloo eindelijk aan gingen, en de hamburger met pindasaus van Broodje van Sjaak met smaak naar binnen was gewerkt, was het nog een pittige tocht huiswaarts.

Want die Amsterdamsestraatweg in Utrecht is lang, zeker als je niet zo vast meer op je benen staat. Nummer 509 bis is dan een heel eind weg.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.

 

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email
« »

© 2019 Stephan Koopmans’ Blog. Thema door Anders Norén.