Diep in mij zit nog steeds een katholiek jongetje. Dat kan ook niet anders, want de eerste twintig jaren van mijn leven heb ik in katholieke kringen doorgebracht. Mijn voornaam dank ik aan een neef van mijn vader, die missionaris was in Brazilië, en twee zussen van mijn vader zaten in die tijd in het klooster. Mijn ouders waren bepaald niet fanatiek in hun geloofsbeleving, maar wel gevoelig voor katholiek burgermansfatsoen. En dus gingen wij iedere zondag netjes naar de kerk, waren mijn broers misdienaar en probeerde ik in het kerkkoor mijzelf het gregoriaanse notenschrift eigen te maken.

Wij gingen uiteraard naar een katholieke school en ook onze vrije tijd was katholiek. De leesbibliotheek, de zwemvereniging, de voetbalclub, de zeeverkenners, alles en iedereen was katholiek. We lazen de Volkskrant, toen nog meer katholiek dan links, en natuurlijk keken wij in de KRO-gids wat er die avond op de televisie was. Met de hele klas bezochten wij de biechtstoel in de naast de school gelegen kerk en in de vastentijd mocht ik voor iedere dag, dat ik een mis had bijgewoond, één van de veertig plaatjes inkleuren. De grote kleurplaat aan de voorzijde, de verrijzenis van Jezus op eerste paasdag, kleurden we op Goede Vrijdag klassikaal in. Nooit was ik te beroerd om het parochieblaadje te stencilen, te rapen en te nieten, om het eindresultaat de volgende dag bij medeparochianen in de brievenbus te doen.

Dat de Top 40 mijn katholieke wereldje heeft opengebroken is als verklaring te eenduidig, maar toen John Lennon in 1966 zei dat de Beatles more popular than Jesus waren, had hij wat mij betreft gelijk. Het jeugdkoor ging beatmissen zingen, in de liturgie werd Latijn vervangen door Nederlands en de kerk rook steeds minder naar wierook. Vertrouwde rituelen gingen op de schop en bij het gezamenlijk lezen van de geloofsbelijdenis hield ik bij steeds meer artikelen mijn mond, omdat ik nog even wilde nadenken over het nederdalen ter helle of het heilige van de katholieke kerk. Mijn geloof werd eendimensionaal en steeds minder vanzelfsprekend.


Kus ~ 1) Aanhaling 2) Betuiging van genegenheid 3) Betuiging van liefde 4) Bewijs van liefde 5) Blijk van genegenheid 6) Blijk van liefde 7) Dankbetuiging 8) Genegenheidsbetuiging 9) Klapzoen 10) Liefkozing 11) Pakkerd 12) Smakkerd 13) Teken van blijdschap 14) Toet 15) Uiting van genegenheid 16) Uiting van liefde 17) Vriendelijke handeling 18) Zoen


Die katholieke school was natuurlijk altijd een jongensschool. Want jongens en meisjes bij elkaar, daar kon alleen maar onkuisheid van komen en blijkbaar ook al op de kleuterschool. Met mijn vriendinnetje Wilma, die ik onderweg op een afgesproken plaats tegenkwam, liep ik de lange tocht naar het centrum van Dordrecht, waar de school zich bevond op een pleintje achter enkele winkelpanden. Bij de deur scheidden onze wegen, want we zaten natuurlijk allebei in een ander lokaal.

In de eerste klas van de lagere school werd de afstand nog groter, want de jongensschool was op de begane grond en de meisjesschool op de eerste etage. Ook de speelplaatsen waren gescheiden, en het speelkwartier van de meisjes ging door tot de jongens allemaal naar binnen waren. Wilma en ik vergaten elkaar en vanaf dat moment waren er nauwelijks meer meisjes in mijn leven. Ja, mijn drie jaar jongere zusje en haar irritante vriendinnetjes, maar die telden niet mee.

De meisjes van de zwemvereniging trouwens ook niet, want met mijn slechte ogen kon ik hen aan de overkant van het zwembad niet zien. De jongens om mij heen wel, zij waren druk bezig aandacht te krijgen, maar ik moest het allemaal aan mij voorbij laten gaan. En als ik na afloop mijn bril weer op had, liep ik buiten even hard als mijn vrienden tegen het grootste probleem aan. De meisjes hadden zich weer veilig in hun groep verschanst en waren individueel onbenaderbaar. Hoe moest ik een meisje te midden van al haar giechelende vriendinnen laten weten dat ik haar leuk vond? Haar telefoonnummer stond wel in het telefoonboek, maar dan kreeg ik waarschijnlijk vader of moeder aan de lijn. Valentijnskaarten bestonden nog niet en ik denk dat ik wat meisjes betreft voor jaren de moed heb opgegeven.

In de derde klas van de middelbare school voltrok zich een wonder. Dankzij onze progressieve klassenleraar zouden op de klassenavond van dat jaar ook meisjes komen, en mocht er gedanst worden. De meisjes kwamen van de MMS en hun klassenlerares kwam mee om toezicht te houden. Het werd een onwennige avond, waarop de dansvloer zich maar langzaam vulde. Tegen het einde van de avond had ik eindelijk al mijn moed bij elkaar geraapt en durfde ik het meisje aan de overkant, met het lange golvende haar, te vragen met mij te dansen. Ze zei ja en samen schuifelden we op slijpmuziek door het klaslokaal.

Kitty was aardig en praatte makkelijk, waardoor de woorden ook makkelijker uit mijn mond kwamen. Ze ging met de tram naar huis en omdat ik al verteld had dat ik met de trein naar Dordrecht moest, liepen we samen naar het Centraal Station. Op de hoek van het Groothandelsgebouw stonden we onder de neonreclames even stil, want het was tijd om elkaar gedag te zeggen. Wat moest ik doen? Gingen we zoenen? Het antwoord liet niet lang op zich wachten, want Kitty sloeg haar handen om me heen en gaf me een kus, die uitmondde in een tongzoen.

Het werd niet het begin van een mooie vriendschap, want ik heb haar hierna nooit meer gezien. In de week erop ben ik in de middagpauze bij een klasgenoot achterop de brommer nog naar haar school gereden, maar het plein was leeg en de schooldeur dicht. De pauzes stemden niet overeen en onze scholen lagen te ver uit elkaar. Ik kende haar achternaam niet, wist niet in welke klas ze zat en had geen idee waar ze woonde. Met een warme herinnering keerde ik weer terug in het celibataire leventje van een katholieke schooljongen.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email