Mijn huwelijk bracht mij, naast een schat van een vrouw natuurlijk, veel nieuwe woorden en uitdrukkingen. Afkomstig uit een vaag-katholiek milieu kwam ik in een orthodox-calvinistische familie, voor wie de tale kanaäns, sterk verwant met de taal van de Statenbijbel, geen geheimen bevatten, terwijl ik daar nog nooit van had gehoord.

Sommige woorden waren bij een eerste kennismaking meteen duidelijk: consistoriekamer en catechisatie zijn wat het is. Maar er waren ook woorden bij met een diepere betekenis, die je als het ware moest aanvoelen. Gunning is zo’n woord. Mij werd vrij snel duidelijk dat de poorten van de hemel hier toch iets smaller waren dan ik van huis uit gewend was. Maar als er een dominee preekte, die de toegang toch een ietsepietsie breder leek voor te stellen, dan had zo’n man gunning: hij gunde je het hiernamaals. In dit verband was ook duidelijk dat ik met mijn ingebeelde paapse hemel waarschijnlijk naar de hel zou gaan.

Woorden konden ook een andere betekenis hebben. Toen ik na één van de eerste zondagse maaltijden bij mijn schoonmoeder zei dat ik zalig gegeten had, zag ik om mij heen mijn toekomstige schoonfamilie fronsen. Zalig was niet langer gewoon lekker, nee, zalig betekende van nu af aan bevrijd van zonde en daardoor gerechtvaardigd tegenover God. Dat past niet bij een schnitzel met jachtsaus. Ik begreep onmiddellijk dat ik het woord jeremiëren, klagen als de profeet Jeremia, beter uit mijn vocabulaire kon schrappen.


Klagen ~ 1) Beklag indienen 2) Brommen 3) Bezwaar 4) Bezwaar uiten 5) Dierengeluiden 6) Een bezwaar indienen 7) Grief 8) Jeuzelen 9) Jammerlijk reclame maken 10) Jammeren 11) Jammerend praten 12) Jeremiëren 13) Klacht indienen 14) Klacht 15) Kniezen 16) Knorren 17) Kreunen 18) […]


 

Jeremiëren over het weer was helemaal uit den boze: dit werd je niet door mensen aangedaan, het kwam van God. Als het onweerde, weerklonk hierin Zijn toorn. De oma van mijn vrouw stond dan met haar hele gezin – jas en schoenen aan –  in de kamer, klaar om aan de exodus te beginnen. Meer dan eens gold dan: niet klagen, maar dragen.

Oma nam deze laatste uitdrukking ook letterlijk. Toen het telegram arriveerde, waarin stond dat haar zoon in Nederlands-Indië was omgekomen, sloot zij naar goede gewoonte de gordijnen en deed zwarte kleren aan. Na zes weken gingen de gordijnen weer open en weer een jaar later mocht de rouwkleding de kast in. Zo niet bij oma. Ik heb haar alleen in zwarte japonnen gekend: helemaal zwart, zwart met een klein grijs streepje of spikkeltje, maar nooit zelfs ook maar grijs of donkerblauw. Zij sprak veel over haar enige zoon, maar een klacht kwam niet over haar lippen.

Op de schoorsteenmantel stond zijn foto: vriendelijke ogen onder een baret van het Nederlandse leger. Een foto van zijn graf op Java, gemaakt door een neef op zakenreis in  Indonesië, lag in een la van het dressoir.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.

Print Friendly, PDF & Email