Mijn zus en moeder overleden een maand na elkaar. Van ons gezin bleven de vier mannen achter, die er geen idee van hadden hoe ze nu verder met elkaar om moesten gaan. Eigenlijk was de spierziekte van mijn zus en oudste broer, en de zorg die dit met zich meebracht, al jaren het enige bindmiddel tussen ons. Die zorg was nu gehalveerd en ook de lekkere maaltijden van mijn moeder, die ons af en toe nog samenbrachten, behoorden nu definitief tot het verleden.

Met dit alles kreeg ook mijn wankelende zelfbeeld een flinke knauw en ik raakte ernstig uit balans. Zes maanden lang dacht ik mijn getob te kunnen bestempelen als een privékwestie, maar in de startweek van het zoveelste nieuwe schooljaar ging het mis. Toen ik mijn kamer op school binnenliep en opnieuw al het papierwerk zag liggen, dat op mij wachtte om afgehandeld te worden, werd ik draaierig. Misselijk vluchtte ik het kantoortje uit, verliet haastig de school en reed in de veilige omgeving van mijn auto terug naar huis. Op deze manier kon ik niet aan een nieuw schooljaar beginnen en ik meldde mij ziek. Het was het startpunt van een lange zoektocht naar een nieuw begin, maar tegelijkertijd ook het einde van een aantal ambities.

Het loopbaancentrum van de mbo-instelling, waar ik werkte, was gevestigd in een deprimerend mintgroen verzamelgebouw aan de Rotterdamse Zalmhaven. Dat najaar stond ik niet voor de klas, maar ik had het toch razend druk met al mijn bezoeken aan dit loopbaancentrum en de arbodienst, met de moeizame reïntegratiegesprekken met mijn nieuwe teamleider en met mijn psychotherapie, soms tweemaal in de week. Bovendien wilde ik nu eindelijk weten of ik drager was van die erfelijke spierziekte, en had ik mij aangemeld voor een erfelijkheidsonderzoek.


Capaciteiten ~ 1) Aanleg 2) Begaafdheid 3) Bekwaamheid 4) Bevattingsvermogen 5) Draagkracht 6) Draagvermogen 7) Gave 8) Geschiktheid 9) Inhoud 10) Inhoudsruimte 11) Inhoudsvermogen 12) Knobbel 13) Kracht 14) Kundigheid 15) Kunnen 16) Kwaliteit 17) Laadvermogen 18) Onderlegdheid 19) Ressource 20) Scherpzinnigheid 21) Talent 22) Vermogen 23) Vernuft 24) Volume


In november kreeg ik een strikt vertrouwelijk psychologisch rapport over mijn capaciteiten en competenties, dat de basis moest worden voor een heroriëntatie op mijn loopbaan. Ik vond het spannend, want de twijfel over wie ik nu echt was overtrof inmiddels al mijn schijnzekerheden. In dat opzicht was ik de weg volledig kwijt en ik hoopte dat het rapport mij weer wat richting zou geven. Het lukte mij nog net de halve pagina toelichting te lezen, voordat ik mij stortte op de scoringstabellen, die op bijna iedere bladzijde terug te vinden waren. Waar was ik sterk in? Waar was ik niet goed in? Klopte mijn zelfbeeld?

Mijn eerste conclusie was dat ik eigenlijk een gemiddeld mens ben, met weinig uitschieters, en ik was daar erg blij mee. Ik had allang niet meer de behoefte om bijzonder te willen zijn of te willen worden, en eindelijk kon ik dit streven toevoegen aan de dwaze dingen die mijn ouders mij vroeger teveel geleerd hadden, om met Lennart Nijgh te spreken. Dat ik sterk scoorde bij verbale capaciteiten en woordenschat deed mij deugd, ik houd immers van taal en het was fijn dat mijn liefde beantwoord werd.

Dat ik slecht scoorde bij figurale capaciteiten en figuurreeksen verbaasde mij niet. Logisch redeneren met abstracte patronen, het ontdekken van verbanden en trends in figuren en schema’s is aan mij niet besteed. In grafieken kon ik al nooit onthouden welke nu de X-as en welke de Y-as was, met schaken vond ik de vorm van de stukken belangrijker dan vaste openingen en de grondregels van het eindspel. Met klaverjassen was ik meer bezig met het tellen van de troefkaarten dan met de patronen in het spel zelf, zodat ik mij nooit gewaagd heb aan bridgen. Het was prettig dat ik daar nu de rechtvaardiging voor in handen had.

Bob Dylan had mij al verteld dat ik niet geboren was om te volgen, maar dat maakte mij niet automatisch tot een leider. Het rapport stelde dat ik wel belangstelling had voor een taakgericht leiderschap (met duidelijk richting geven en sturing is niets mis), maar voor de leiderschapsrollen die daarbij hoorden scoorde ik te laag. Wel zou ik een goede coördinator kunnen zijn, maar dat was precies waar ik op stukgelopen was. Nee, ik ging mijn carrière in het onderwijs niet als onderwijsmanager afsluiten, daar had ik volgens het onderzoek niet de capaciteiten niet voor. De wil trouwens ook niet.

Tenslotte had ik nog een wensenlijstje ingevuld, om te bepalen op welk gebied ik werkzaam zou willen zijn, maar in het eindresultaat was duidelijker te lezen waar ik vooral niet wilde werken. Zakelijke dienstverlening, energie en grondstoffen, landbouw, teelt en visserij, natuur en milieu en tenslotte techniek haalde nauwelijks punten. Het scorelijstje van de gewenste werksoort was duidelijker: ontwerpen en creëren stonden onbetwist op de eerste plaats. Natuurlijk, vroeger had ik behangontwerper willen worden, maar omdat was geen universitaire studie was, had ik deze wens niet eens uit durven spreken. Toen was ik maar geschiedenis gaan studeren.

Uiteindelijk ben ik gewoon leraar gebleven en ik ruilde al mijn coördinerende taken in voor het onbevoegd maar bekwaam lesgeven in het vak Nederlands. Het bracht me zonder verdere kleerscheuren naar de eindstreep, maar de glans was er wel van af. De ambities waren verdwenen en de aanhoudende stroom van onderwijsvernieuwingen ging steeds meer tegenstaan. Sinds mijn vervroegde pensioen kan ik eindelijk doen waar ik zelf zin in heb, zonder nog te twijfelen aan mijn capaciteiten: schrijven, tekenen en opa zijn. Het leven lacht me weer toe. 

 

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

 

Print Friendly, PDF & Email