Het is inmiddels september, en voor het eerst sinds jaren vind ik dat niet erg. Ik had nooit gedacht nog eens te verlangen naar het einde van de zomer, maar na twee hittegolven houd ik de warmte van dertig graden en meer wel voor gezien.

Koortsachtig heb de afgelopen weken geprobeerd de temperatuur in huis niet te veel te laten stijgen, want ik heb genoeg van nachten half onder of zonder dekbed, plakkende stoelen, blote voeten in slippers die een ideale prooi zijn voor muggen en korte broeken die eigenlijk wat te strak om mijn middel zitten. Net als Pippi Langkous zou ik de planten in de tuin wel weer eens tijdens een regenbui water willen geven, of een boeketje bloemen voor mijn vrouw meenemen dat langer dan twee dagen fleurig blijft.

Stiekem heb ik al aan speculaas en mandarijntjes gedacht, aan bonensoep, hachée met rode kool, aan boerenkool en zuurkool met een rookworst. De zomerse salades, hamburgers en kipsaté van de barbecue, canteloupe-meloenen en waterijsjes heb ik wel even gehad, aan de recepten voor frisse zomerrisotto met mozzarella-braadworstjes of zomerstoof met tomaat en pangasius ben ik sowieso niet begonnen.

Nee, dit warme zomergevoel hoef ik niet vast te houden en het was een verademing om op televisie naar de March of the penguins te kijken. Niet dat ik die keizerpinguïns zo boeiend vind, maar de verkoelende aanblik van sneeuw en ijs deed mij goed. Het liet mij denken aan Bambi in een sneeuwstorm, aan Dokter Zjivago in de Russische kou en aan de schaatsende wintergezichten van kunstschilder Hendrick Avercamp. Even kreeg ik zelfs behoefte aan de winterse gezelligheid van Anton Pieck, maar dat heb ik maar snel van me afgeschud. Mijn laatste bezoek aan de Efteling heb ik nog nooit helemaal verwerkt.

Jarenlang had ik een haat-liefdeverhouding met liedjes die het einde van de zomer aankondigden. Summer’s almost gone van de Doors draaide ik het liefst in maart, naar The summer is over van Dusty Springfield luisterde ik in april en mei was de maand voor Autumn Almanac van de Kinks. Vanaf juni wilde ik daar niets meer over horen en schakelde ik over naar Summer is here van de Outsiders of ging ik met de Beach Boys op Surfin’ safari, terwijl De Makkers ‘t Is de zomerzon zongen. En het hele jaar door kon ik triest worden bij de tekstregel The summer’s almost gone, the winter’s tuning up uit I can’t forget van Leonard Cohen.


Schaarste ~1) Dreigend tekort 2) Gebrek 3) Geringe voorraad 4) Karigheid 5) Krapte 6) Nijpend gebrek 7) Schaarsheid 8) Soberheid 9) Tekort 10) Unicum 11) Zeldzaamheid


In mij is dus iets aan het veranderen en ik weet zeker dat het spandoek De scholen zijn weer begonnen er alles mee te maken heeft. Want de school begint niet meer voor mij en de jaren waarin vrije en liefst zonnige dagen schaars waren, liggen alweer een tijdje achter me.

Ik hoef niet meer krampachtig de weken tot de herfstvakantie te tellen, op mijn wenkbrauwen door november te kruipen, me naar kerst voort te slepen, te hopen dat de voorjaarsvakantie dit schooljaar vroeg valt, blij te zijn dat koningsdag niet in het weekeinde valt en te betreuren dat er tussen Tweede Pinksterdag en het onafzienbare einde van het schooljaar geen vrije dagen meer zitten. Nee, ik heb nu de tijd aan mezelf en kan september rustig over me heen laten komen.

De cadans van de vijfdaagse schoolweek, met iedere drie kwartier een schoolbel en op gezette tijden weekend of vakantie, is verdwenen, maar er zijn andere ritmes voor teruggekomen. Niet in de laatste plaats is dat de programmering van de NPO, die mij weer de onbetaalbare tafels van Van Nieuwkerk, Jinek en Pauw gaat opdringen. Een sportzomer op televisie is niet alles, maar nog altijd beter te verteren dan de overconsumptie van het gesproken woord, de overdaad aan politieke meningen en de ondraaglijke oververtegenwoordiging van bekende Nederlanders, die mij weer te wachten staan. Natuurlijk zit er een knop op mijn tv, maar ik ben thuis niet alleen.

Sinds niet iedere dag meer ingevuld wordt door zijn eigen lesrooster, is er ruimte gekomen voor een andere beleving van de dagen van de week. Natuurlijk zijn de meeste verplichtingen zelfgekozen, en zo wordt de maandag nu vooral bepaald door het vroege gerammel van de vuilnisbakken en die dag begin ik meestal aan een blog, op dinsdag is er markt en is het volkorenbrood in de aanbieding, woensdagmiddag heeft kleinzoon zwemles en passen oma of opa op zijn kleine broertje. Op woensdagavond zwem ik zelf en donderdagmiddag ga ik schilderen. De vrijdag is voor de weekendboodschappen en op zaterdag wordt de vraag Gaan we nog iets leuks doen vandaag? beantwoord. Zondag is nog steeds een rustdag, maar waarvan ik uit moet rusten weet ik inmiddels niet meer.

Misschien ga ik het volgend jaar zelfs wel fijn vinden als de zomervakantie weer voorbij is, want het is in die weken zo stil in Krimpen aan den IJssel. Dan ben ik echt oud geworden.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email