Terwijl de Palestijnse terreurbeweging Zwarte September tijdens de Olympische Zomerspelen in München elf Israëliërs gijzelde, begon in Utrecht in 1972 mijn eerste academische jaar. Ik ging geschiedenis studeren, maar inhoudelijk kon ik me daar niet veel bij voorstellen. Het was niet alsof hier een jongensdroom in vervulling ging, of dat ik zo nodig een stap hoger op de maatschappelijke ladder wilde komen.

Nee, als ik niet ging studeren moest ik in militaire dienst en dat was iets waar ik als een berg tegenop zag. Het leger was in deze make love not war-jaren bepaald niet populair en daarnaast kwam na veertien katholieke schooljaren het jongens-onder-elkaar-gevoel mij de neus uit. Voorlopig had ik geen enkele behoefte een kazerne van binnen te zien.


Twijfel ~ 1) onzekerheid, 2) gebrek aan vastheid van wil of besluit, 3) besluiteloosheid: iets in twijfel trekken niet geloven; 4) het lijdt geen twijfel: het is zeker


Voor mijn ouders was het verslag van het Bureau voor School- en Beroepskeuze allesbepalend. In mijn nog wat gespreide belangstelling meende dit bureau twee stromingen te onderkennen. Enerzijds waren het de meer kunstzinnig georiënteerde mogelijkheden, die mijn aandacht vasthielden. Maar, zo stelde het rapport in een paradoxale zin, de kern van deze beroepen raakte mij wel, maar het waren toch vooral de randverschijnselen zoals het niet-gebonden zijn en een mogelijke individuele vrijheid binnen de beroepsbeoefening die mij in sterke mate aanspraken. Er zou nog weinig sprake zijn van een uitgekristalliseerde motivatie.

Dat niemand in mijn omgeving een kunstzinnig beroep uitoefende en ik daar geen beeld van had, was dus in het testresultaat terug te vinden. Toch had ik had een stille hoop gehad dat het bureau mij deze kant op zou sturen. Maar nee, hun verslag zag mijn interesses veeleer op het literair-geesteswetenschappelijk terrein liggen, met name bij de geschiedenisstudie op universitair niveau, met bijvoorbeeld kunstgeschiedenis als nevenactiviteit.

Natuurlijk had ik zelf ook wel eens nagedacht over mijn toekomst, en de vakantiebaantjes van de afgelopen zomers hadden mij vooral laten zien wat ik niet wilde worden. Het enige beroep waar ik een beeld van had was dat van leraar, daar had ik tenslotte zeven jaar tegenaan zitten kijken.  Het beroep stond toen nog in aanzien, mijn leraren kwamen in behoorlijke auto’ s naar school en er hing een zweem van vrijheid en creativiteit om lesgeven heen. Bovendien waren een broer en twee zussen van mijn vader mij hierin al voorgegaan en met het oog op hun lange vakanties en korte werkdagen noemde mijn vader onderwijzers en leraren een bevoorrechte kaste.

Waarschijnlijk heb ik het de psychologen van het bureau die dag niet moeilijk gemaakt om tot hun conclusies te komen.

Leraar geschiedenis werd het dus, maar dat was van later zorg. Eerst moest ik nog slagen voor het eindexamen, daarna een studie van zes jaar af te zien ronden en dan nog twee jaar in militaire dienst. Het einde van deze lange reis kwam voorlopig nog niet in zicht, en om mijn twijfels te bezweren besloot ik vooral in het hier en nu te blijven leven. Iedere dag had genoeg aan zijn eigen kwaad.

Mijn moeder haalde opgelucht adem, want ze zag me in de goot belanden. Ik had al zulk lang haar, en dan ook nog naar de kunstacademie, ze moest er niet aan denken. Ook mijn vader was opgelucht, want zo’n tekenopleiding leverde niet de universitaire titel op, die hij ieder van zijn vier kinderen graag zag halen. Na al die jaren zat het hem nog steeds dwars dat hij niet verder had kunnen komen dan de handelsavondschool en een opleiding tot keurmeester van vee en vlees.

Studeren vond ik niet erg boeiend, student zijn wel. Ik ontdekte al snel dat ik ook bij een studie geschiedenis volop kon genieten van niet-gebonden zijn en individuele vrijheid. Maar echt vrij en ongebonden was ik natuurlijk niet, thuis in Dordrecht werd steeds duidelijker wat de progressieve spierziekte van mijn broer en zus werkelijk inhield, wat het met hen en ook met mijn ouders deed. En waar ik in de ene stad een expert werd in mezelf vermaken, zoals mijn vader mijn studietijd omschreef, zo voelde ik me in de andere stad een dienstbare marionet, die danste naar de pijpen van het lot van mijn broer en zus.

Natuurlijk bleef ik bij dit alles diep van binnen mijn twijfels houden, maar ook twijfel wordt onder druk vloeibaar. Ik gaf mijn creatieve dromen op, begon de studie geschiedenis in de eindfase zelfs leuk te vinden en ging geloven dat ik in de wieg gelegd was om leraar te worden. Ik ondersteunde mijn ouders in hun verkeerde keuzes en ging het gesprek hierover met mijn boer en zus uit de weg. Dertig jaar lang lukte het me om niet terug te kijken, om niet te veel aan de toekomst te denken en vooral om geen twijfel toe te laten.

Achteraf verbaast het me dat ik dit al die jaren heb kunnen volhouden, dat het zo lang geduurd heeft voor ik kon inzien dat twijfel opties open houdt, andere keuzes met zich mee kan brengen en het leven een extra dimensie geeft. Kunnen twijfelen is een voorrecht, maar voor de kwetsbaarheid die het met zich meebrengt ben ik heel lang niet sterk genoeg geweest.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email