Het was de droom van iedere leraar: een eigen lokaal. Maar daarvoor moest je een volledige betrekking hebben en hoog in de hiërarchie zitten. Dus toen ik in de krant een herhaalde oproep zag staan voor een volledige baan als leraar maatschappijleer op een meao, liet ik in het sollicitatiegesprek bluffend weten dat ik natuurlijk een eigen lokaal wilde. Tot mijn verbazing kreeg ik zowel de baan als het lokaal, compleet met een uitpuilende kast vol lesmateriaal. Mijn voorganger was eigenlijk dominee, en na een paar jaar voor de klas gestaan te hebben werd het tijd om zijn leerlingen in te ruilen voor gemeenteleden. Hij verzamelde krantenartikelen, tijdschriften en brochures als waren zij verloren schapen, en het kostte me drie maanden zijn stal uit te ruimen.

De aankleding van het lokaal was eenvoudig te noemen: dertig stoeltjes en tafeltjes, twee aan twee in drie rijen van tien, en voor de middelste rij een eenvoudig bureau en een stoel met een zitting van kunstleer. Skai heette dat toen. In de la van het bureau lag in ieder lokaal een exemplaar van de Bijbel. Het plafond bestond uit onbewerkte tegels van geperst strokarton, de muren waren opgebouwd uit ongeverfde grijze betonstenen. Voor in het lokaal hing natuurlijk een ouderwets krijtbord, tegen de achterwand was een witte rail bevestigd om posters of een kalender aan op te hangen, in mijn geval een affiche van de Bond tegen Vloeken, met daarop een papegaai en de tekst: Wordt geen naprater.

Veel geld mocht zo’n schoolgebouw niet kosten, en dat was vooral ’s zomers goed te merken. Mijn lokaal bevond zich op de bovenste etage, aan de kant waar de meeste zon kwam en pal onder een niet-geïsoleerd plat dak. Op mooie dagen liep de temperatuur makkelijk op tot tegen de dertig graden. Er konden twee schuiframen opengezet worden, maar de oranje zonneschermen hielden ieder briesje wind tegen. Natuurlijk kon ik ook de deur van het lokaal nog open zetten, maar dan kon ik de lessen Engels van mijn excentrieke buurman woordelijk volgen. Boer jij die Engelse tekst even op, dan drink ik ondertussen mijn chocomel en hoef ik er niet naar te luisteren. Of zijn standaardgrap voor leerlingen uit het Westland, wanneer hij beneden een vuilniswagen aan zag komen: Gaan jullie maar vast weg, jullie bus staat al te wachten. Nee, die deur bleef dicht en ik zat vastgeplakt aan mijn stoel van skai en durfde niet op te staan, omdat de achterkant van mijn broek doordrenkt was van het zweet. Die middagen werd het schoolbord niet gebruikt.


Zweet ~ 1) Afscheidingsproduct 2) Afgevoerde afvalstoffen uit het lichaam 3) Deel van het lichaam 4) Huiduitwaseming 5) Huidvocht 6) Lichaamsvocht 7) Transpiratie 8) Transpiratievocht 9) Uiting van inspanning 10) Uiting van warmte 11) Vochtuitslag 12) Zweten 13) Zoutig vocht


In 1993 verscheen het eindrapport van de Commissie Toekomst Leraarschap, die zich onder leiding van Andrée van Es had gebogen over een tweetal fundamentele vragen: Hoe vitaal is het leraarschap vandaag en hoe zou het leraarschap van morgen eruit moeten zien? Erg vitaal was mijn baan blijkbaar niet, want het rapport zei dat ik er alleen voorstond. Beoordelingen kwamen altijd achteraf, functioneringsgesprekken werden niet gehouden. Onderwijsvernieuwingen werden van buitenaf opgelegd, de werkdruk was groter geworden, salarissen bleven achter en de maatschappelijke waardering voor het beroep van leraar nam in een rap tempo af. Scholen waren platte organisaties met weinig arbeidsmobiliteit en nog minder carrièremogelijkheden.

In de vijfentwintig jaar, die volgden op dit rapport, heb ik de platte, zorgzame organisatie van mijn mbo-school zien veranderen in een ondoordringbaar organogram. De functiedifferentiatie en het daaruit voortvloeiende verschil in beloning was met name aan de top merkbaar, docenten gingen er niet of nauwelijks op vooruit, soms zelfs achteruit. Vooral de portefeuille Huisvesting leende zich uitermate goed voor ruimhartig declareren, want de extreme bouwwoede, die zich meester maakte van de nieuwe professionele organisaties, was een goede voedingsbodem voor vriendjespolitiek en zelfverrijking. Menig mbo-bestuurder leefde als een zonnekoning in zijn privékoninkrijkje. Na een ingrijpende reorganisatie, die tweehonderdvijftig collega’s hun baan kostte, stapte de voorzitter van het college van bestuur van mijn eigen mbo-college op. Hij bleef nog wel bij ons werken, maar in welke functie was op dat moment nog niet duidelijk.  Zijn beloning wel: de komende drie jaar zou hij zeven ton krijgen, als passende pensioenregeling.

Het rapport van de Commissie-Van Es kreeg als titel Het gedroomde koninkrijk. De grenzen van mijn eenzame koninkrijk, het warme lokaal op de derde verdieping, moesten opengebroken worden. De meao verdween, het eindexamenvak maatschappijleer werd een vrijblijvend vak achter de streep en ons stond een continue stroom van onderwijshervormingen te wachten. Ieder jaar moest het weer anders, hadden we het toch nog niet goed genoeg gedaan of waren we niet aantrekkelijk genoeg om voldoende leerlingen binnen te halen. In een paar jaar tijd was het beroep van leraar gedegradeerd tot uitvoerder van wat anderen bedacht hadden. Ik heb nog regelmatig met heimwee teruggedacht aan de warme middagen op die zwetende stoel, toen ik nog creatief mocht lesgeven en zeggenschap had over mijn eigen werksituatie.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.

Print Friendly, PDF & Email