Regelmatig heb ik me dat laatste jaar gerealiseerd dat ik al van school had kunnen zijn. Maar ik was in de tweede klas blijven zitten en moest dus nog een jaartje door. Zes dagen per week liep ik ‘s ochtends naar het station van Dordrecht, voor het zevende jaar op rij nam ik de trein van 8.18 uur of van 8.25 uur naar Rotterdam Centraal, liep over het parkeerterrein achter het Groothandelsgebouw richting Beukelsdijk en kwam net voor negen uur op het G.W. Burgerplein aan, waar de ingang voor de leerlingen van het Sint Franciscuscollege was.

Ik benijdde mijn broer, die al in Leiden studeerde en daar een eigen kamer had. Hij was alleen in het weekend thuis, terwijl ik iedere dag ondergedompeld werd in de stress, die de steeds meer op de voorgrond tredende spierziekte van mijn andere broer en zus met zich meebracht.

In die verstikkende sfeer, waarin van mij alleen maar begrip en gehoorzaamheid verlangd werden, zat ik iedere dag op mijn zolderkamer huiswerk te maken, met de bandrecorder als beste vriend. Boudewijn de Groot liet mij flarden van vrijheid zien en van de teksten van Leonard Cohen begreep ik niet veel, maar ik voelde wel dat hij mij begreep en dat sterkte me. En als de frustraties te hoog opliepen luisterde ik keihard naar Led Zeppelin.

Maar niet te lang, want ik had een overlevingsplan. Als ik van huis zou weglopen, had ik zes jaar voor niets op school gezeten en dus had ik me voorgenomen alles in het werk te stellen om voor mijn eindexamen te slagen. Dan kon ik gaan studeren, maar vooral ook op kamers gaan, het liefst in een stad zo ver mogelijk van huis. Groningen bijvoorbeeld.

Alle idioomboeken leerde ik uit mijn hoofd, vanaf 1870 hadden de geschiedenisboeken geen geheimen meer voor mij en ik las alles wat ik vinden kon over het impressionisme, mijn keuzeonderwerp. Nooit sloeg ik mijn huiswerk over, ik maakte ieder Latijnse of Griekse vertaling, bekeek het gecorrigeerde werk nog een keer en nam voor het eerst het vak wiskunde serieus. Mijn hoofd had nog nooit zo vol gezeten, maar ik hield het vol omdat de vrijheid lonkte.

In de gymzaal, onder het basketbalnet, werkte ik in opperste concentratie aan alle eindexamenopgaven, liet me door niets van de wijs brengen en twijfelde geen moment meer aan mezelf. Voor de mondelinge examens trok ik zonder mopperen een colbertje aan, deed een stropdas om en voelde me gesteund door de leraren, die mijn motivatie gezien hadden en me welwillend benaderden.


Motivatie ~ 1) Aandrift 2) Beweegreden 3) Drijfveer 4) Innerlijke drijfveer 5) Motief 6) Motivering 7) Persoonlijke drijfveer 8) Reden 9) Stimulans 10) Verklaring van beweegredenen


Het overlijden van mijn moeder en mijn zus bracht herinneringen naar boven, die ik lang had weggedrukt. Ik was nu zelf leraar en het lukte mij steeds minder mijn zegeningen te tellen, steeds vaker kwam ik op de automatische piloot de dag door. Somber stapte ik ‘s ochtends in de auto, waarna ik ruim een half uur de tijd had om mijn professionaliteit te hervinden. Het hoogtepunt van het jaar was de kampeervakantie in Zuid-Frankrijk, het dieptepunt de files op de A20 richting Vlaardingen, ’s ochtends in het donker, en de kloof tussen deze twee werd steeds dieper.

Door het overlijden van mijn schoonmoeder was de laatste vakantie abrupt afgebroken en in de resterende weken ging ik steeds meer opzien tegen de startvergadering van het nieuwe schooljaar, op de eerste maandagochtend van september in een deprimerende schoolkantine.

De eerste dagen van de startweek dacht ik het op basis van discipline en routine nog te redden, maar ik hield het niet vol. Maandag lukte nog wel, dinsdag en woensdag werden al wat moeilijker en omdat ik op donderdag geen directe verplichtingen had, bleef ik die dag thuis. Op vrijdagochtend voelde ik me niet zo goed, maar er moest nog veel voorbereid worden en dus sloot ik ‘s ochtends gewoon weer aan in de file.

Toen ik op school mijn kamer annex stagebureau binnenliep, werd ik misselijk. Ik ging even zitten en keek om me heen. Overal lagen keurige stapeltjes papier: aanwezigheidsregistratie, getekende stagecontracten, beoordelingsboekjes, aanmeldingsformulieren, alles op klas gesorteerd maar niet compleet. Moest ik dit weer een jaar gaan doen?

Op dat moment begon de kamer te draaien en kwamen de muren op me af. Ze weken en kwamen weer terug. In mijn hoofd knapte er iets en ik vluchtte de kamer uit, vloog de trap af en haastte me langs de verbaasde receptioniste het gebouw uit, mijn veilige auto in. Thuisgekomen sloot ik de gordijnen en dook het bed in.

Het weekeinde gebruikte ik om mezelf weer een beetje bij elkaar te vegen. Hierbij kwam ik tot de conclusie dat het schotje tussen werk en privé het begeven had: het lukte me niet langer om in de auto op weg naar school van masker te wisselen. Op deze manier wilde ik niet aan een nieuw schooljaar beginnen.

Maandagochtend vroeg reed ik weer naar Vlaardingen, leverde mijn sleutels in bij de locatiemanager en meldde mezelf ziek. Voor het eerst in mijn leven was mijn motivatie totaal zoek en had ik zelfs geen last van plichtsbesef.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email