Make love not war was het credo van de jaren waarin ik op de middelbare school zat. Terwijl ik achter mijn bureau huiswerk maakte, ontwikkelde zich ver daar vandaan een tegencultuur, waarvan flarden tot mijn transistorradio doordrongen. Protestliederen tegen de atoombom, de oorlog in Vietnam en tegen de verstikkende burgerlijke maatschappij van kapitalisme en materialisme. Ben ik te min omdat je pa in een grotere kar rijdt dan de mijne? zong Armand en ik dacht aan de Ford Cortina van mijn vader.

Op de eerste schoolfoto staat een timide jongen met brilletje en een keurige scheiding in zijn haar,  gekleed in een wit overhemd, een donkerblauw vest en een vlinderdasje. Anderhalf jaar later moest ik van deze aangepastheid niets meer hebben, ik wilde toch geen burgermannetje worden? Maar als ik naar mijn platenhoezen keek of mezelf vergeleek met  foto’s van beatgroepen in de Muziek Expres, wist ik dat ik nog een lange weg te gaan had. Het jarenlange gevecht om iedere centimeter haarlengte begon, ouders en school waren geduchte tegenstanders. Zonder kledingbudget was de spijkerbroek nog ver weg, een keurige terlenka pantalon met vlotte coltrui was het hoogst haalbare. Het werden de jaren van de geestverruimende middelen en in navolging van Timothy Leary’s Turn on, tune in, drop out zongen de Beatles aan het einde van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band: I’d love to turn you on. Ik wilde misschien wel, maar moest eerst nog tien bladzijden Engels idioom uit mijn hoofd leren. En hoe ging ik het mijn moeder vertellen? Verder dan een hip kopje muntthee kwam ik niet.

Terwijl het feest was in de parken van San Francisco en op de hellingen van Kathmandu, ging deze wannabe hippie ondergronds en nam een aantal hardnekkige denkbeelden mee. Een boterham met tevredenheid in de economie van het genoeg: werken is prima, maar niet het hoogste doel en een grotere auto dan de buren is burgerlijk. Gehoorzaamheid aan regels die tot onvrijheid leiden of gevoelens en ideeën onderdrukken, vergeet het maar. Natuurlijk haalden de jaren des onderscheids de scherpe kantjes van deze uitgangspunten af, maar diep in mij zit nog steeds het jochie van veertien dat ook naar Ashbury Height wil. Kathmandu heeft inmiddels iets van zijn aantrekkingskracht verloren.


Competitie ~ 1) Concurrentie 2) League 3) Mededinging 4) Reeks van wedstrijden 5) Reeks wedstrijden 6) Wedijver 7) Wedstrijdenreeks


Wat ben ik blij dat ik niet op een excellente school heb gezeten. Zonder competitie geen prestaties, en dus kiezen jaarlijks teveel Japanse jongeren voor een zachte dood omdat ze gezakt zijn voor een toelatingsexamen dat de eer van de familie bevestigt en uitzicht biedt op status en een bovenmodaal inkomen. Nederland is in dit opzicht gelukkig Japan niet, maar wat zijn leerlingen, die niet excellent geboren zijn en de concurrentiestrijd al in groep drie verliezen, maatschappelijk waard? Ja, natuurlijk vormen zij de ruggengraat van werkend Nederland en zijn zij het, die je verzorgen als je in onze kenniseconomie ziek of oud bent, die je haar knippen en je cv-ketel repareren. Maar zijn zij te min, omdat hun manager in een grotere kar rijdt dan zij?

Ben ik dan helemaal niet competitief ingesteld? Wil ik geen prestaties leveren? Natuurlijk wel. Vijfendertig jaar heb ik het beste uit mijn leerlingen willen halen. Nu verplicht ik mijzelf elke week een stukje te schrijven, zit ik urenlang te tekenen omdat het altijd beter kan en probeer iedere woensdagavond in drie kwartier tenminste zestig, liefst zeventig banen te zwemmen. Bovenal wil ik de opa zijn uit het liedje van Hetty Blok en Leen Jongewaard, waarvan er in heel Europa niemand is zoals hij. Maar deze wedstrijden speel ik tegen mijzelf, met eerlijke overwinningskansen en altijd zicht op promotie. Verliezen is geen optie, want het staat mij vrij de spelregels te veranderen. Deze competitie is spel, hier is geen plaats voor stuurbare factoren en een specifiek excellentieprofiel. Ik hoef geen adviesbureau in te huren om een predicaat te behalen dat toch niet kan verhullen dat ik, net als jij, een gewoon mens ben, hopelijk goed, maar zeker niet excellent. Gelukkig niet.

Think for yourself and question authority zei Timothy Leary, terwijl hij Mexicaanse paddo’s ontdekte. President Richard Nixon, voor ons de grootste schurk van de jaren zestig, noemde hem de gevaarlijkste man van Amerika. Need I say more?

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.

 

 

Print Friendly, PDF & Email