Voorwerpen hebben mensen nodig om tot leven te komen. Paul van Ostaijen liet ruim honderd jaar geleden de kleine Marc in een gedicht zijn omgeving wakker maken: Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem … dag lieve vis, dag klein visselijn mijn. Lennaert Nijgh verplaatste deze scene zo’n veertig jaar geleden naar de avond: De dingen in de kamer worden vrienden die gaan slapen, de stoelen staan te wachten op het ontbijt.

De ouderlijke woning was bijna leeg. Ruim acht jaar na mijn moeder was mijn vader overleden, het huis werd verkocht en moest dus ontruimd. Een spannende situatie, maar ook bijzonder leerzaam. Zou het huis nog mysteries onthullen? Kende het verleden van mijn ouders zorgvuldig voor mij bewaarde geheimen? Nee gelukkig niet, alleen was mijn vader toch een stuk minder goed in hoofdrekenen dan hij altijd beweerde. De cijferlijst, behorende bij het diploma van de handelsavondschool, bewees het tegendeel.

Maar meer dan over mijn ouders leerde ik hier over mijzelf. Het verweesde huis liet mij zien wat er overblijft van een leven lang werken, zorgen voor kinderen en later voor een goede oude dag. Sieraden, een wasmachine en een stofzuiger, een versleten bankstel, een antieke kast vol serviesgoed en glazen. En vooral ook foto’s, heel veel foto’s, ingeplakt in albums of nog in het mapje van de ontwikkelcentrale. Dit zou er van mij dus ook overblijven, over zo’n jaar of dertig. Misschien wordt het tijd, eens kritisch naar mijn eigen materiële omgeving te kijken. Mijn kinderen zitten waarschijnlijk ook niet te wachten op een boekenkast vol stoffige en gedateerde romans, of gebruiksaanwijzingen van apparaten die allang vervangen zijn.

In een laadje van het wandmeubel zat een blikken doosje, waar vroeger chocola in had gezeten. Ineens wist ik het weer: dit waren de medailles, die mijn vader vroeger gewonnen had met zijn kleurkanaries. In de achterste kamer van onze bovenwoning naast het slachthuis stonden allemaal kleine vogelkooitjes met een kanarie erin, soms twee. Want, zo vertelde mijn vader me, het mannetje moest de pop bevruchten om jongen te krijgen. Het was de kunst, voor de pop het juiste mannetje kiezen. Meer seksuele voorlichting en relationele adviezen zou ik van hem niet gaan krijgen, maar dat wist ik toen nog niet. Als tienjarige was ik trouwens ook nog niet toe aan zijn verhandeling over de erfelijkheidswetten van Mendel, die erop volgde. Maar ik wist: als je je kanaries goed kruiste, kon je zo’n medaille winnen.


Winnen ~ 1) Aanwerven 2) Behalen 3) Bovenhand krijgen 4) Delven 5) Door inspanning verkrijgen 6) Gewinnen 7) Het zegevieren 8) Inhalen 9) Inpalmen 10) In een strijd zegevieren 11) Nummer een zijn 12) Onttrekken 13) Opdoen 14) Overwinnen 15) Paaien 16) Snaaien 17) Strijken 18) Verdienen 19) Verkrijgen 20) Verslaan 21) Verwerven 22) Voordeel behalen


Nu zit ik hier met mijn eigen doosje met medailles. Het hoogtepunt ligt al ver achter me: in 1970 werd ik scholierenkampioen van Rotterdam op de vijftig meter rugslag voor jongens van zestien jaar en ouder. Ik zie pater Sier, de conrector, nog het klaslokaal binnenkomen, verbaasd dat er op zijn school iemand de moeite genomen had om op zaterdagavond te gaan wedstrijdzwemmen. Hij reikte mij de kleine trofee uit en zei dat hij hoopte, dat ik me voor mijn schoolwerk net zo zou inspannen.

In het doosje zit nog meer verbleekte en vergane glorie. Drie speldjes, die horen bij de vaardigheidsproeven turnen A, B en C. Een medaille voor de prestatieloop rondom de Kralingse Plas in Rotterdam, georganiseerd door De Havenloods. En natuurlijk nog meer zwemmedailles, want wat voor mijn vader kanaries waren, was voor mij zwemmen: de basis van onze medaillespiegel.

Natuurlijk nam ik uit het ouderlijk huis een aantal spullen mee, waarvan ik dacht dat ik er nog wat aan zou hebben. Dat viel behoorlijk tegen, want het leven was eruit. Er was geen vader of moeder meer om ze ’s ochtends te begroeten en ’s avonds goedenacht te wensen. Een jaar later had ik de meeste dingen alweer weggedaan. Het doosje met eremetaal heb ik niet eens meegenomen. Een medaille zonder bijbehorende winnaar is meestal zinloos.

De vijftienjarige Charlie Lines rende het rugbyveld op, toen het Nieuw-Zeelandse rugbyteam in 2015 de wereldtitel won. Dat mag natuurlijk niet, en een overijverige beveiliger vloerde hem met een tackle, waardoor Charlie languit op het gras tussen de spelers belandde. Sonny Bill Williams, een van de sterspelers van het team, stuurde de bewaker weg, bracht Charlie terug naar zijn vader op de tribune en gaf hem zijn zojuist gewonnen gouden medaille: Enjoy it, Charlie bro. Williams omzeilde hiermee de tragiek van iedere medaille: bij de uitreiking is de topprestatie alweer verleden tijd.

Is er iets vluchtiger dan winnen? Zelfs verliezen duurt langer. Ik denk dat ik mijn medailles eerdaags zelf maar weggooi.

 

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman

 

Print Friendly, PDF & Email