Gepest ben ik nooit en een pester ben ik ook niet geweest. Maar als ik terugkijk op dat jaar op de middelbare school moet ik achteraf erkennen dat de Bijbelse uitspraak Wie niet met mij is, is tegen mij ook op mij van toepassing is. Ik kijk er niet met trots op terug.

Natuurlijk had hij het voor een deel over zichzelf afgeroepen, de jongen die maandenlang het mikpunt van onze spot was. Dat hij altijd vlak voor de leraar ging zitten, het liefst alleen, was hiervoor natuurlijk geen rechtvaardiging. Dat hij leraren eraan herinnerde dat zij nog geen huiswerk hadden opgegeven ook niet.

Zelfs de vraag aan de gymleraar of hij rondjes mocht gaan lopen op de sintelbaan, in plaats van mee te voetballen, had hij gewoon moeten kunnen stellen zonder later hierop afgerekend te worden. Maar het was wel onhandig en het plaatste hem in een uitzonderingspositie. Maar hij leek tevreden met zijn zelfgekozen isolement.

Hoe handhaaf je jezelf, als je bent blijven zitten en in een nieuwe klas terechtkomt? Onze nieuwe klasgenoot probeerde het eerst met bluf en een grote mond, maar wij waren niet van hem onder de indruk. Was het toeval dat een paar weken later het pesten begon?

Eerst waren het verbale grapjes, woordspelingen op zijn achternaam, gevolgd door karikaturale tekeningen met kwetsende onderschriften, die in de klas rondgingen. Het werd bon ton om mee te doen aan zijn schofferingen, die erger werden omdat hij er nauwelijks op reageerde. Er werden propjes naar hem geschoten, zijn gymkleding werd het raam uitgegooid en de inhoud van zijn broodtrommel werd omgeruild voor een hondendrol.


Brood ~ 1) Baar 2) Baksel 3) Basisvoedsel 4) Bekend schilder 5) Bestaan 6) Christelijk symbool 7) Dagelijks eten 8) Dagelijks voedsel 9) Dageljiks voedsel 10) Deel van de eetwaren 11) Eindje 12) Etenswaar 13) Kost 14) Kostwinning 15) Levensonderhoud 16) Meelproduct 17) Meelspijs 18) Nederlandse muzikant en kunstschilder


Zelf dacht ik me neutraal op te stellen, ik deed niet mee met de pesterijen, maar ik probeerde ze ook niet tegen te houden of te stoppen. En als onze klasgenoot die gedenkwaardige middag niet gereageerd had op zijn treiteraars, zou ik het misschien allang vergeten zijn.

Maar hij reageerde wel. Eindelijk. Na de middagpauze werd hij bij binnenkomst in het lokaal weer eens lastig gevallen en ik tikte op zijn schouder, omdat ik erlangs wilde. Zonder te kijken wie er achter hem stond, haalde hij uit en gaf me een dreun in mijn gezicht.

Mijn rechter brillenglas was aan gruzelementen en enkele stukjes glas kwamen in mijn oog. Met een wazige en rood omfloerste blik werd ik afgevoerd naar het oogziekenhuis, waar een arts mijn oog voorzichtig reinigde en afgeplakte met een stuk verband. Het was nog een hele toer om met één oog en zonder bril die middag thuis te komen.

’s Avonds belden zijn ouders op en boden excuses aan voor het gedrag van hun zoon. Ik voelde me ongemakkelijk in mijn slachtofferrol en vond mezelf een hypocriet. De klap had mij stof tot nadenken gegeven.

Aan de rest van de klas trouwens ook, de lol van het pesten was er na dit incident wel af. Het was genoeg geweest en misschien schaamden wij ons wel. We lieten ons slachtoffer terugkeren naar zijn isolement en bemoeiden ons niet meer met hem. Aan het einde van net schooljaar bleef hij zitten en verdween uit het zicht.

Eerlijk gezegd was ik het incident vergeten, totdat een optometrist mij eind vorig jaar vroeg waardoor het litteken op mijn oog veroorzaakt was. En ineens was de schaamte weer terug, want zou deze klasgenoot het pesten net zo makkelijk vergeten zijn? Ja, jongens waren we, maar niet altijd aardige jongens.

 

Dit blog verscheen eerder in #Ik ben gepest, een boek van Martha Pelkman (november 2018).

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email