#WOT 40: Quote

05. Dresselhuysstraat

     0

Zeven jaar zat ik op het gymnasium. De kapstokken voor de eersteklassers stonden achter in de ruimte die naar de zwart-wit getegelde gangen met lokalen leidde. Of naar de uitgesleten trappen naar de tweede en derde etage. Ellenlange jaren liep ik tussen negen uur ’s ochtends en vijf voor drie ’s middags met mijn lotgenoten in de tredmolen van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, van lokaal naar lokaal, van Grieks via Engels naar Latijn. Met een beetje geluk stond er tekenen op het rooster, met regelmatiger pech wis- of natuurkunde.

Tegen de tijd dat mijn jas de voorste kapstokken bereikte, gewijde grond voor eindexamenleerlingen, moest ik gaan beslissen wat ik ging studeren. Nee, de vraag was nooit geweest wat ik wilde worden, maar wat en aan welke universiteit ik ging studeren. Dat er na zo’n studie nog een leven lang gewerkt moest worden, was bijzaak. Ouders en leraren gingen er stilzwijgend van uit dat met zo’n gedegen opleiding de toekomst verzekerd was, en ik had het niet in mij om dat zwijgen te doorbreken. De geliefde tekenlessen waren dan wel na de derde klas gestopt, maar voor dit vak maakte ik nog steeds het meeste huiswerk. Tacitus kon wel even wachten, eerst moest mijn tekening af.

Ik geloof dat ik in dat laatste jaar het woord kunstacademie éénmaal heb laten vallen, waarop mijn ouders onmiddellijk een adviesbureau in de arm namen. De psycholoog van het Katholiek Bureau voor School- en Beroepskeuze beschouwde mijn algemeen verstandelijke begaafdheid gelukkig als behoorlijk – ik moest immers nog examen doen –  maar mijn lot werd bezegeld door de opmerking over mijn meer kunstzinnig georiënteerde mogelijkheden. De kern hiervan zou mij wel raken, maar zijns inziens waren het vooral de randverschijnselen – zoals het niet-gebonden zijn en een mogelijke individuele vrijheid binnen het kader van de beroepsbeoefening – die mij in sterke mate aanspraken. Koren op de molen van mijn moeder, want mijn haar was al veel te lang en mijn kleding te uitbundig, dus nog meer vrijheid zou mij regelrecht naar de goot leiden.

De studie werd geschiedenis, het beroep leraar. Leuke baan hoor, leraar, niets mis mee. Mijn vader noemde ons de bevoorrechte kaste van Nederland: uren van vijftig minuten, korte werkdagen en lange vakanties. Gelukkig wel een beetje waar , want zolang het onderwijs nog niet ten prooi was gevallen aan herstructurering en strakke regelgeving, hield ik genoeg tijd over voor mijn kunstzinnige vrijetijdsbesteding. Helaas, langzaam maar zeker verdwenen vrijheid en creativiteit uit het lesgeven, moesten de teugels aangetrokken worden en werd de lat schijnbaar hoger gelegd. Inspectie en leerplichtambtenaren lagen op de loer. Leerlingen, die het niet met je eens waren, belden met hun nieuwste smartphone ter plekke hun moeder en beïnvloedden het jaarlijkse tevredenheidsonderzoek negatief. Tenminste, als de schoolcomputers het deden.


Quote ~1) Aanhaling 2) Citaat 3) Evenredig aandeel


Vervroegd pensioen? Zou je dat wel doen? Vijfendertig jaar lesgeven duurt lang. Hoe vaak zou Caesar in die jaren de Rubicon zijn overgestoken? De Tachtigjarige Oorlog: achtentwintighonderd jaar strijd, uitmondend in de Vrede van Westfalen. Ieder voorjaar weer de Praagse Lente, iedere winter een Hongerwinter. Hoe vaak zou het kofschip uitgevaren zijn? Hoeveel repetities en zakelijke brieven zou ik nagekeken hebben? Natuurlijk greep ik deze kans met beide handen. Denk je eens in: ook nooit meer vergaderen, geen tweewekelijks teamoverleg, studiewijzers en digitale leerlingdossiers vanaf nu geschiedenis … Vol overgave heb ik me in mijn herwonnen vrijheid op tekenen, schilderen en schrijven gestort. Mijn eerste tekening kreeg als toepasselijke titel: De ontsnapping.

Niets is wat het lijkt was jarenlang mijn meest geliefde uitspraak. Herinnering aan mijn jeugd, leidend motto bij de inschatting van het gedrag van leerlingen. Schijn bedriegt is haar tweelingzusje. Citaten voegen zich naar persoonlijke omstandigheden en verworven inzichten. Ik denk dat ik veel schone schijn achter me heb kunnen laten en vind mijn nieuwe motto in een quote van de Engelse schrijfster George Eliot: It is never too late to be what you might have been.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll Up
%d bloggers liken dit: