Niet helemaal gekscherend zeg ik wel eens dat ik door mijn ouders ben grootgebracht, maar niet ben opgevoed. Natuurlijk heb ik wel met mes en vork leren eten, met twee woorden leren spreken en beleefd dank u wel leren zeggen als ik van de slager een stukje worst kreeg, maar veel levenslessen of persoonlijke adviezen kreeg ik niet mee.

Het kan natuurlijk ook zo zijn, dat hun woorden niet aan mij besteed waren, want inmiddels ben ik gaan inzien dat ook opvoeden een vorm van communicatie is, een proces met een zender, een boodschap en een ontvanger. De zenders, mijn ouders, deden aanvankelijk dunnetjes over wat zij van hun ouders meegekregen hadden, zeg maar de boodschap in het proces, en vermengden dit met hun eigen oorlogservaringen en de waan van die dagen, de naoorlogse vooruitgangsgedachte.

Als ontvanger van dit alles was ik daarnaast ook regelmatig mijn eigen stoorzender, die wel hoorde wat er gezegd werd, maar er graag nog even over na wilde denken of er zijn eigen uitleg aan gaf.

Ouders, priesters en leraren hadden voor mij dus niet automatisch de wijsheid in pacht. Natuurlijk luisterde ik wel naar hun vaak als geboden verpakte adviezen, maar ik heb deze lessen nooit als een totaalpakket kunnen ervaren en was altijd op zoek naar bevestigende of tegenstrijdige gegevens in de wereld om mij heen. Ik las boeken en luisterde naar songteksten, en als dertienjarige relativeerde ik zowat alles weg wat een puber weg kan relativeren. Wat ik overhield was verwarring, verpakt in een streven maar vrijheid en blijheid.

Zoals anderen in hun gevecht tegen verwarring de toevlucht namen tot bijbelteksten of uitspraken van partijleider Mao, zo verzamelde ik flarden van songteksten, waarvan ik het vermoeden had dat deze belangrijk waren, dat hier lessen te leren waren die ik ooit nodig ging hebben. Ik sloeg ze op in mijn geheugen, schreef ze in de kantlijn van mijn schoolagenda en versierde er mijn schriften mee.

De ouderen zijn niet meer zoals vroeger halve goden, was er in rode viltstiftletters te lezen en op de volgende bladzijde in het blauw: Lose your dreams and you will lose your mind. In het eindexamenjaar werden de teksten van Leonard Cohen mijn richtsnoer, voor zover ik ze begreep natuurlijk. You are locked into your suffering and you pleasures are the seal was een uiterst correcte beschrijving van mijn leven op dat moment.


Advies ~ 1) (goede)raad 2) Aanbeveling 3) Aanrader 4) Aanwijzing 5) Beraadslaging 6) Bericht 7) Gevolgtrekking 8) Kennisgeving 9) Mededeling 10) Mening 11) Oordeel 12) Raad 13) Raadgeving 14) Raadslag 15) Rechtsstrijd 16) Richtlijn 17) Tip 18) Uiteinde 19) Voorlichting 20) Wenk 21) Zichtbaar teken


Ik ging studeren en Crosby, Stills, Nash & Young zongen: You, who are on the road, must have a code that you can live by, en ik vond dit een wijze raad. Maar aan hun erop volgende advies om mezelf te worden had ik niet zoveel. Ik had er namelijk geen idee van wie ik echt was, en het zou nog jaren duren voor ik daar maar enigszins kijk op ging krijgen. In mijn laatste studiejaren vond ik in Roger Hodgson (Supertramp) een verwante ziel, die precies onder woorden bracht wat ik voelde: Won’t you please tell me what we’ve learned? I know it sounds absurd, but please tell me who I am.

Ik studeerde af en ik hoorde Pink Floyd zingen, deze keer speciaal voor mij: And then one day you find ten years have got behind you. No one told you when to run, you missed the starting gun. Verdraaid, ze hadden gelijk en als ik nog iets van mijn leven wilde maken, werd het tijd om volwassen te worden en om te stoppen met dagdromen.

Ik studeerde af, trouwde, vond een baan en werd vader. Ik had een gezin, een vast inkomen, een hypotheek, vrije zaterdagen en vakanties. Een groot deel van mijzelf was gelukkig, maar mijn viltstiften droogden op en ik luisterde steeds minder naar muziek. En op gezette tijden zong Paul Simon in mijn hoofd: We’re working our jobs, collect our pay. Believe we’re gliding down the highway when in fact we’re slip slidin’away.

Probleemloos werd ik vijftig, maar toen kwam er zand in de machine. De levenslessen, die ik mezelf had eigen gemaakt, waren niet langer in staat het op te nemen tegen het oude zeer in mij. Nog eenmaal moest ik de confrontatie aan met de diep in mij nog aanwezige geboden uit mijn onverwerkte jeugdjaren.

En als het me allemaal even te veel werd, trok ik me terug op mijn studeerkamer, ging achter de computer zitten en liet Tom Petty keer op keer zingen: Baby, everybody had to fight to be free. You see, you don’t have to live like a refugee. Dan dacht ik aan alle zouteloze praatjes en aan fotoalbums die zo vals getuigen van een blijde jeugd, en zong uit volle borst mee met Tears for Fears: Shout, shout, let it all out. These are the things I can do without.

Het is met mij toch nog goed gekomen en veel heb ik te danken aan dat kompas van songteksten. Maar ik wens het niemand toe om zo te leven, ook ik was graag minder eigenzinnig geweest en had liever een warme opvoeding gehad.

 

De citaten hierboven zijn afkomstig uit de volgende nummers: Voor de overlevenden en Testament (Boudewijn de Groot, 1966); Ruby Tuesday (Rolling Stones, 1966); Stories of the street (Leonard Cohen, 1967); Teach your children (Crosby, Stills, Nash & Young, 1971); The logical song (Supertramp, 1979); Time (Pink Floyd, 1973); Slip slidin’away (Paul Simon, 1977); Refugee (Tom Petty and the Heartbreakers, 1980); Shout (Tears for Fears, 1984).

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat  bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email