#WOT 42: Route

13. Zilverschoon

     0

Volgend weekeinde tikt de zomertijd weg en mijn schoonmoeder zou gezegd hebben: We gaan de nachtschuit weer in. Er liggen sombere maanden in het verschiet en ik ben er niet gerust op dat de gedeeltelijke lockdown van dit moment het coronavirus gaat verslaan. De donkere dagen voor Kerst worden stiller dan de stille week voor Pasen.

’s Ochtends in het donker in de file staan op de A20, ter hoogte van Terbregseplein, was ooit het schrikbeeld dat bij deze maanden hoorde. Als ik in de aanloop naar de herfst een cd uitkoos voor onderweg, beïnvloedden de regen en de vallende bladeren mijn keuze. Geen lichtvoetige liedjes van de Beach Boys of Lovin’ Spoonful meer, want hun zomerse antigif had op mij een averechtse werking en maakte het verlangen naar zon en vrijheid bijna ondraaglijk.

De sombere, melancholieke kant van mijn platenkast kreeg mij in zijn greep en Leonard Cohen of de Cure werden voor een paar maanden mijn vaste begeleiders, soms vergezeld door Randy Newman. The summer’s almost gone, the winter’s tuning up … zong Leonard Cohen en ik zocht troost in het afsluitende … but a lot goes on forever. Ooit zou het weer zomer en vakantie zijn.


Route = 1) af te leggen weg 2) baan 3) etappe 4) gespecificeerde scheepvaartweg 5) koers 6) pad 7) reisplan 8) richting 9) traject


Escapisme is waarschijnlijk het juiste woord voor mijn neiging om in de ochtendspits te vluchten in muziek en vakantiedromen. Liever dan op de A20 richting mijn school in Vlaardingen reed ik in gedachten naar het zuiden van Frankrijk, naar de kleine camping in Villerouge-de-la-Crémade, een plaatsje vlak onder Narbonne.

Met vier slaperige kinderen op de achterbank gingen we ’s ochtends in alle vroegte weg. Antwerpen was een uur rijden, de Franse grens bijna drie en rond het middaguur lag Parijs aan onze voeten. De Francilienne, de ringweg die de beruchte Boulevard Périférique deed vergeten, stond duidelijk aangegeven op de ANWB-routekaart, maar ieder jaar was het toch weer een opluchting het bord Orléans te zien, als bevestiging dat de drukte nu achter ons lag en de vakantie kon beginnen. In de auto werd het steeds warmer, de pijpen van mijn afritsbroek lagen al achterin en voor ons doemde de Auvergne op.

Maar vanaf Orléans kon ik ook richting Limoges rijden, langs het Lac de Vassivière en vandaar verder door de Dordogne. Ik passeerde Brive-la-Gallarde en Souillac, en als een spons zoog ik deze welluidende namen op. Aan de horizon lag Toulouse, Krimpen aan den IJssel, Rotterdam en Vlaardingen waren ver weg en zouden dat nog wel even blijven. Opgelucht herademde ik.

Op andere dagen dacht ik aan het zoemende Belgische asfalt richting Luxemburg, de golvende weg langs Metz en Nancy en de klinkende namen van Bourgondische steden en wijnen. Via de Autoroute du Soleil was Lyon in één dag te halen en met deze stad achter de rug daalde er een weldadige rust over mij: ik was ontsnapt aan de dagelijkse sleur, aan mijn werk en de steeds problematischer wordende situatie rond mijn ouders en mijn gehandicapte broer en zus. Ik voelde me bevrijd en zou nog zeker drie weken op vrije voeten blijven. Goedemorgen Frankrijk!

De afgelopen jaren is de drang verdwenen om me als een lemming in het vakantieverkeer richting het zuiden te storten. De deur van het klaslokaal heb ik achter me dichtgedaan, de ochtendspits heb ik vaarwel kunnen zeggen en mijn ouderlijk huis is niet meer. Maar nu er een winter voor de deur staat, waarin ik niet kan terugkijken op een welbestede zomervakantie en die van volgend jaar hoogst onzeker is, vraag ik me af of mijn escapisme niet opnieuw de kop op gaat steken Misschien hoop ik dat juist wel.

Want de ene psycholoog raadt mij aan vooral in het moment te blijven leven en deze coronatijd niet in winterslaap door te brengen, in afwachting van betere tijden. Een andere psycholoog is van mening dat ik me zo nu en dan moet verplaatsen in mijn situatie over vijf jaar: waar sta ik dan en wat heeft deze tijd mij gebracht?

Ondertussen heb ik mijn laatste vakantiereizen naar Schotland en Wales al vele malen herbeleefd. Zou de veerbout van Ullapool naar Stornoway inmiddels ook al aangepaste vertrektijden hebben? Heeft dat oude hotel in Rhyl het faillissement kunnen afwenden? Zal ik er ooit nog cheese and biscuits als nagerecht kunnen bestellen?

Ik heb opnieuw genoten van die pizza in Rome en ben weer even terug geweest in Sirmione aan het Gardameer. Opnieuw nam ik een duik in het zwembad van Hotel Los Angeles in Granada en  met veel smaak heb een kopje koffie gedronken op het terras van Café Zurich, aan het Plaça de Catalunya in Barcelona.

Liever dan met beide benen continu in het heden te moeten blijven staan of me af te vragen hoe ik op 72-jarige leeftijd terug zal kijken op dit coronajaar, verlies ik mezelf weer af en toe in mijn verleden. Lang heb ik me afgevraagd of dit wentelen in mistige melancholie wel goed voor me was, maar eigenlijk is dat zinloos: ik kan het toch niet laten. Daarom ben ik de Zwitserse schrijver Pascal Mercier dankbaar dat mij het volgende citaat cadeau deed:

We strekken ons tot ver in het verleden uit. Dat komt door onze gevoelens, met name de diepe gevoelens die bepalen wie we zijn en hoe het is wij te zijn. Want die gevoelens kennen geen tijd, ze kennen die niet en erkennen die niet.

Gewapend met zo’n citaat kom ik de coronawinter wel door, even eraan ontsnappen is niet zo moeilijk. Misschien heeft opa alleen nog een schommelstoel nodig.

 

Het citaat van Leonard Cohen komt uit ‘I can’t forget’ van de cd ‘I’m your man’ (1988); het citaat van Pascal Mercier stond in ‘Nachttrein naar Lissabon’ (2004).

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag publiceert alimolenaar.nl een woord waar je over mee kunt schrijven. Je kunt op ieder moment instappen.

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll Up
%d bloggers liken dit: