#WOT 43: Hulp

05. Dresselhuysstraat

     2

Mijn moeder was graag deftig, mijn vader was teleurgesteld dat hij niet had mogen doorleren, in tegenstelling tot zijn jongere broer en zussen. Mijn rapportcijfers waren in de zesde klas van de lagere school goed genoeg om toelatingsexamen voor het gymnasium te mogen doen. En dus zat ik in mei van dat jaar naast mijn oudste broer in de trein naar de grote stad, op weg naar de volgende fase in mijn leven. Dat was wel even wennen, want ik mocht ineens niet meer mijn korte broek aan en mijn broer had me ook gezegd dat ik iets aan mijn haar moest doen. Met zo’n stekelkoppie kon ik echt niet naar zijn school.

Iedere vijftig minuten van die twee dagen ging de bel, die ik in de komende zeven jaar zo goed zou leren kennen. Dit werd steevast gevolgd door de geluiden die bij een lokaalwisseling horen: schuivende stoelen, deuren die opengegooid werden en het rumoer van opgehokte jongens die zich eventjes vrij konden bewegen. In drommen kwamen zij langs de kantine, waarbij ze ons meewarige blikken toewierpen. Waren deze blikken bedoeld voor de sukkels die hun kantine bezet hielden, of wisten zij al wat wij nog niet wisten, dat dit examen ons zou toelaten tot een strak keurslijf overdag en ’s avonds veel huiswerk? Alsof ze wilden zeggen: je kunt nog terug?

Het toelatingsexamen zelf viel best mee, alleen rekenen was een kleine ramp. Van de Grootste Gemene Deler had ik nog nooit gehoord, laat staan van het Kleinste Gemene Veelvoud, en nu werd ik geacht hierover sommen te maken. Omdat ik werkelijk geen idee had waar ik moest beginnen, zocht ik mijn toevlucht in de waarheid en schreef bij de desbetreffende antwoorden: dit hebben wij op school niet behandeld. Met deze briljante ingeving wist ik er een herexamen rekenen uit te slepen, zodat ik ergens in juni weer naast mijn broer in de trein zat.

Een didactisch vriendelijke leraar wiskunde nam het mondelinge examen af en stelde mij vragen over twee hardlopers, die ieder vanuit een andere positie en met een andere snelheid over de sintelbaan renden. Hij vroeg zich af, waar en wanneer beide lopers elkaar zouden tegenkomen. Ik had geen idee wat dit met rekenen te maken had, maar snapte wel dat ik niet kon antwoorden dat zij dat vanzelf wel zouden merken. Of dat, als zij elkaar echt wilden ontmoeten, zij het beste stil konden gaan staan om vervolgens naar elkaar toe te lopen. Dit was bovendien de snelste oplossing zijn, leek mij. Zwijgend en in lichte paniek keek ik naar een affiche op de muur van het wiskundelokaal, waarop zes rode mieren op een achtvormige lus achter elkaar aan liepen en elkaar ook  nooit zouden ontmoeten. Was mijn schoolcarrière onder deze prent van M.C. Escher al geëindigd, nog voordat hij was begonnen? Die middag leerde ik de uitdrukking het voordeel van de twijfel kennen, want tot mijn opluchting stuurde de toelatingsexaminator mij met die woorden naar huis. Deze keer vertelde ik niet de hele waarheid, ik liet het erbij dat ik ook voor rekenen was geslaagd was en dus was toegelaten.

Rekenen werd wiskunde, eigenlijk algebra en meetkunde, en dit vak werd onmiddellijk vaste klant tussen de onvoldoendes op mijn rapporten. Nu kon ik met één of twee kleine onvoldoendes nog wel over naar de tweede klas, maar er kwam al snel een probleem bij. De leraar Frans had er geen boodschap aan dit ik als enige van mijn klas in de laatste jaren van de lagere school geen bijles in le Français vivant had gekregen, maar wel in Engels. Hij was niet van plan zijn lestempo aan mij aan te passen en hijgend liep ik voortdurend achter de Franse feiten aan. Met tellen moest ik bij nul beginnen, daar waar de overige leerlingen vlot alle gevraagde getallen wisten op te hoesten. ‘Bedenk het wel: de tijd gaat snel, straks gaat de bel’ dichtte hij me tot leedvermaak van mijn klasgenoten toe, wanneer ik weer eens vast liep op een getal als drieënnegentig, in vertaling eigenlijk viermaal twintig plus dertien. Kom daar onder druk maar eens vlot uit.


Hulp ~ 1) Assistentie 2) Alla 3) Assistent 4) Bijstand 5) Broeder 6) Baat 7) Bediende 8) Diaken 9) Eliëfcommissie 10) Genade 11) Handreiking 12) Hulpbetoon 13) Hulpmiddel 14) Hulpverlening 15) Helper 16) Handreiker 17) Helpster 18) Heul 19) Het helpen 20) Knecht 21) Medewerker 22) Medewerking 23) Noodkreet 24) Noodoplossing (crypt.) 25) Ondersteuning


Overgaan van klas één naar twee ging nog net, maar het leek wel of er vanaf dat moment niets meer wilde lukken. Het aantal onvoldoendes groeide en mijn ouders zochten hulp voor mij. Charity begins at home, dus allereerst moest mijn broer mij mijn Franse huiswerk overhoren. Dat was beslist geen pretje, want hij wist altijd alles al beter en liet zo’n mooie gelegenheid om zijn superioriteit te benadrukken natuurlijk niet voorbijgaan. Mijn tegenzin hielp ook niet echt, zodat er vrij snel naar een zwaarder hulpmiddel gegrepen werd: de huiswerkklas. Iedere dag moest ik mij vijf minuten na de laatste les melden in de kantine, waar pechvogels in doodse stilte twee lesuren lang onder toeziend oog van surveillerende paters Franciscanen hun huiswerk zaten te maken. Eigenlijk deed ik daar niets anders dan thuis, want didactische of vakinhoudelijke hulp werd niet geboden. Meer van hetzelfde zou mij wel redden, was de gedachte. Niet dus, dat jaar bleef ik grandioos zitten.

Dat jaartje zittenblijven bleek achteraf de beste pedagogisch-didactische hulp die er was, want vanaf dat moment kwam het aantal onvoldoendes op mijn rapport nooit meer in de gevarenzone, zelfs niet toen ik naast meetkunde ook vakken als natuur- en scheikunde nog niet kon laten vallen. De leraar wiskunde, die mij bij het toelatingsexamen zijn voordeel van de twijfel gunde, moet geglimlacht hebben, toen hij de cijferlijst van mijn eindexamen zag.

Er stond slechts één onvoldoende op: een vijf voor algebra.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.

 

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

2 thoughts on “#WOT 43: Hulp

    1. Dank,dank. Een beetje laat, maar ja, Barcelona hè? Volkomen onlogisch heb ik nu een blog geschreven over Londen …

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: