Stel je onze slaapkamer op de eerste etage voor als een rechthoek, waarvan één lange zijde geheel uit ramen bestaat. Plaats in de linkerhoek aan de gangzijde een groot vierkant voor wat in vaktermen de natte ruimte heet. Tussen deze ruimte en de ramen houd je zo’n drie vierkante meter over, en dat was jarenlang mijn studeerkamer. De rest van de kamer, een iets kleinere rechthoek, is nog steeds onze slaapkamer die ruimte biedt aan een ledikant met ombouw, een grote kledingkast en een rek waar overheen ’s nachts onze kleren slapen.

Die studeerkamer was wel eens groter geweest. Toen we dit huis kochten hadden we één dochter en ik kon kiezen tussen de hele zolderverdieping of een van de kleine slaapkamers op de eerste etage. Het was goed dat ik voor de zolder had gekozen, want toen onze tweede dochter geboren werd, bleef de babykamer de babykamer en verhuisde grote zus naar de kamer ernaast.

Alle slaapkamers waren nu bezet, dus toen vier jaar later de derde dochter zich aandiende moest er met ledikantjes, poppenwagens en blokkendozen geschoven worden. De oudste dochters gingen gezamenlijk naar de zolder, die papa vrolijk behangen had met roze-wit gestreept behang, en hij verhuisde zijn bureau en boekenkast naar een kamer op de eerste etage, naast de babykamer en schuin tegenover de echtelijke slaapkamer.

Weer bijna drie jaar later werd onze zoon geboren. De baykamer ging van roze naar blauw en onze jongste dochter schoof een kamertje op … naar mijn studeerkamer. De enige ruimte, die restte, waren die zes vierkante meter in dat hoekje van onze slaapkamer. Met gipsblokken en met maximale inzet van mijn klusvaardigheden verlengde ik de muur tussen badkamer en slaapkamer, zodat er achter die afscheiding een kleine studeerruimte ontstond waar precies plaats was voor twee smalle bureaubladen, die in een L-vorm langs de wanden stonden. Boven het bureau hingen drie planken op plankendragers, vol boeken die de boekenkast hadden moeten verlaten. Het paste allemaal precies, maar veel armslag had ik er niet.


Offline ~ 1) Buitenspel 2) Computerterm 3) Internetterm 4) Niet online 5) Niet verbonden met internet


Halverwege de jaren negentig deed op school het internet zijn intrede. Vijftien jaar eerder had ik op een andere school de eerste computer al gezien, maar die stond opgesteld in een klein kamertje, dat alleen toegankelijk was voor vwo-leerlingen met wiskunde-II in hun pakket. In 1987 werd op het mbo, waar ik inmiddels werkte, de laatste typemachine symbolisch het raam uitgegooid, om aan te geven dat machineschrijven vervangen was door tekstverwerken. Daarna ging het snel, maar vooral op school, want een personal computer thuis zou toch zeker tot aan het einde van de jaren negentig een onbetaalbare luxe blijven.

Dankzij een pc-privéproject stond er in juli 2001 in die kleine studeerruimte dan eindelijk ook een computer, met internetaansluiting. Beeldscherm, toetsenbord, printer en systeemkast namen veel ruimte in beslag en om de kabels niet door het hele huis te laten lopen, moest ik driemaal een gat in de hoek van een betonnen plafond boren: twee om met de snoeren op zolder te komen en één om weer aan de andere kant van het huis een etage naar beneden te gaan. Maar we waren online en de tijdgeest was met ons.

Die computer was een groot succes, zo groot dat alle kinderen vochten om mijn bureaustoel om werkstukken te maken, te msn-en of om computerspelletjes te spelen. ’s Avonds na negen uur was ik aan de beurt, maar tegen die tijd kwam ik niet veel verder dan het downloaden van muziek via KaZaA, een uitwisselingsnetwerk dat zelfs de zegen van de Hoge Raad meekreeg, omdat het zelf geen auteursrechten zou schenden. MP-3 was mijn nieuwe toverwoord, maar spy- en malware kreeg ik er gratis bij, zodat de collega’s van systeembeheer in die tijd mijn beste vrienden waren. My boy lollipop van Millie, een ska-nummer uit 1964, was het eerste nummer dat die kleine ruimte in een hoek van de slaapkamer vulde.

Inmiddels ben ik weer terug op mijn eigen studeerkamer aan de overkant. De kinderen zijn het huis uit, de zolder is leeg en in de kamer naast mij staan een logeerbed en een kinderledikantje. Bob de Bijenkorfbeer, achtergelaten door zijn baasje, is er nu de hoofdbewoner. Nooit hoef ik meer te wachten om achter mijn eigen laptop te kunnen gaan zitten, maar alle muziek, die ik wilde downloaden, staat inmiddels wel op de externe harde schijf. Ik heb mijn eigen website, met mijn i-Pad en smartphone kan ik continu online zijn, maar gisteren overviel mij een wat wrange gedachte.

Met het verstrijken van de jaren is mijn digitale vingerafdruk groter geworden, maar ik ben bang dat ik in het echte leven toch steeds meer offline ga. Ik mis het onderwijs niet, hoef me geen zorgen te maken over het toenemende fileleed en heb geen last van vakantieroosters. En daarom word ik langzaam maar zeker maatschappelijk irrelevant en krijg ik ieder jaar iets minder vat op nieuwe ontwikkelingen. Over een paar jaar installeren mijn kleinkinderen mijn nieuwe laptop en helpen mij een handje bij het in gebruik nemen van mijn nieuwe smartphone.

En het enige wat ik hiertegen kan doen is mijn geduld en goede humeur bewaren, want mopperende en ongeduldige senioren zijn er al genoeg.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email