#WOT 43: Pijn

Gezegend met een goed gebit en een lichaam dat soms wel kraakt, maar redelijk blijft functioneren, heb ik geen grote geschiedenis van pijn. Ja, oorpijn in mijn kinderledikantje, terwijl de ochtend nog ver was en ik niet mijn bedje uit durfde te komen om troost te zoeken bij mama en papa. Of de schooltandarts, die rücksichtslos in mijn kiezen stond te prikken, in de hoop toch nog een gaatje te kunnen vinden. Ik heb mijn pink en een middenhandsbeentje gebroken, maar echt zeer heeft dat nooit gedaan. Mijn amandelen zijn geknipt, maar het mondkapje, waar ik mee verdoofd werd, herinner ik mij beter dan dat knippen zelf. En ik denk niet dat dit alles aan mijn pijngrens ligt, ik ben tenslotte een man.


Pijn ~ Pijn is een onplezierige sensorische en/of emotionele ervaring veroorzaakt door feitelijke of mogelijke weefselschade; ergens in het lichaam is een verwonding of dreigt er een te ontstaan. Soms ontstaat pijn echter ook zonder aanwijsbare lichamelijke oorzaak.


Wat ik wel met mij meedraag is boosheid, diepgeworteld en ontstaan in de jaren waarin het niet veilig was om mijn gevoelens van kwaadheid te uiten. In ons competitieve gezin probeerde ik net zo zuinig te zijn met het tonen van emoties als de rest, want zwakheid werd onmiddellijk verbaal afgestraft. Huil maar als je moeder begraven wordt, zei mijn vader als het huilen mij nader stond dan het lachen. Maar toen ik vijfenveertig jaar later aan haar graf stond, waren mijn tranen opgedroogd en kwam ik niet verder dan een paar onmachtige snikken. Bij zijn eigen overlijden was het niet veel anders, want mezelf blootgeven had ik afgeleerd en wat overbleef was boosheid.

Ik was boos op de kerkklokken, want ik wilde niet mee naar de kerk. Ik was boos op meester van de derde klas, want ik had liever een juffrouw gehad. Ik was boos omdat mijn vrienden ‘s winters in een lange broek liepen, terwijl ik met rode dijen van de kou in een korte broek liep. Boos was ik dat mijn oudste broer zijn naam in mijn boeken zette en ze meenam naar zijn eigen kamer. En ook daar was ik boos over, want ik moest een kamer met mijn andere broer delen. Maar ik liet mijn boosheid natuurlijk niet merken, want vriendelijk en meegaand zijn leek nog altijd de beste manier om mijn ouders te bereiken.

Mijn wereld werd groter, en mijn stille boosheid groeide mee. Ik was boos, omdat ik op weg naar school natregende, omdat er voor mijn fiets nauwelijks plek was in de fietsenstalling en omdat de trein naar sigarettenrook stonk. Maar ik was ook boos omdat ik op zaterdag wel naar school moest, terwijl de rest van Nederland een vrije zaterdag leek te hebben. Natuurlijk was ik boos omdat ik naar de kapper moest en was ik boos op mijn broers, omdat zij tegen onze afspraak in wel gegaan waren. Ik was boos op die grijze terlenka-broeken, op die keurige overhemden en op die stomme bril.

Maar inmiddels leerde ik ook steeds beter om in gezelschap mijn boosheid te verstoppen, om te doen of er niets aan de hand was. En daar werd ik zo goed in, dat ik het zelf ging geloven.

Maar soms nam de boosheid mijn dromen over, en in deze dromen kon ik me even helemaal uitleven. Na zo’n nacht kon ik er weer even tegen, want het was toch wel lekker om even helemaal door het lint te gaan. Overdag verstopte mijn boosheid zich weer en uitte zich vooral lichamelijk. Ik kreeg jeuk, de ene keer op mijn hoofdhuid, dan weer tussen mijn tenen, op mijn scheenbeen of in mijn oren. Ik heb inmiddels een lange geschiedenis van zalfjes, lotions en speciale shampoos achter de rug en op vakantie ben ik altijd weer blij als ik toch precies de juiste tube, flacon of fles meegenomen blijk te hebben.

Mijn boosheid heet inmiddels passieve agressiviteit, en hij kan op ieder moment en in de meest gewone situaties opduiken. Ik kan mensen stom vinden omdat ze in de metro naast mij komen zitten, terwijl er nog genoeg andere plaatsten vrij zijn. Mensen kunnen te blij kijken, te hard praten of mij op het verkeerde moment aanspreken. Ik stoor me aan doorzichtige reclames, te magere fotomodellen en lawaaierige pubers. Ik krijg jeuk in mijn oren van de praatjes van politici en ben allergisch voor mensen die mij op televisie rondom een tafel proberen te vermaken. Ik ben wars van onderwijsdeskundigen en heb weinig geduld met bekende Nederlanders, royalty-watchers en bezoekers van het Malieveld.

Steeds vaker denk ik bij mezelf: laat dit toch allemaal eens een keer gaan. Wordt het niet eens tijd om die muur in jezelf af te breken en eindelijk eens in tranen uit te barsten? Want ik weet het zeker, het is de hoogste tijd voor een stevige huilbui. Maar waar moet die sloopkogel vandaan komen?

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat  bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email
« »

© 2019 Stephan Koopmans’ Blog. Thema door Anders Norén.