Bureaucratie en papier zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In A4-bakjes, ordners, hangmappen en ladekasten wordt ieder formulier dat wij invullen, worden alle gegevens die wij de overheid verstrekken zorgvuldig bewaard. En als deze archieven in een database worden omgezet, verandert de papieren bureaucratie in een digitale.

Mijn eigen toetreding tot de nationale bureaucratie zal ongetwijfeld de inschrijving in het bevolkingsregister van Harlingen geweest zijn.  Ik stel me zo voor dat mijn vader op maandagochtend 27 juli 1953 op de fiets is gestapt om mij aan te gaan geven. Hij had waarschijnlijk een jas aan, want de temperatuur zou die dag niet boven de zestien graden uitkomen. Vanuit de naoorlogse nieuwbouwwijk Plan Zuid moet hij via de Kimswerderweg over de spoorwegovergang zijn gefietst, langs het station en over de Rozengracht.

Met het zicht op de Zuiderhaven en de rooms-katholieke kerk, waar hij vier jaar eerder getrouwd was en ik straks gedoopt ga worden, is hij rechtsaf de Brouwersstraat ingeslagen en is via de Spekmarkt en de Simon Stijlstraat naar de Voorstraat gefietst. Halverwege de winkelstraat heeft hij zijn fiets tegen de Raadhuistoren geplaatst, waarschijnlijk niet op slot gezet, en is via de achteringang het raadhuis binnengelopen.

Natuurlijk is hij bekenden tegengekomen en zal hij hen verteld hebben dat hij nu drie zoons heeft. Waarschijnlijk heeft hij met hen gesproken over de komende voetbalcompetitie en misschien heeft hij zich ook wel zorgen gemaakt. Drie kinderen in drie jaar, zijn omscholing van slagersknecht tot keurmeester nog niet voltooid en voorlopig dus ook nog geen zicht op een vaste baan. Zou hij taartjes of boterkoekjes hebben meegebracht?


Papier ~ 1) Administratief hulpmiddel 2) Bankbiljet 3) Beschrijfbaar materiaal 4) Bewijsstuk 5) Deel van het correspondentiemateriaal 6) Diploma 7) Document 8) Geldswaardig stuk 9) Houtproduct 10) Kantoorartikel 11) Schrijfartikel 12) Tekengerei 13) Verpakkingsmateriaal 14) Waardepapier


Mijn vaders persoonskaart, met daarop de namen, geboortedata en geboorteplaatsen van zijn inwonende kinderen, moet via de gemeente Hardenberg in Dordrecht terechtgekomen zijn, inmiddels als een mengeling van handgeschreven en met een schrijfmachine getypte gegevens. Want toen ik in juni 1969 een paspoort nodig had om mee te kunnen doen aan het 2. Internationales Sommerschwimmfest des Kölner Turngaues in Bensberg, West-Duitsland, had de gemeenteambtenaar genoeg aan een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier om dit document te verstrekken.

Dat het met de Nederlandse bureaucratie wel goed zat, merkte ik een jaar later. In het najaar van 1971 viel er een oproep ter keuring voor militaire dienst op de mat, waarvoor ik mij op een kazerne in Delft moest melden. Ik werd goedgekeurd en ben op vier verschillende adressen ruim tien jaar lang achtervolgd door post van het Ministerie van Defensie.

Want vanaf het moment dat ik werd opgenomen in hun systeem was er was geen ontkomen meer aan. Op woensdag 07 maart 1973 moest ik mij melden bij de verbindingsdienst op de Elias Beeckmankazerne in Ede, vroeg uitstel aan wegens studie en kreeg even respijt. Maar het uitstel werd nooit afstel, ik verhuisde naar Utrecht, keerde weer terug naar Dordrecht en overal wist Defensie mij feilloos te vinden.

Ik trouwde in januari 1979 en studeerde in december van dat jaar af. Al in november kreeg ik van de Directie Dienstplichtzaken een waarschuwingsoproeping, in verband met opkomst voor eerste oefening in de eerste helft van de maand januari 1980. De details kwamen in een erop volgende brief: op dinsdag 08 januari moest ik mij melden bij de luchtdoelartillerie van de Frederik Hendrikkazerne te Venlo, NS-station Blerick.

Soms raakt de bureaucratie verstrikt in zijn eigen regels. Natuurlijk had ik nog steeds geen enkele behoefte om in militaire dienst te gaan, en het leek mij voor beide partijen dan ook de beste oplossing dat ik gewoon thuis zou blijven.

Daarom meldde ik me bij het loket dienstplichtzaken op het Stadskantoor van Dordrecht en vroeg aan de ambtenaar of ik nog gebruik kon maken van de met ingang van 06 januari 1979 gewijzigde Wet gewetensbezwaren militaire dienst. Defensie was zo vriendelijk geweest mij hiervan op de hoogte te stellen, want ja, ik zat nu eenmaal in een adressenbestand dat via iedere Nederlandse gemeente up-to-date gehouden werd.

De ambtenaar haalde mijn persoonskaart erbij en zag hierop de datum en plaats van mijn huwelijk. Mijnheer, sprak hij, u hoeft geen beroep te doen op deze wet, want u bent gehuwd en dus kostwinner. Ik legde hem uit dat ik dan wel zojuist afgestudeerd was, maar dat ik nog op zoek was naar werk en dat het juist mijn vrouw was, die zorgde voor ons inkomen. Mijnheer, dat zijn details en daar kan de wet geen rekening mee houden. Opgelucht haalde ik adem, voor mij dus definitief geen kazerne.

Toch was ik nog niet van Defensie af. Ik verhuisde naar Spijkenisse en  mijn persoonskaart verhuisde mee. In oktober 1981 liet de gemeente mij weten dat ik als buitengewoon dienstplichtige bij Bescherming Bevolking was ingeschreven voor de noodwachtplicht. Twee maanden later las ik in de krant dat de Minister van Binnenlandse Zaken had besloten de BB geleidelijk en gefaseerd op te doeken. Ik besloot hierop een voorschot te nemen door op geen enkele enquête of oproep meer te reageren en heb nooit meer iets over de noodwacht vernomen.

Wat rest is een archiefdoos vol oude papieren, waarvan ik mij afvraag hoe lang ik deze nog ga bewaren. Plus natuurlijk de beklemmende wetenschap dat al die persoonskaarten inmiddels omgezet zijn in computerbestanden, die gematcht kunnen worden met andere. Want de arm van een digitale bureaucraat is langer dan die van zijn papieren collega, en al helemaal in een Chinees 5G-netwerk.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat  bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email