#WOT 46: Prietpraat

Het was mijn eerste baan in het onderwijs, maar niet voor de klas. Toen ik in december afstudeerde was de vraag naar leraren geschiedenis nihil, het arbeidsbureau zei dat ik met mijn opleiding onbemiddelbaar was en alleen het uitzendbureau had wel een baantje voor me. In het onderwijs, zei de intercedente met een glimlach om haar mond, maar wel als conciërge.

De lagere detailhandelsschool, gevestigd in een klassiek pand aan de Binnen Walevest in het centrum van Dordrecht, was sinds 1971 een onderdeel van de Gemeentelijke Economische School, waarin het Dordtse economische en administratieve onderwijs samengebracht was. De hoofdlocatie was het oude gebouw van de HTS aan de Oranjelaan, waar  ik als kind op weg naar het Wantijbad met ontzag opkeek naar de tegeltableaus met namen als werktuigbouwkunde, electrotechniek en suikerindustrie, een voor mij onbekende wereld. Het enige kopieerapparaat, dat de GES rijk was, stond natuurlijk hier, zodat ik meerdere malen per week op de fiets stapte om op de Oranjelaan een paar kopietjes te draaien.

Het bleek een leerzame start van mijn onderwijscarrière, want ik kreeg in drie maanden een stoomcursus omgang met leerlingen. Afgezien van een korte hospiteerstage van twintig lesuren waren de laatste leerlingen, die ik meegemaakt had, mijn klasgenoten op het gymnasium en dat was inmiddels ruim zeven jaar geleden.

De leerlingen van de detailhandelsschool leken in niets op mijn oude examenklas en eerlijk gezegd hadden zij het economische tij ook niet mee. Met de groeiende jeugdwerkeloosheid zag hun toekomst er niet rooskleurig uit, No Future was dan ook een terugkerende uitroep op schooltassen en op zwarte leren jacks, onder een Palestijnse sjaal. Braaf naar school gaan betekende niet automatisch een baan, en wat doe je dan als veertienjarige? Dus moest ik als conciërge redenen voor het te laat komen aanhoren, ouders van afwezige leerlingen opbellen, excuses van uit de les verwijderde leerlingen noteren en doorgeven aan de directeur, maar vooral ook surveilleren op het schoolplein.

Binnen een week wist ik welke leraren in orde waren en welke niet, en vooral ook waarom. Toen de leerlingen hoorden dat ik ook leraar wilde worden, kwamen ze ongevraagd met tips, waarvan ik er twee in het bijzonder onthouden heb. Wie je ook bent, blijf altijd jezelf. Niemand heeft respect voor een toneelspeler voor de klas, zij vallen tijdens het eerste lesuur al door de mand en gaan een moeilijk jaar tegemoet. Maar belangrijker nog: verwar nooit de leerling met de mens erachter, die je als leraar misschien niet eens kent. Leerlinggedrag mag je afkeuren, bestraffen desnoods, maar blijf het individu respecteren.


Prietpraat ~ 1) Gebeuzel 2) Gejeuzel van een kind 3) Geklets 4) Geneuzel 5) Kletspraat 6) Onbenullig gepraat 7) Onnozel geklets 8) Onzin 9) Zinloos geklets 10) Zinloos gepraat 11) Zinloze praat


Drie maanden later stond ik als invaller zelf voor de klas en werd ik geconfronteerd met een fenomeen dat mij tot mijn pensioen zou blijven achtervolgen: de vergadering. Het begon overzichtelijk, aan het einde van iedere periode een rapportvergadering en aan het einde van het schooljaar een overgangsvergadering. De hierbij breiende vrouwelijke collega’s leken een overblijfsel van voorbije tijden te zijn, want na mijn laatste vergadering op die school ben ik geen breinaald meer tegengekomen. Het kwam mij toen vreemd voor, maar in de loop der jaren heb ik steeds meer begrip gekregen voor deze dames.

Met de toename van regeldrang nam ook op school het aantal vergaderingen toe. Aanvankelijk beperkte dit zich tot het verplichte sectieoverleg op maandagochtend en het af en toe het voorbereiden van een leerlingexcursie, het sinterklaasfeest, de gezamenlijke kerstviering of de personeelsdag. Toen stapte ik over naar de meao en kwam ik in een maalstroom van vernieuwingen terecht. Vergaderingen over een nieuwe onderwijsstructuur, fusiebesprekingen, alweer een nieuwe onderwijsstructuur, de identiteit van de school, de veranderende rol van de stage binnen de opleiding, een nieuw schoolgebouw, een nieuwe examenstructuur, de rol van ICT binnen de opleiding en ieder jaar wel weer nieuwe pedagogisch-didactische inzichten. Vergaderen werd een integraal onderdeel van mijn werkweek, implementeren een woord waar ik nachtmerries van kreeg.

In een map heb ik alle tekeningen bewaard, die ik in vergadertijd gemaakt heb. Het is een flinke stapel, want toen wij een zelfsturend team werden, was het hek van de dam. Urenlange vergaderingen over de lessentabel en de jaartaak voor het komende jaar, de stroomschema’s van de diverse opleidingen, het halen van het wettelijke verplichte aantal contacturen afgezet tegen schaalvergroting en bezuinigingen, alles moest besproken worden.

Wanneer je lang met collega’s omgaat, leer je ook hun vergadergedrag kennen en kun je aan de vergaderagenda zien dat het die middag weer laat gaat worden. Het ergste agendapunt: wat verder ter tafel komt. Nu, alles komt ter tafel, want sommige mensen laten zich zo’n podium niet onthouden en in een platte organisatie wil de voorzitter niet al te dwingend zijn. Dus zat ik daar op donderdagmiddag, terwijl het buiten al donker werd en de file op de A20 aangroeide, en luisterde verplicht naar de stokpaardjes van collega’s, die blijkbaar nog niet naar huis wilden.

Ik kon er niet goed tegen, dat vergaderen. Mijn hersenen verzuurden van zo’n brei van woorden en ik had een hulpmiddel nodig om me te kunnen blijven concentreren. De vergaderagenda had doorgaans een lege achterkant en in mijn etui zaten altijd wel een potlood, een puntenslijper en een vlakgommetje, kortom alles wat ik nodig had om de vergadering met open ogen door te komen. Vaak heb ik hierbij nog terug moeten denken aan die breiende collega’s.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

 

Print Friendly, PDF & Email
« »

© 2019 Stephan Koopmans’ Blog. Thema door Anders Norén.