Achter in het klaslokaal hing al jaren een poëzieposter, opgehangen in de tijd dat iedere full-time docent als vanzelfsprekend een eigen lokaal had. Dat moet dus ver voor 1993 geweest zijn, het jaar waarin de commissie-Van Es in een onderwijsrapport de veilige thuishaven van iedere docent bestempelde als een gedroomd koninkrijk, en iedere leraar daarmee afschilderde als een ouderwetse koning in een achterhaald paleis. De hoogconjunctuur lokte en kennis was kunstmest voor de bomen, die tot in de hemel leken te kunnen gaan groeien. Frontaal lesgeven in een rustig lokaal, met een gesloten deur, was niet langer goed genoeg en om het onderwijs te kunnen vernieuwen moest de koning van zijn troon gestoten worden. Zijn opvolger, de onderwijsmanager, was zich al aan het warmlopen. Vijf jaar later constateerde de minister van onderwijs, Loek Hermans, dat er in de nabije toekomst een tekort van ruim 14 duizend docenten te verwachten was, omdat het leraarschap het op de krappe arbeidsmarkt het moest afleggen tegen beroepen die lucratiever, dynamischer en swingender werden geacht. Zoals voorzitter van de Raad van Toezicht van een thuiszorgconcern misschien?

Terug naar de poëzieposter. Misschien had ik al een paar jaar gedachteloos naar het stuk papier op de muur gekeken, zonder er ooit notie van te nemen. Maar nu zat ik weer in dat lokaal, als surveillant bij een drie uur durend examen commerciële economie. Na het uitdelen van de examens en het bijhouden van de verplichte administratie hoefde ik tenminste twee uur lang niets anders te doen dan om me heen en voor me uit te kijken. Ik mocht ook niets anders doen, hooguit even opstaan en een rondje maken door het lokaal, om te kijken of er geen spiekbriefjes in de rekenmachines verborgen zaten. De dikke stapel nakijkwerk bleef in mijn tas, hier een vrije avond organiseren was er niet bij. Op de gang liepen namelijk gecommitteerden te controleren, tenminste als zij niet door de directeur op zijn kamer gefêteerd werden op Hollandse Nieuwe. Maar dat moment was vanachter mijn lessenaar niet in te schatten.


Stilstand ~ 1) Belgisch woord voor tramhalte 2) Bewegingloze staat 3) Handelscrisis 4) Onderbreking van een voortgang 5) Pauze 6) Rust 7) Stagnatie 8) Stase


Gedachteloos keek ik naar de muren om mij heen en mijn oog viel op de poster met tekst. Alles wacht af – dit is de ideale situatie waren de afsluitende woorden, die mij als eerste opvielen. Dat alles aan het afwachten was, gold meer voor mij dan voor de zwoegende examenkandidaten, en ik had niet de indruk dat de situatie op dit moment voor iemand van ons ideaal was. Maar toch, de woorden raakten mij. In de erop volgende surveillances kwam ik nog een keer in datzelfde lokaal en dit gaf mij de gelegenheid het gedicht van  Bernlef nog eens te overdenken. Alles wacht af, een schril contrast met de vernieuwingsdrang van het ministerie van onderwijs of met de grootschalige beursspeculatie van beleggers, die bezig waren een internetzeepbel te blazen. Drie woorden, die in zichzelf een oase van rust schiepen.

Alles wacht af, gevolgd door de constatering dat dit de ideale situatie is. Langzaam realiseerde ik me dat meebewegen een keuze was, en niet een verplichting, hoezeer economie en vooruitgangsoptimisme dat ook wilden doen geloven. Niet bij brood alleen en grenzen aan de groei, ik was het helemaal vergeten. Maar hoe ver lagen de jaren zeventig nu helemaal achter mij? Twee verzen van deze oude poëzieposter deden mij besluiten niet langer gehoor te geven aan de vermoeiende lokroep van de hebzucht. Voor mij toch maar geen nieuwe beleggingshypotheek, vermogensversneller of winstverdriedubbelaar. De brochure, waarop de kat kreeft in zijn voederbak kreeg, ging direct de papierbak in. En had een collega mij al niet duidelijk gemaakt dat ik de folders van Legio Lease, die mij wilden laten beleggen met geleend geld, maar beter weg kon gooien?

Nee, aan de andere kant dus ook niet de buren achterna naar een groter huis. Een nieuwe auto zat er voorlopig niet in, maar de beslissing voelde goed. Ik was potdorie bijna vergeten hoe weinig ik eigenlijk om auto’s geef. Mijn leven bleef beheersbaar, deze pas op de plaats was beter te overzien dan nerveus makende beurskoersen.

Geld om af en toe een cd te kopen had ik natuurlijk wel, en ik vond dat ik toe was aan een digitale versie van Dark side of the moon van Pink Floyd. Deze cd bracht mij weer terug naar het begin van mijn studietijd, toen ik met honderd gulden in de week rondkwam. Ik herkende me weer helemaal in Roger Waters, die in Time melancholiek zijn jeugdjaren voorbij ziet gaan, waarin schijnbaar doelloos rondhangen voor hem in ieder geval geen probleem was.

You are young and life is long and there is time to kill today.

And then one day you find ten years have got behind you.

No one told you when to run, you missed the starting gun.

Dat startschot heb ik ook nooit gehoord. Niet iedereen is in de wieg gelegd voor een snel leven van kansen pakken en heel veel geld. Gelukkig niet, voor ons is stilstand geen achteruitgang, het is de ideale situatie. En dat geeft rust.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door Irene van Putten, vervolgens door Hendrik-Jan de Wit en nu dus door Martha Pelkman.

 

 

Print Friendly, PDF & Email