Mijn eerste fototoestel kocht ik toen ik in 1978 op familiebezoek naar Australië ging, met een stopover in Bangkok. Het was een compactcamera met een eenvoudige doorzichtzoeker en een vast objectief, met als nieuwigheid een ingebouwde flitser, die je automatisch omhoog kon laten komen. Vanaf dat moment zijn mijn vakanties, en later ook mijn gezinsleven, goed in beeld gebracht en heb ik alleen al in het analoge tijdperk ruim tien fotoalbums volgeplakt en voorzien van namen en data.

Toen wij ons eerste kind verwachtten ruilde ik mijn compactcamera in voor een spiegelreflexcamera, halfautomatisch, want het beeld kon beter maar op veel technische verdieping zat ik niet te wachten. Het kunnen verwisselen van de lens volstond, het plaatsen van een fotorolletje was al lastig genoeg zodat de camera altijd op de stand automatisch is blijven staan.

Natuurlijk moest de baby een eigen album voor later hebben en haar twee zusjes en broertje hierna ook, zodat ik na het laten ontwikkelen en afdrukken van een filmrolletje de foto’s uiteindelijk verdeelde over vijf albums en regelmatig een zondagmiddag doorbracht tussen mooie herinneringen en fotolijm. De juiste datum bij een foto was soms wel zoeken, want wanneer had die zwemwedstrijd ook alweer plaatsgevonden, op welke dag had dat klasgenootje haar verjaardag gevierd? Zo’n zondagmiddag was ook een speurtocht in agenda’s, op oude kalenders, in speciaal voor dit doel bewaarde clubbladen en in lades met post. Want als leraar geschiedenis wil je je eigen bronmateriaal toch in orde hebben?

Met de computer kwam ook de database en ik zag een geweldige mogelijkheid om het zoeken op zondagmiddag voor te zijn. Ik ging een familiearchief bijhouden waarin ik alle grote en kleine gebeurtenissen in het leven van mijn kinderen kwijt kon. Voor een ietwat perfectionistisch aangelegd persoon was dit niet louter een goed idee, want zo’n project loopt makkelijk uit de hand. Al gauw wilde ik ook iedere traceerbare gebeurtenis uit het leven van onze ouders en grootouders in mijn digitale archief vastleggen, zodat de tijdwinst van het gebruik van een computer ook in dit geval onmiddellijk tenietgedaan werd door de onverwachte extra mogelijkheden.

Over de relevantie van de gegevens dacht ik niet na, ik werd een verzamelaar van gestolde tijd en heb daar nog steeds geen spijt van. Want het archief brengt mij op ieder gewenst moment terug naar voorbijgevlogen jaren, waarbij ik zelf de nuchtere feiten met herinneringen kan aankleden, die minder confronterend zijn dan sommige foto’s.


Veertig ~ 1) getal 2) hoofdtelwoord 3) telwoord 4) 10 x 4 5) het leven begint bij – 6) atoomnummer van zirkonium 7) octagonaal getal 8) 23 x 5


Het jaar 1993 telt in mijn database zesentwintig gegevens, die tezamen een aardig beeld geven van belangrijke en triviale gebeurtenissen in een jong gezin. Mijn elfjarige dochter haalt op school een diploma Brandwonden Meester, mijn negenjarige dochter wint haar eerste wedstrijdmedaille op de honderd meter schoolslag, terwijl haar vijfjarige zusje het veterdiploma haalt en na vierentwintig zwemlessen eindelijk naar het tweede bad mag. Vlak voor zijn derde verjaardag gaat mijn zoontje naar de peuterspeelzaal, waar hij onverschrokken head first van de glijbaan duikt.

Mijn vrouw treft het lot van zovele vrouwen: als moeder met een parttime baan zal zij ook dat jaar dubbel belast geweest zijn, maar blijkbaar heeft het haar niets archiefwaardigs opgeleverd. Zorgorganisaties zijn nog niet ten prooi gevallen aan kwaliteitszorg en registratiedwang, zodat er geen certificaten behaald hoeven worden. Opruimen, stofzuigen, wassen, koken en het naar school brengen van de kinderen zijn inmiddels te gewoon om te vermelden. Vreemd eigenlijk dat de aanschaf van een nieuw zonnescherm in april en een buurtbarbecue eind augustus wel noteringen opleveren.

Mijn veertigste verjaardag vier ik in Sidmouth, in het Engelse graafschap Devon. In maart van dat jaar is in het ziekenhuis, waar mijn negenentwintigjarige dochter nu werkt, onderzocht of mijn auto-immuunziekte na het vernietigen van mijn schildklier nog verder is gegaan. Ik word onderworpen aan een test, waar ik met vlag en wimpel voor slaag omdat mijn maag geen vitamine B12 meer opneemt.

Vanaf dat moment heb ik officieel pernicieuze anemie, bloedarmoede dus, en krijg ik ieder maand een injectie vitamine B12 toegediend. Op de vakantiefoto’s op het keienstrand van Lyme Regis is daarvan niets te zien, want zo’n shot doet wonderen. Twee dagen na mijn eerste injectie boekte ik voor het eerst in drie jaar een buitenlandse vakantie en huur een huis in Engeland. Bij thuiskomst liggen er natuurlijk een paar kaarten op de mat, die mij in verschillende varianten duidelijk willen maken dat mijn leven na mijn verjaardag nu echt begonnen is. De afzenders hebben geen idee.

 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email