Meer dan me voor de studentenflat inschrijven was er niet voor nodig geweest. Hospiteren hoefde niet, een goede indruk achter laten bij mijn toekomstige etagegenoten dus ook niet. In het voorjaar van 1973 kreeg ik een briefje van de Utrechtse Stichting Studenten Huisvesting, dat ik per 1 juni bewoner was van de Ina Boudier Bakkerlaan 89, derde etage, kamer 475.

Om me te oriënteren was ik wel over dit complex van studentflats gefietst, maar ik had er nooit een etage of kamer van binnen gezien en wist niet precies wat me te wachten stond. Maar ik wist zeker dat het beter zou zijn dan dat kleine kamertje van zes vierkante meter aan het einde van de Amsterdamse Straatweg, tegenover het Julianapark, waar mijn studentenleven begonnen was. En goedkoper ook, want mijn oude kamer kostte honderdtwintig gulden per maand en de studentenflat slechts zevenenzeventig. Omdat ik nog minderjarig was, moest ook mijn vader het huurcontract ondertekenen.

Het IBB-complex lag een stuk dichter bij de Utrechtse binnenstad en midden tussen de Kromme Nieuwe Gracht, waar het Instituut voor Geschiedenis was, en de universitaire nieuwbouw Transitorium I en II. Met een lekke band verder naar huis lopen was nu wel te doen, de laatste bus missen geen ramp. Bovendien was er een supermarkt en een wasserette, waar ik overigens slechts één keer gebruik van heb gemaakt. Onder de hoogbouwflat bevond zich ook café Chez Bébé, dat al die jaren op zoek bleef naar de juiste uitstraling.

Mijn nieuwe kamer was inderdaad tweemaal zo groot, en daarbij kwamen ook nog de gemeenschappelijke badkamer en keuken. Warm stromend water was een hernieuwde luxe, net als een gasfornuis in plaats van een elektrisch kookplaatje. Maar de rest van de entree en vooral de keuken zelf was wel even slikken. Voor de deur lagen volle vuilniszakken, die blijkbaar niemands verantwoordelijkheid waren, en bij het volle en vieze aanrecht maakte ik kennis met het systeem van omgekeerd afwassen.

Uit de vuile vaat koos je wat je nodig had, waste het af, gebruikte dit en liet het vervolgens weer vuil achter: op het aanrecht, in de gootsteen of gewoon op de eettafel. Voor je plaats nam achter deze tafel maakte je eerst een vierkante meter schoon en probeerde uit de stapel kranten het exemplaar van die dag bij elkaar te rapen. Want we hadden twee gemeenschappelijke kranten, De Volkskrant en het Utrechts Nieuwsblad. Trouwens, ook het grijze wc-papier werd gezamenlijk aangeschaft.

De keuken had een televisiehoek, waar het wonen in een kringloopwinkel zijn voltooiing vond. De stoelen en de salontafel, de radio en de zwart-wit televisie waren allemaal afdankertjes van ouders of familie. Net zoals de koelkast, de pannen en het serviesgoed, en later ook de wasmachine. Wanneer apparaten of stoelen het definitief begaven, werden deze op het balkon gestald. Als het daar te vol werd om nog tomatenplantjes te kweken of te kunnen zonnen, moest de gemeentereiniging gebeld worden om ons van de rotzooi te verlossen.

Op de vensterbank van de keuken stonden terracottapotten met uitgeschoten citroengeraniums en een paar verpieterde wietplantjes. Eén van de bewoners had een hond, een boxer die blaffend naar iedere deurbel holde, een andere bewoner had een zwarte kat en dan was er nog Oma, een dikke oude poes die van niemand was, maar die af en toe kwam mee-eten en haar vaste plek op de vensterbank had.


Onderweg ~ 1) Bijwoord 2) In aantocht 3) Op pad 4) Op reis 5) Op weg 6) Reeds vertrokken 7) Reizend 8) Terwijl men ergens naar toe is 9) Terwijl men op weg is 10) Tijdens de verplaatsing 11) Zwanger


De rommel zou niet gaan wennen, maar het was ontegenzeggelijk gezellig in deze bijna anarchistische vrijheid. We waren tenslotte lotgenoten, met elkaar verbonden door de Universiteit van Utrecht en met het gemeenschappelijke doel af te studeren, ooit. Daarvoor lazen we boeken en stencils, volgden we werkgroepen, schreven af en toe een paper en deden zo nu en dan tentamen. Maar in die drie jaar heb ik niemand afgestudeerd zien vertrekken.

En tussen de onderbrekingen door zetten we onze bruin-oranje kamers vol met platen en planten en hingen schommels voor de ramen voor nog meer planten. We haalden muesli bij De Groene Waterman voor het ontbijt en ‘s avonds aten we chili con carne. De bierwagen bracht kratten met halve liters Grolsch, we organiseerden etagefeesten die met een beetje geluk niet in een brandslangengevecht eindigden en stonden bij Chez Bébé achter de bar. We kochten een eigen koffiezetapparaat, een nieuwe geluidsinstallatie met grotere boxen en hadden een paar weken lang een illegale radiozender.

De Militaire Politie kwam tevergeefs langs om een dienstweigeraar op te sporen, we kregen ruzie met de bewoners van de naastgelegen Sterrenwijk, bestelden in Amerika T-shirts voor ons voetbalteam Skull and Roses en hingen bij Tweede Kamerverkiezingen met vliegertouw tussen twee flats een affiche van de PSP op. In filmtheater ’t Hoogt keken we naar films van Rainer Werner Fassbinder, op televisie naar Sjef van Oekel’s Discohoek en de videoclip van Bohemian Rhapsody. We raadpleegden de I Tjing, lazen Siddhartha van Herman Hesse en in navolging van Constant Meijers van Muziekkrant OOR luisterden we naar Neil Young.

Zelf zag ik mijn ouders met mijn gehandicapte broer en zus verhuizen naar een aangepast huis, waarin niet echt meer op mij gerekend was. Ik ging allang niet meer naar de kapper, liet een gaatje schieten voor een oorring, kocht eindelijk een Afghaanse bontjas en verkocht hem weer omdat hij zo stonk. Ik rookte mijn eerste en laatste joint, spoot mijn zwarte laarzen zilver en ging naar concerten van Roxy Music. Ik haalde mijn kandidaats maar zakte vijfmaal voor het rijexamen.

Bob Marley en de Sex Pistols, de komst van IKEA naar Nederland en de witte meubelen van Jan des Bouvrie maakten duidelijk dat er verandering in de lucht hing. Voor mij werd het tijd de bakens te verzetten. De vrijheid werd me te veel, ik was toe aan een burgerlijke eigen voordeur en een douche, ik verlangde naar een opgeruimd aanrecht en een gedekte eettafel. Ik had genoeg van het krappe studentenleven met zijn tijdelijke baantjes en keek uit naar mijn afstuderen, een geregeld bestaan en een vast inkomen. Ik knipte mijn haar af, deed mijn oorring uit en vond een kamer in Dordrecht, zonder nog om te kijken.

Mij rest nog steeds de vraag waarom ik toen alleen maar vooruit wilde kijken. Kon ik de uitdaging van de wijde wereld niet langer aan of was ik volwassen geworden? Was ik gewoon onderweg naar de volgende halte, was het een vlucht of juist een stap voorwaarts? Of was ik meer gebonden aan mijn ouderlijk huis dan ik zelf toe kon geven?

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat  bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email