#WOT 5: Klussen

13. Zilverschoon

0      0

De huismus, ook dit jaar in Nederland weer de meest getelde tuinvogel, laat zich in onze tuin niet zien. Net zoals bij de meeste tuinen in de buurt zijn de klassieke ligusterheggen of de iets minder ouderwetse coniferenhagen vervangen door houten schuttingen, die geen nestwarmte of een veilige schuilplaats bieden. Gelukkig hebben de nummers twee en drie van de tellijst hier geen last van, want koolmezen en pimpelmezen vliegen hierachter af en aan.

Toen wij vijfendertig jaar geleden hier kwamen wonen, stond de tuin nog wel vol met hagen en bomen. Maar als ik nu na de kaalslag van de afgelopen decennia naar buiten kijk, moet ik constateren dat het meeste winterse groen dat van alg is: op de tegels, op het houten tuinstel, op de rand van de pergola en natuurlijk op de schuttingen aan weerszijden. Over twee maanden komt de lente weer met een redelijk nieuw geluid, dat van de hogedrukreiniger. Dan wordt in alle tuinen het ongewenste groen verdreven en vervangen door de eerste viooltjes.

Zelf heb ik het niet zo op die klus met de hogedrukspuit. Hij maakt veel lawaai, waardoor het vooral prettig is om hem uit te zetten, en ik word er zelf ook kletsnat van. Al het voegzand wordt weggeblazen, waardoor de tegels op de slappe bodem van de Krimpenerwaard gaan wiebelen en wijken. Met als resultaat dat er een maand later ineens grassprietjes en ander onkruid tevoorschijn komen, die ik dan weer met een oud aardappelschilmesje moet verwijderden. De ene tuinklus roept de ander op, als het ware.


Klussen: 1) doe-het-zelven 2) een karwei verrichten 3) karweien 4) karweitjes opknappen 5) kleine reparaties uitvoeren 6) schnabbelen 7) werken


En juist tegels en schuttingen waren de invulling van het begrip onderhoudsvrije tuin, iets waar ik aanvankelijk niet veel van moest hebben. Tuinieren stond voor mij gelijk aan schilderen met planten en bloemen, en ik had daar twee grote voorbeelden van mogen bezoeken.

Op vakantie in Normandië wilde ik niet alleen de kathedraal van Rouen zien, die Claude Monet in vier jaar tijd meer dan tienmaal schilderde, iedere keer op een ander moment van de dag en daardoor telkens in een ander licht. Nee, natuurlijk moest ik na zijn schilderijen ervan ook de tuin vol waterlelies in Giverney zien, want voor mij werd kunstgeschiedenis pas echt leuk bij het impressionisme. Het bezoek voelde als een bedevaart en de kleurrijke bloemenweelde maakte diepe indruk op mij.

In Zuid-Engeland kon ik natuurlijk ook niet om tuinen heen. Vita Sackville-West en haar echtgenoot Harold Nicholson legden vanaf de jaren dertig in Kent één van de beroemdste Engelse tuinen aan, en natuurlijk wilde ik ook naar Sissinghurst Castle. Een kasteel was het niet, het was ooit begonnen als boerderij, maar het landgoed is inderdaad schitterend. Eigenlijk is het meer dan één tuin, want het geheel is opgedeeld in kamers, ieder met zijn eigen thema. Mooie oude muren met klimrozen, een tuin met alleen maar witte bloemen en strak gesnoeide hagen. Het woord zichtlijn werd aan mijn woordenschat toegevoegd.

Onze eigen achtertuin ontbeert de weidsheid en kleur van Giverney en voor zichtlijnen, die het oog leiden naar fraaie tuinornamenten, is hij te klein. Maar de tuinkamers van Sissinghurst inspireerden mij wel tot het planten van buxushagen en in de kleurkeuze van de bloeiende vaste planten.  Ook bij het zaaigoed, dat na de ijsheiligen de tuin in komt, ontbreken geel en felrood. Blauw, paars en roze voeren de boventoon, met een paar witte bloemen voor het contrast.

Maar nog voor dat de buxusmot hier toesloeg, waren de strakke haagjes en ronde bollen alweer verdwenen. Mijn rug ging zo opzien tegen het snoeien ervan, dat ik met lede ogen de buxus na de winter weer zag uitlopen en met een zucht van verlichting heb ik na een jaar of tien de struikjes weer uit de grond getrokken en vervangen door nog meer tegels. Die vormsnoei was toch wel één van de meest belastende tuinklussen, de voorovergebogen variant zorgde voor spit en het alternatief, met de heggenschaar op de knieën, was zo mogelijk nog erger.

Maar teveel tegels zijn slecht voor de afvoer van regenwater, zodat ik vorig jaar toch weer een paar vierkante meter tuin heb blootgegeven. Er staat ook weer een boom, een prunus die de lente begroet met kleine roze bloemetjes. Tegen de tijd dat hij gaat bloeien, is de winterrust voorbij en heb ik het straks buiten weer heel even druk. Want een tuin zonder blaadjes en afgestorven plantenresten is niet goed is voor vogels en egels, en daarom volg ik het makkelijke advies om in het najaar niets te doen al jaren op. Dat betaal ik aan het begin van de lente terug.

Maar als de blauwe regen gesnoeid is, de verdroogde bloemen van de hortensia weggeknipt zijn en de verdorde bladeren weggeharkt zijn, dan begint al snel weer de onderhoudsvrije periode van de tuin. Inmiddels heb ik daar geen moeite meer mee. Want uiteindelijk hebben Giverney en Sissinghurst me doen inzien dat die paar vierkante meter achter ons huis maar weinig met tuinieren te maken hebben, daar hoef ik me niet zo druk meer om te maken. En die groene alg? Dat klusje knapt de zon wel op.

 

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag publiceert Irene van Putten op ipixtitude.com een woord waar je over mee kunt schrijven. Je kunt op ieder gewenst moment instappen.

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Gerelateerde blogposts:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll Up
%d bloggers liken dit: