#WOT 51: Kerstpakket

04. Markettenweg

     0

Sinds de introductie van het begrip fake news bestaan er ook subjectieve feiten, en afgelopen week vond ik hierin een vrijbrief om me op geheel persoonlijke wijze te verwonderen over het verschil tussen de kerstdagen van mijn jeugd en het overbelichte festijn van vandaag, waarin het mij moeite kost tussen alle verpakking nog iets van inhoud te zien.

Waarschijnlijk zijn mijn kerstherinneringen niet de jouwe, voor dit moment keerde ik in ieder geval terug naar het begin van de jaren zestig. En tot mijn eigen verbazing kwam ik ook ditmaal niet uit bij vrede op aarde, maar bij gevilde konijnen en kaasvlinders. Het was toen blijkbaar ook al moeilijk om me te concentreren op het godsdienstige aspect van Kerst.

Kerstliedjes zong ik genoeg, daar niet van, aan herders en engelen geen gebrek. Het enige niet-religieuze kerstlied dat ik kende was White Christmas van Bing Crosby. Maar ook toen was een witte kerst een zeldzaamheid die was voorbehouden aan Duckstad, waar Donald Duck en zijn neefjes buiten in de sneeuw een dennenboom omhakten en binnen als kerstboom optuigden. Er hingen sokken aan de schoorsteenmantel en Kwik, Kwek en Kwak kregen met Kerst de cadeautjes die Sinterklaas ons drie weken daarvoor al gebracht had.

Een kerstboom hadden wij nog niet, aan de muur hing een decoratieve dennentak met een papieren klok en twee kerstballen, en op de salontafel werd een dunne witte kaars in een platte glazen standaard gezet. Natuurlijk stond op het dressoir een kerstgroep in een kerststalletje, met de drie koningen ver weg in de hoek omdat hun tijd nog niet gekomen was. Vaak kwam hun tijd ook helemaal niet, want de kerstversiering haalde zelden 6 januari, het feest van Driekoningen.

De nachtmis was het kerkelijke hoogtepunt van de Kerst, en er naartoe gaan was spannend. Mijn vader haalde van tevoren bonnetjes die recht gaven op een plaats in de kerk, dezelfde bonnetjes die tegenwoordig nog in garderobes gebruikt worden. Midden in de nacht werden wij wakker gemaakt, trokken onze zondagse kleren aan en liepen in het donker naar de kerk, waar de vader van mijn vriend al op het orgel speelde en het koor kerstliederen zong.

Vooral herinner ik mij dat deze dienst met drie heren (mijnheer pastoor en twee priesters) lang duurde en dat ik behaaglijk tegen de zachte blauwe mantel van mijn moeder aankroop. Na afloop mocht ik een stuiver bij een als engel gemodelleerde collectebus doen, waarna de engel goedkeurend met zijn hoofd knikte. Deze kerst was mijn zieltje weer gered.


Kerstpakket = met kerst uitgereikt geschenk aan werknemers of relaties


Toen ik Flappie van Youp van ’t Hek voor het eerst hoorde, moest ik onmiddellijk denken aan het slachthuis waar wij in die tijd naast woonden. Mijn vader was keurmeester en had een dienstwoning naast zijn werk, zodat ik kind aan huis was op het abattoir. Het was niet vreemd om koeien in doodsnood te horen loeien, al vaak had ik in de grote hal het schot van het slachtpistool gehoord en een koe met een doodsklap op de betegelde vloer horen vallen.

Maar op dode konijntjes was ik niet voorbereid.

Om andere vaders dan die van Youp van het Hek ter wille te zijn, had het slachthuis tegen de kerst een speciale service. Mensen konden hier hun vetgemeste konijn op diervriendelijke wijze laten afmaken en door een echte keurmeester laten slachten.

Die avond mocht ik na het eten nog even bij mijn vader en zijn collega’s gaan kijken en ik liep over het donkere terrein naar de verlichte hal. Buiten stond een rijtje mensen te wachten, ieder met een boodschappentas in de hand. Ik sloop naar binnen en zag hoe mijn vader een konijn uit zo’n tas pakte, iets op zijn kop plaatste en het beestje elektrocuteerde.

Na een paar stuiptrekkingen was het dier doodstil, een andere keurmeester stroopte vakkundig het harige velletje eraf en een derde ontdeed het kleine kadaver van zijn ingewanden. Daarna was het volgende konijn aan de beurt.

Of ik mijn vader die avond voor het eerst als vreselijke man heb gezien, of dat ik daarmee gewacht heb tot mijn puberteit, weet ik niet meer. Een konijn heb ik zelf in ieder geval nooit willen hebben en jaren later schrok ik nog steeds als ik tijdens een vakantie in de vitrine van een Franse supermarkt tussen karbonades en brochettes zo’n gevild beest zag liggen.

Nu de kaasvlinders nog. Mijn moeder had jarenlang de gewoonte om met de kerstdagen de afstand tussen haar ouderlijk huis in Harlingen en onze woonplaats Dordrecht te overbruggen door een doos met lekkers naar huis te sturen. Dat kerstpakket mocht geen zoetwaren bevatten, want mijn oma had suikerziekte.

Dus ging mijn moeder begin december naar Van Donkelaar. een delicatessenzaak op de hoek van de Singel en het Beverwijcksplein, om daar allerlei hartige lekkernijen te kopen en ik ging graag mee. In de volgepakte winkel kwam ik ogen te kort en liep het water me in de mond. En ieder jaar weer hoopte ik dat het metalen doosje met kaasvlinders niet in de doos naar Harlingen zou passen, of desnoods de kaasbolletjes niet. Tevergeefs.

Want net als het jaar daarvoor keken we op Tweede Kerstdag naar het kerstcircus van Billy Smart en kregen we een kopje rozijnen op wijn, geserveerd uit een zachtgroene soepterrine met een gouden randje. Van boerenjongens wilde mijn moeder niets weten, haar vader was tenslotte ambtenaar geweest.

 

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag publiceert alimolenaar.nl een woord waar je over mee kunt schrijven. Je kunt op ieder moment instappen.

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: