#WOT 6: Rebelleren

04. Markettenweg

0      2

Bovenstaande foto is genomen in 1962. Ik ben acht jaar oud en zit in de derde klas van de St. Jozefschool, aan de Singel in Dordrecht. Voor de foto moest ik naar een ander klaslokaal, waar de tafeltjes en de plant al klaar stonden. De fotograaf zei me waar ik moest gaan zitten en legde een boekje voor me neer. Het was geen schoolboek en ik weet nog dat ik dat raar vond, want zo zou de foto geen goed beeld van de werkelijkheid geven. Maar mij werd niets gevraagd, ik moest in de camera kijken en vijf minuten later was ik weer terug in mijn eigen klaslokaal.

Het resultaat is een foto van een keurig knulletje, en ik weet nog van hem dat hij inderdaad gehoorzaam was, zijn best deed op school en altijd beschikbaar was als speelkameraadje voor zijn zusje of als boodschappenjongen voor zijn moeder. En dat hij moest opboksen tegen zijn twee oudere broers, niet zozeer in fysieke zin, maar wel om aandacht en met woorden. Niet erg vreemd natuurlijk, want we zaten dicht op elkaar, mijn oudste broer was drie jaar ouder en mijn andere broer slechts één jaar plus drie maanden min twee dagen.

Er zijn niet veel foto’s van mij uit deze jaren, en misschien vind ik daarom de blik in mijn de ogen zo intrigerend. Dat er zoiets bestond als introvert zijn wist ik nog niet, en al helemaal niet dat ik dat zelf was. Maar de blik heeft ontegenzeggelijk iets bedachtzaams en tegelijkertijd iets vastberadens, misschien zelfs wel iets strijdbaars. Wacht maar tot ik later groot ben, lijken mijn ogen te zeggen en inmiddels weet ik dat er in dat kleine hoofdje enorm veel omging, meer dan mijn omgeving ooit te weten zou komen. Als ze dat al belangrijk gevonden hadden.


Rebelleren: dwarsliggen, herrieschoppen, in opstand komen, muiten, opstaan


Braafheid kenmerkt mijn jeugdfoto’s en het is duidelijk dat ik niet voor rebel in de wieg gelegd ben. Ik was ontvankelijk voor het eert uw vader en uw moeder, het netjes met twee woorden spreken, ik kende het onderscheid tussen dagelijkse zonden en doodzonden en probeerde beide te vermijden. Immers, wie goed doet, goed ontmoet. Eigenlijk begreep ik de wereld niet zo goed en lang heb ik gedacht dat het allemaal wel goed ging komen, als ik maar in de pas liep. Ooit zou ik mijn omgeving gaan begrijpen en gelukkig worden.

Maar begrip en geluk gingen niet hand in hand. Ik ging inzien dat de ervaringen van mijn vader in Kamp Amersfoort hem getekend hadden, en dat mijn moeder het verlies van haar broer en haar vader in de laatste maanden van de oorlog als een niet te uiten verdriet met zich meedroeg. Ik was erbij toen de spierziekte het leven mijn oudste broer en  mijn zusje steeds meer ging bepalen en ik zag hoe mijn ouders ermee worstelden, mijn vader in dadendrang en mijn moeder in verongelijkt zijn. Voor dit alles had ik begrip, was al dan niet verplicht solidair en werd er niet erg gelukkig van.

You are locked into your suffering and you pleasures are the seal, zong Leonard Cohen en hij gaf in twaalf woorden een perfecte samenvatting van mijn leven op dat moment. Opstandig zijn, de kont tegen de krib gooien of het aangaan van conflicten zou nooit mijn stijl kunnen worden, daarvoor was mijn begrip te groot en mijn karakter te zacht. Maar ik leerde als geen ander te vluchten in introvert plezier, in mijn dagdromen was ik vrij en in mijn creativiteit vond ik mijn geluk.

Tenminste, heel lang heb ik gedacht dat dit geluk was, maar het was vooral compensatie, een broodnodig tegenwicht voor emotionele afstandelijkheid en een gebrek aan ouderlijke betrokkenheid. Lang heb ik mezelf hiermee voor de gek kunnen houden en dat stemmetje diep in mij het zwijgen kunnen opleggen. Het stemmetje dat na het horen van een tekst, het lezen van een boek of het zien van een film soms tegen me zei: Jongen, je houdt jezelf voor de gek. Dit gaat over jou en er komt een dag dat je dit niet langer kunt ontkennen.

Ruim vijftien jaar geleden begon het tweede deel van mijn leven, het gedeelte waarin ik eindelijk kon toegeven dat ik een eenzame jeugd gehad heb. Het stelde me in staat de muur, die ik om mezelf heen gebouwd had om iedere vorm van verzet overbodig te maken, voor een deel te slopen. Ik durf nu te erkennen dat er in de blik in de ogen van dat achtjarige jongetje ook een zweem van angst zit. Hij had willen schreeuwen, maar heeft dat niet in zich.

Daarom heb ik hem vandaag uit school gehaald en mee naar huis genomen. Boven in een kast staan nog steeds zijn albums met vogelplaatjes, de strips van Kuifje en zijn postzegelverzameling. Ook de foto’s die zo vals getuigen van een blijde jeugd heb ik voor hem bewaard. Na al die jaren zetten zij ons samen aan tot misschien wel onze meest rebelse daad ooit, het openlijk schrijven over deze kant van ons leven. Zei ik niet dat mijn blik iets strijdbaars heeft?

 

Bovenstaand tekstfragment komt uit ‘Stories of the street’ en is terug te vinden op de elpee ‘Songs of Leonard Cohen’ uit 1967.  De valse getuigenis van een blijde jeugd heb ik  geleend uit  ‘Testament’ van Boudewijn de Groot, natuurlijk geschreven door Lennaert Nijgh. De elpee ‘Voor de overlevenden’ verscheen  in 1966.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag publiceert Irene van Putten op ipixtitude.com een woord waar je over mee kunt schrijven. Je kunt op ieder gewenst moment instappen.

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Gerelateerde blogposts:

2 thoughts on “#WOT 6: Rebelleren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll Up
%d bloggers liken dit: