Wekelijks krijg ik in mijn mailbox aanbiedingen van producenten van fotoalbums, die mij aansporen iets met mijn foto’s te doen. Natuurlijk hebben deze fabrikanten vooral oog voor hun eigen commerciële belang, maar een beetje gelijk hebben ze wel. De enige foto’s die ik nog laat afdrukken zijn die van de kleinkinderen, die in een lijstje op de plank boven de televisie staan.

Kleine kinderen worden snel groter en het is nog een hele toer die foto’s een beetje up-to-date te houden. Kleinzoon Lennon staat al, maar op de foto bij opa en oma zit hij nog vastgesnoerd in de buggy, die door zijn grote broer wordt voortgeduwd. Kleindochter Emma heeft afgelopen week kruipend haar eerste meters afgelegd, maar zij ligt nog als pasgeboren baby in de armen van oma. Met de schoolfoto’s van de oudste kleinkinderen is dat bijhouden al wat makkelijker: eens per jaar komt de schoolfotograaf de portretten verversen en natuurlijk zijn wij vaste afnemers.

Het laatste vakantiealbum, dat ik liet maken, is alweer vier jaar oud. Aan de beschikbaarheid van foto’s ligt het niet, want met mijn fotocamera en smartphone maak ik per vakantie gemiddeld toch wel zo’n vierhonderd foto’s. De schroom van vroeger, toen ik het bepaald niet cool vond om in het buitenland op te vallen als toerist, heb ik volledig van me af geworpen en als ik mijn geliefde Lacoste-polo zou omruilen voor een hawaiishirt zou mijn metamorfose compleet zijn.

Na de vakantie sla ik al deze foto’s keurig op in mappen op mijn laptop, die ik allemaal voorzie van datum en plaatsnaam. Jaren na dato kan ik dan nog precies nazoeken waarin de basiliek van Lucca zich onderscheid van de kathedraal in Padua en in welke plaats dat leuke terrasje met die lekker koffie ook alweer was. Maar meer doe ik er niet mee en ik heb al eens overwogen om mijn fototoestel voortaan maar gewoon thuis te laten. Zou ik zonder dit houvast zo’n vakantie doorkomen?

Natuurlijk kan ik op sombere winterdagen een inhaalslag maken door een aantal zonnige fotoalbums samen te stellen en die toe te voegen aan de stapel van twaalf boeken die ons digitale fototijdperk bevatten, en de veertien analoge albums uit de vorige eeuw. Maar ik twijfel en de kiem hiervan ligt in het uitruimen van het huis van mijn ouders, waar ik uiteindelijk ook niet om hun fotoalbums heen kon. Mijn vader was geen actieve fotograaf, maar mijn moeder in haar latere jaren wel een nauwgezette inplakster, zodat er toch nog genoeg op die boekenplank terecht gekomen was.


Foto ~ 1) Afbeelding 2) Afbeelding van een persoon 3) Afdruk 4) Beeldopname 5) Beeltenis 6) Fotografisch portret 7) Grieks voorvoegsel 8) Illustratie 9) Kiek 10) Kiekje 11) Momentopname 12) Opname 13) Persoonsafbeelding 14) Plaat 15) Plaatje 16) Portret 17) Positief beeld 18) Shot 19) Snapshot 20) Uitvergroting 21) Vakantieherinnering 22) Zichtbare voorstelling


Het doorbladeren van de oudste albums was ontroerend, want hierin stonden ook de jeugdfoto’s van mijn ouders, die vroeger in een schoenendoos bewaard werden en die ik als kind al zo vaak door mijn handen had laten gaan. Een blik terug had mijn moeder het album genoemd en sommige van onze jeugdfoto’s waren voorzien van een kort commentaar. Mijn oudste broer over de kleuterschool: Stop me maar vast in de kelder, dan hoef ik niet naar die rare school. Mijn andere broer, verbaasd dat hij voor de foto wel aan de knoppen van de radio mocht komen, en mijn zusje, die zichzelf Kinkie noemde. Natuurlijk kon het niet uitblijven, een opmerking over mijn lange haar: Stephan met een prachtig kapsel! Het uitroepteken is uiteraard niet van mij.

Maar de fotoalbums van je ouders worden minder interessant, wanneer je zelf het huis uit bent en niet meer in hun verhaal voorkomt. Natuurlijk was het leuk mijn ouders eindelijk eens op vakantie te zien, dat had ik in mijn jeugd nooit meegemaakt. Je kon aan het gezicht van mijn moeder zien dat het voor haar eigenlijk nog steeds niet zo hoefde, maar mijn vader vond het zichtbaar geweldig om mijn broer in zijn rolstoel door Nepal of New York te rijden.

Eigenlijk had ik deze foto’s nog nooit goed bekeken, omdat ik al genoeg had aan de verhalen van mijn vader er omheen. Hotels waarin mijn broer niet toegelaten werd, kamers op etages die niet met een lift te bereiken waren, badkamers met te smalle deuren. Maar deze foto’s maakten mij niet weemoedig, ze riepen nu juist gemengde gevoelens op. Tijdens zijn onstuitbare stroom van anekdotes had ik indertijd geprobeerd begrip te tonen, maar nu het verleden tijd was voelde ik alleen maar jaloezie en boosheid. Eindelijk durfde ik ook boos te zijn op mijn ouders, omdat ze zich afgesloten hadden voor mijn verhalen, en jaloers te zijn op mijn broer, die hen geannexeerd had.

De laatste twee fotoalbums van mijn ouders heb ik snel doorgebladerd, er een paar foto’s uitgehaald en de rest bij het oud papier gedaan. Ik heb ze niet nodig als geheugensteuntje, ik haal mijn herinneringen liever uit mijn eigen albums. Die staan vol lachende kindergezichten, op school, op straat of tijdens vrolijke vakanties. Waarschijnlijk zullen mijn kinderen later liever aan deze tijd terugdenken dan aan de jaren waarin zij langzaam maar zeker hun ouders oud zagen worden en met hun eigen gezin nieuwe wegen insloegen.

Heeft het dan nog zin deze jaren uitgebreid vast te leggen in alweer een Albelli-boek? Mijn digitale bestanden nemen veel minder ruimte in en zijn ook sneller verwijderd. Maar ik sta open voor andere suggesties.

 

WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email