Goed je best doen op school was zo’n beetje de belangrijkste levensles die ik van mijn ouders meekreeg. Een diploma betekende een goede baan en met de gegroeide opleidingsmogelijkheden zouden wij, hun kinderen, het nog ver kunnen schoppen. Natuurlijk, het einde van de jaren vijftig was in zicht en Nederland was na de Tweede Wereldoorlog alweer een eind opgebouwd. Maar er was nog veel te doen en de handen moesten nog steeds uit de mouwen, en wie zich inzette kon een graantje van de groeiende welvaart meepikken. Een mooie nieuwe radio, een koelkast, een wasmachine met centrifuge en voor mijn moeder wat vaker een nieuw mantelpakje.

En dus lag de focus op leren, huiswerk maken en mooie schoolrapporten, waarbij mijn twee oudere broers het lichtend voorbeeld waren. Zij vormden de kopgroep en in hun kielzog was er voor mij misschien nog een bronzen medaille weggelegd, als ik me tenminste niet in liet halen door mijn drie jaar jongere zusje, die daar bijdehand genoeg voor was.

Dat ik ergens zoiets als een persoonlijk talent zou kunnen hebben kwam niet bij me op, want alleen het collectief en de vergelijking leken te tellen. Natuurlijk, ik zat meer te tekenen dan mijn broers en zusje, op school droomde ik misschien wat vaker weg en ik was erg vatbaar voor de uiterlijkheden van de cultuuromslag van de jaren zestig. Maar dit werd vooral gezien als een eigenaardigheid, niet zozeer als een door aanleg bepaald individueel kenmerk. Mijn vader gaf dit treffend weer toen hij later schreef dat mijn broers studeerden in Rotterdam en Leiden, en ik me vermaakte in Utrecht.


Talent ~ 1) Aangeboren aanleg 2) Aangeboren begaafdheid 3) Aangeboren gave 4) Aangeboren geschiktheid 5) Aangeboren vernuft 6) Aanleg 7) Aanleg van nature 8) Begaafdheid 9) Bekwaamheid 10) Bekwaamheid tot iets 11) Bijzondere aanleg 12) Capaciteit 13) Een natuurlijke begaafdheid 14) Eigenschap 15) Eigenschap bij geboorte meegekregen 16) Gave


Zou dit de basis zijn van het feit, dat ik heel lang makkelijker mijn slechte eigenschappen, beter gezegd mijn beperkte begaafdheden, kon duiden dan dat ik trots was op mijn talenten? Want nog steeds hoef ik maar naar een museum te gaan om me als amateurschilder nederig te voelen, en hoef ik maar een boek van Tommy Wieringa te lezen om me te realiseren hoe beperkt mijn blogs zijn.

Maar gelukkig heb ik in de afgelopen jaren ook geleerd dat ik hierin niet zo streng voor mezelf hoef te zijn, dat creativiteit individueel is en je niet hoogbegaafd hoeft te zijn om er plezier aan te beleven. Bovendien zijn het leerzame processen en kan ik met veel voldoening mijmeren over de paradox dat ik niet zo goed naar de waarneming kan tekenen en met schrijven juist niet in staat ben een fictief personage op te roepen.

Van mijn beperkte begaafdheden kan ik er dus wel een paar noemen, maar net als bij een goed sollicitatiegesprek zal ik er ook iets positiefs tegenover zetten.

Op mijn rapporten van de lagere school kwam rekenen in de hoogste klassen nog maar nauwelijks los van de zes, daar waar de Nederlandse taal moeiteloos de negen bereikte. Dit proces zette zich op de middelbare school voort, want van meet af aan was het mis bij algebra. Bij meetkunde hing het cijfer af van het onderwerp, maar bij de cosinus van de buitenhoek haakte ik hierin definitief af. Gelukkig kon ik aan het einde van dat vierde jaar alle exacte vakken laten vallen, op algebra na. Het zou de enige onvoldoende op mijn eindlijst worden.

Bij Nederlands daarentegen hoefde ik de laatste jaren zo weinig te doen dat ik me ging vervelen en uit balorigheid dan maar gedichten van Vondel uit mijn hoofd ging leren. Een enkele daarvan kan ik nog zo declameren en soms denk ik dat mijn geheugenfunctie, en niet mijn intelligentie, me door deze jaren geloodst heeft. Want vergeten doe ik niet snel, met uitzondering van de cosinusregel.

Daarnaast ben ik slecht in luisteren, en dan bedoel ik niet gehoorzamen. Mijn cijfers voor gedrag waren altijd prima, hoger dan die voor mijn vlijt. Daar zal mijn dagdromen wel aan ten grondslag gelegen hebben. Vijftig minuten luisteren naar een leraar, zonder ondertussen in de marge van mijn schriften te tekenen of lettertypes te ontwerpen, lukte mij niet. Koopmans, leg je pen neer en let op! Maar de aanhouder won, want na verloop van tijd gaven mijn leraren het op en lieten me hierin met rust, of kwamen af en toe zelfs naar het resultaat kijken.

Later was vergaderen voor mij zo mogelijk nog erger dan saaie lessen volgen. Ik was er niet goed in, ter hoogte van agendapunt drie verslapte mijn aandacht en ik nam al snel mijn toevlucht tot een beproefd middel: tekenen. Papier hoefde ik zelf niet mee te nemen, want er was altijd wel een agenda of bijlage met een blanco achterkant. De grootste moeite had ik met het agendapunt w.v.t.t.k. (wat verder ter tafel komt), want iedere collega die zich nog niet gehoord voelde of nog niet zijn of haar stokpaardje bereden had, kon hier ongebreideld losgaan en deed dat ook. Ondertussen liep de A20 van Schiedam tot Rotterdam-Alexander vol, maar eenmaal thuis kon ik die avond gelukkig weer gaan zeefdrukken.

Mijn vader had dat toch wel goed gezien, dat ik mezelf prima kan vermaken. Het is waarschijnlijk mijn grootste talent, ontwikkeld tijdens het jarenlange goed mijn best doen op school. Een carrière heb ik er niet echt aan overgehouden, maar wie maalt daar nu nog om? Die tijd ligt voorgoed achter me, terwijl ik mijn dagen nog steeds prima kan vullen met tekenen en schrijven. Wie het laatst lacht, lacht het best.

 

WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email